<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-09T13:50:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11085630 CV EXPL 24-11680</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11886">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-09T13:49:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11886 Rechtbank Rotterdam , 29-11-2024 / 11085630 CV EXPL 24-11680</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11886:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurovereenkomst opgezegd tijdens procedure. Erkenning achterstand, deze wordt toegewezen. Oneerlijk boetebeding, afwijzing bik en rente.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11886:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11085630 CV EXPL 24-11680</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 29 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woonplus Schiedam</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Schiedam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: AGIN Timmermans, <?linebreak?></para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: Schiedam, thans gedetineerd en verblijvende in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.R. de Kok.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Stichting Woonplus’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 29 april 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord van 1 juli 2024, met bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte met wijziging van eis van Stichting Woonplus van 19 augustus 2024 met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurde van 12 januari 2015 tot en met 28 oktober 2024 van Stichting Woonplus een woning aan het [adres] in Schiedam. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan waardoor Stichting Woonplus het openstaande bedrag van € 8.286,76 exclusief wettelijke rente en kosten vordert. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de huurachterstand. Hij voert wel verweer tegen de gevorderde incassokosten. De huurovereenkomst is inmiddels opgezegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De huurachterstand bedraagt € 8.286,76</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De huurachterstand wordt toegewezen. In het overzicht van Stichting Woonplus staat vermeld dat [gedaagde] een achterstand van € 8.286,76 heeft. Omdat de huurachterstand wordt erkend wordt dit bedrag toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oneerlijke bepalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van Stichting Woonplus oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. Stichting Woonplus mag die bepaling dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht.<footnote-ref linkend="_4d496e5c-20b9-4ec4-8635-eda041d140e3" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de gevorderde incassokosten en rente af. In de overeenkomst van Stichting Woonplus staat hierover namelijk ook een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag Stichting Woonplus daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet.<footnote-ref linkend="_7cf933bc-3c7b-40e5-8021-b792f0f83613" /> De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat gedaagde een boete moet betalen als [gedaagde] niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Stichting Woonplus wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] moeten de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Stichting Woonplus op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde </para>
        <para>(2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.473,72. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stichting Woonplus dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Woonplus te betalen € 8.286,76;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stichting Woonplus wordt vastgesteld op € 1.473,72;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62914</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4d496e5c-20b9-4ec4-8635-eda041d140e3" label="1">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7cf933bc-3c7b-40e5-8021-b792f0f83613" label="2">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>