<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-16T11:48:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11172897 CV EXPL 24-2857</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11896">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-16T11:47:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11896 Rechtbank Rotterdam , 31-10-2024 / 11172897 CV EXPL 24-2857</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11896:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst voor de koop van tweedehandse auto-onderdelen tussen een Belgisch bedrijf en een Nederlandse verkoper. Partijen hebben de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag (CISG) uitgesloten. Geen tekortkoming wegens non-conformiteit en geen sprake van dwaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11896:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Dordrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11172897 CV EXPL 24-2857</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 31 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] , </emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Hasselt, België,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.C.L. van de Corput te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Zuid-Beijerland (gemeente Hoeksche Waard),</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 17 juni 2024 met bijlagen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het mondelinge antwoord van 27 juni 2024 met bijlage.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 2 oktober 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens [eiseres] de heer [persoon A] aanwezig, bijgestaan door mr. G.C.L. van de Corput. Namens [gedaagde] was de heer [persoon B] aanwezig samen met de heer [persoon C] , een bevriende monteur die aanwezig was als informant.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] handelt in (onder andere) tweedehandse auto-onderdelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>2.2. [eiseres] . heeft op 21 april 2023 van [gedaagde] een gereviseerde automatische versnellingsbak (hierna: de automaatbak) en koppelomvormer gekocht voor een Range Rover L322 TD6 (hierna: de Range Rover). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>2.3 [eiseres] . heeft de onderdelen opgehaald bij [gedaagde] . Daarna heeft [eiseres] de onderdelen gebracht naar haar vaste monteur Luna Automotive in Renswoude (hierna: Luna) voor het inbouwen van de onderdelen in de Range Rover.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Na het inbouwen heeft Luna in opdracht van [eiseres] de gekochte onderdelen weer uit de Range Rover gehaald en deze vervangen door een andere automaatbak en koppelomvormer. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para>3.1 [eiseres] . eist na eiswijziging samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van in totaal € 3.258,89 (de hoofdsom);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten van € 458,89;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de wettelijke rente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke incassokosten vanaf de dag van de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>3.2 [eiseres] . baseert de eis op het volgende. [eiseres] heeft recht op terugbetaling van het volledige factuurbedrag van € 1.939,38 dat zij betaald heeft aan [gedaagde] voor de koop van de automaatbak en de koppelomvormer. Daarvoor stelt [eiseres] primair dat zij de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden op grond artikel 6:265 BW wegens een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van [gedaagde] . De automaatbak beantwoordt niet aan de koopovereenkomst en is non-conform (in de zin van artikel 7:17 BW) omdat de oliepomp van de automaatbak defect is. Daarom moet [gedaagde] op grond van artikel 6:74 BW ook de schade van [eiseres] vergoeden, bestaande uit <?linebreak?>€ 1.319,51 aan kosten voor het in- en uitbouwen van de automaatbak en de koppelomvormer. Subsidiair stelt [eiseres] dat zij de koopovereenkomst heeft vernietigd op grond van dwaling in de zin van artikel 6:228 lid 1 onder a of c BW. [eiseres] stelt daarvoor dat zij bij de koop is afgegaan op de mededeling van [gedaagde] dat de automaatbak compleet gereviseerd was en naar behoren functioneerde en dat deze informatie achteraf onjuist is gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. [gedaagde] betwist dat zij een automaatbak met defecte oliepomp heeft geleverd en dat de automaatbak niet compleet gereviseerd was of niet goed functioneerde op het moment van de levering. Daarnaast betwist [gedaagde] dat nakoming blijvend onmogelijk is en dat zij in verzuim is. [gedaagde] geeft aan dat zij bereid is geweest om de automaatbak te onderzoeken en het probleem eventueel op te lossen, maar hiervoor niet de kans heeft gehad van [eiseres] . Ook betwist [gedaagde] de hoogte van de door [eiseres] gestelde schade.