<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T15:47:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10980808 cv expl 24-6958</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11997">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T15:45:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11997 Rechtbank Rotterdam , 22-11-2024 / 10980808 cv expl 24-6958</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11997:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser trekt zijn vorderingen in, gedaagde verzoekt om proceskosten veroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11997:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 10980808 CV EXPL 24-6958</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 22 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon A]
        </emphasis>,</para>
      <para>wondende te [woonplaats] , [land] , </para>
      <para>voorheen wonende te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,</para>
      <para>eiser in conventie, verweerder in reconventie, </para>
      <para>gemachtigde: mr. J.W. Prinsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [persoon B]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I. Correljé.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘ [persoon B] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 5 juli 2024 en de daarin genoemde stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 16 juli 2024 aan de zijde van [persoon B] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 7 oktober 2024 aan de zijde van [persoon B] , met één bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte in conventie aan de zijde van [persoon A] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte in conventie aan de zijde van [persoon B] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nadere akte in conventie aan de zijde van [persoon A] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zijn broers van elkaar en enig erfgenaam van hun vader (hierna: erflater) overleden op [overlijdensdatum] . Tot de nalatenschap van erflater behoorde de woning aan de [adres] te Hoek van Holland (hierna: de woning). [persoon B] huurde vanaf 1 februari 2016 de woning van erflater. In de huurovereenkomst is bepaald dat de huur € 500,- per maand bedraagt. Tussen partijen is discussie ontstaan over de hoogte van de te betalen huur per maand en of er al dan niet sprake is van een huurachterstand. </para>
        <para>Partijen zijn het erover eens dat de woning moet worden verkocht, echter [persoon B] wil pas tot verkoop overgaan, nadat hij andere woonruimte heeft gevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In het tussenvonnis is aan [persoon B] opgedragen te bewijzen dat hij met erflater een lagere huur heeft afgesproken dan in de huurovereenkomst is bepaald en zodoende ten tijde van het overlijden van erflater de huur € 385,- per maand was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Omdat [persoon B] het bewijs wilde leveren door het horen van zijn moeder, mevrouw [persoon C] , is een getuigenverhoor bepaald op 31 oktober 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Kort voor de datum van het getuigenverhoor heeft [persoon A] bij akte laten weten dat hij zijn vorderingen in conventie intrekt en de procedure kan worden beëindigd. Daartoe heeft [persoon A] , samengevat, aangevoerd dat [persoon B] de woning eind juli/begin augustus 2024 heeft ontruimd, de woning is verkocht en op 24 november 2024 de levering zal plaatsvinden. Hierdoor is het belang van [persoon A] bij ontbinding van de huurovereenkomst  en ontruiming van de woning komen te vervallen. Ook de discussie over de andere vorderingen rechtvaardigen naar de mening van [persoon A] , mede bezien de afwikkeling van de nalatenschap van erflater, geen al dan niet langdurige voortzetting van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In reactie hierop heeft [persoon B] bij akte aangegeven zich daarin te kunnen vinden, met dien verstande dat hij de kantonrechter vraagt om een uitspraak te doen ten aanzien van de door hem verzochte proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij nadere akte heeft [persoon A] gemotiveerd aangevoerd dat de proceskostenveroordeling moet worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Uit de mededeling van [persoon A] dat hij zijn vorderingen intrekt leidt de kantonrechter af dat de vorderingen niet langer worden gehandhaafd, zodat hierop niet meer hoeft te worden beslist. De kantonrechter hoeft daarom alleen nog maar een beslissing over de proceskosten te geven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten worden gecompenseerd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Omdat partijen familie zijn, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat partijen ieder de eigen kosten dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt ten overvloede nog het volgende. Het enkele feit dat [persoon A] zijn vorderingen heeft ingetrokken brengt niet zonder meer mee dat hij als de in het ongelijk gestelde partij moet worden veroordeeld in de proceskosten. Het intrekken van de vordering heeft mede zijn grondslag in het feit dat [persoon B] de woning waar dit geschil over ging inmiddels heeft ontruimd en is verkocht. Hetgeen ook de bedoeling van partijen was na het overlijden van erflater, maar in een impasse terecht was gekomen, omdat volgens [persoon A] [persoon B] niet daadwerkelijk op zoek was naar andere woonruimte, terwijl [persoon B] van mening was dat hij wel degelijk zijn best deed om een andere woning te vinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In conventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verstaat dat de vorderingen van [persoon A] zijn ingetrokken en hierop niet meer hoeft te worden beslist;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. Van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>754</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>