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Deze zaak heeft een internationaal karakter omdat [eiseres] in België is gevestigd. De kantonrechter moet daarom eerst bepalen of de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van [eiseres] en welk recht van toepassing is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bevoegdheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 4 Brussel I bis-Verordening<footnote-ref linkend="_61ca9420-cd8f-4b1d-bdcf-29c2d69e0b61" /> jo. artikel 99 Rv is de rechtbank Rotterdam (locatie Dordrecht) in deze zaak bevoegd. Volgens die artikelen is de rechter bevoegd van het land en de plaats waarin de gedaagde partij woont of gevestigd is. [gedaagde] is gevestigd in Nederland in het arrondissement van deze rechtbank.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In zaken die gaan over een internationale koop tussen twee professionele partijen kan de <emphasis role="italic">United Nations Convention on Contracts for the International Sale of Goods</emphasis> (het Weens Koopverdrag) van toepassing zijn. Partijen kunnen de toepasselijkheid van dit verdrag echter uitsluiten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op de zitting hebben beide partijen aangegeven dat hun rechtsverhouding alleen wordt beheerst door het materiële Nederlandse recht en dat zij de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag hebben uitgesloten. De kantonrechter zal deze zaak dan ook beoordelen aan de hand van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Op (alleen) die bepalingen heeft [eiseres] zich ook beroepen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Non-conformiteit / dwaling door onjuist afgegeven informatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De hoofdvraag in deze zaak is wat de toestand van de automaatbak was op het moment van aflevering. Voor het slagen van de vorderingen van [eiseres] moet vast komen te staan dat [eiseres] een automaatbak heeft gekocht van [gedaagde] die tijdens de aflevering gebrekkig en/of niet goed gereviseerd was omdat deze een defecte oliepomp had. Dat is namelijk de stelling die [eiseres] heeft ingeroepen voor haar beroep op de rechtsgevolgen van zowel een tekortkoming wegens non-conformiteit (artikelen 6:265 BW en 6:74 BW jo. 7:17 BW) als dwaling (artikel 6:228 BW). Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv moet [eiseres] deze stelling onderbouwen met voldoende feiten en omstandigheden. [eiseres] heeft dit onvoldoende gedaan. Hierna wordt uitgelegd waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>4.6 [eiseres] . stelt dat Luna na het inbouwen van de automaatbak en de koppelomvormer in de Range Rover heeft ontdekt dat de oliepomp van de automaatbak defect is. De automaatbak zou slippen en in de noodloop terechtkomen. Hierdoor heeft de Range Rover niet of niet goed kunnen rijden met deze automaatbak. [eiseres] heeft echter niet aangegeven hoe een defect aan de oliepomp kan worden vastgesteld en waaruit blijkt dat de automaatbak met een defecte oliepomp is afgeleverd. Het enige wat [eiseres] daarvoor heeft overgelegd is een factuur die Luna naar [eiseres] heeft gestuurd op 10 mei 2023 voor het ‘uit en inbouwen van de aangeleverde automaatbak’. Op die factuur staat alleen het volgende over de oliepomp:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Storings diagnose Nieuwe automaatbak heeft Pomp defect </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">	bak gaat weer in noodloop ivm geen druk”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Uit alleen deze factuur kan niet worden vastgesteld dat de oliepomp al defect was op het moment van aflevering van de automaatbak. Dat is van belang omdat [gedaagde] dat gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] heeft daarbij aangevoerd dat de automaatbak recent voor de koop compleet en juist was gereviseerd door het bedrijf De Koning Transmissietechniek. Dat bedrijf heeft tegenover [gedaagde] verklaard dat zij bij de revisie van de automaatbak de oliepomp heeft gecontroleerd en dat er niets mis was met de oliepomp. Volgens [gedaagde] is het waarschijnlijk dat de oliepomp pas na aflevering kapot is gegaan als gevolg van het verkeerd inbouwen van de onderdelen door Luna. [gedaagde] heeft met onder andere een video onderbouwd dat een onjuiste montage van de automaatbak kan leiden tot het kapotgaan van de oliepomp omdat de koppelvormer dan tegen de oliepomp kan drukken waardoor iets aan de oliepomp kan worden afgebroken. [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat een dergelijke inbouwfout veel voorkomt en dat zij daarom bij aflevering van de automaatbak en de koppelomvormer aan [eiseres] heeft gevraagd of [eiseres] wist hoe de onderdelen gemonteerd moesten worden. Anders dan [eiseres] meent, zijn deze stellingen van [gedaagde] geen bevrijdend verweer, maar een gemotiveerde betwisting van de stelling dat een kapotte automaatbak is afgeleverd door [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Vanwege deze gemotiveerde betwisting had [eiseres] haar stellingen over de aflevering van een automaatbak met defecte oliepomp verder moeten toelichten en onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan. Haar enige reactie op de betwisting van [gedaagde] is dat Luna geen fouten kan hebben gemaakt omdat Luna de beste monteur van Nederland is. Dat is een persoonlijke mening van [eiseres] en zegt niets over wat er in dit specifieke geval is voorgevallen. [eiseres] had met meer moeten komen voor haar onderbouwing. Zij had bijvoorbeeld kunnen uitleggen en met stukken kunnen onderbouwen wat kapot was aan de oliepomp op het moment van aflevering en waarom een defect niet pas is ontstaan tijdens het inbouwen van de onderdelen in de Range Rover. Daarentegen heeft [eiseres] op de zitting juist aangegeven dat zij niet weet wat er precies gebrekkig is aan de oliepomp en dat zij hier ook geen onderzoek naar heeft gedaan of heeft laten doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Tot slot heeft [eiseres] nog gesteld dat Luna bij het inbouwen van de automaatbak heeft geconstateerd dat de automaatbak niet was gevuld met olie, de leidinggaten van de koeler niet waren afgedopt en dat de oliepan niet was afgekit, hetgeen volgens [gedaagde] niet ongebruikelijk is en daarom geen tekortkoming oplevert. De beoordeling van dit geschilpunt kan echter achterwege gelaten worden nu [eiseres] deze omstandigheden niet ten grondslag heeft gelegd aan het door haar gestelde gebrek aan de automaatbak. [eiseres] heeft namelijk niet gesteld dat deze omstandigheden ertoe hebben geleid en/of kunnen aantonen dat de oliepomp defect is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Kortom, in deze procedure kan niet worden vastgesteld dat de automaatbak op het moment van aflevering door [gedaagde] niet goed functioneerde of niet (goed of compleet) was gereviseerd. [eiseres] heeft haar stellingen in dat verband – in het licht van de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] – onvoldoende onderbouwd. Alleen al om deze reden moet het beroep van [eiseres] op de rechtsgevolgen van ontbinding wegens non-conformiteit en vernietiging wegens dwaling worden afgewezen. Hetgeen partijen verder over en weer hebben aangevoerd over onder andere de vraag of nakoming blijvend onmogelijk is en de hoogte van de gestelde schade behoeft daarom geen verdere bespreking. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> Conclusie: geen grondslag voor een rechtsgeldige ontbinding of vernietiging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Omdat de tekortkoming wegens non-conformiteit en dwaling niet vaststaan, bestond er geen grondslag voor [eiseres] om de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden of te vernietigen. Dat betekent dat de koopovereenkomst in stand blijft en [eiseres] geen recht heeft op terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van de kosten voor het in- en uitbouwen van de gekochte automaatbak en koppelomvormer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Aangezien de hoofdvordering tot betaling van de hoofdsom wordt afgewezen, worden ook de overige vorderingen van [eiseres] afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Dat betekent dat zij haar eigen kosten moet dragen en de proceskosten van [gedaagde] aan haar moet vergoeden. Aangezien [gedaagde] als gedaagde in een kantonzaak geen griffierechten heeft betaald en ook niet door een gemachtigde is bijgestaan, stelt de kantonrechter de proceskosten van [gedaagde] vast op nihil (nul). [eiseres] hoeft daarom per saldo niets aan [gedaagde] te betalen aan proceskosten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] , begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Said en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2024.</para>
        <para>60669</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_61ca9420-cd8f-4b1d-bdcf-29c2d69e0b61" label="1">
    <para> 	Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>