<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-30T14:00:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 24/8184</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T13:09:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11868 Rechtbank Rotterdam , 29-11-2024 / ROT 24/8184</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veelprocedeerder. Misbruik van recht. Het primaire besluit betreft een beslissing op een herhaald verzoek om openbaarmaking op grond de Wet open overheid. Het bezwaar heeft de deken niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser niet binnen de geboden termijn de gronden van bezwaar heeft ingediend. Omdat ook het beroepschrift van eiser geen leesbare gronden bevat, heeft de griffier eiser bij aangetekende brief van 2 september 2024 in de gelegenheid gesteld de gronden tegen het bestreden besluit in te dienen. Omdat die brief niet is afgehaald en retour is gezonden, heeft de griffier eiser bij gewone brief van 27 september 2024 opnieuw vier weken geboden om de gronden van het beroep in te dienen. Eiser heeft hier niet op gereageerd. Wel heeft eiser ongevraagd grote hoeveelheden stukken ingediend. Bij globale bestuderingen van die stukken, blijkt het te gaan om stukken die zien op uitkeringsbesluiten van ongeveer 25 jaar geleden waarover de rechtbank eiser eerder heeft bericht dat die onherroepelijk zijn afgedaan. Voorts heeft de rechtbank eiser daarover bericht dat geen herzieningsverzoeken meer in behandeling worden genomen, nu al veelvuldig uitspraak daarover is gedaan (zie daarover bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:3876; ECLI:NL:RBROT:2021:9003 en ECLI:NL:RBROT:2023:7311).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 24/8184 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [Naam], uit [Plaats], eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (de deken).</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de deken van 23 juli 2024 waarbij het bezwaar tegen het besluit van 30 april 2024 inzake een herhaald verzoek om openbaarmaking niet-ontvankelijk is verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat de griffier ten onrechte geen griffierecht heeft geheven. De rechtbank zal [eiser] niet alsnog de gelegenheid bieden het verschuldigde griffierecht te voldoen, omdat het beroep hoe dan ook niet-ontvankelijk is wegens misbruik van recht. De rechtbank legt hieronder uit waarom zij tot dit oordeel komt.</para>
    <para />
    <para>4. Eerder is veelvuldig vastgesteld dat [eiser] misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2021:9014 en ECLI:NL:RBROT:2023:7311). Daarom mag de misbruikintentie van [eiser] worden verondersteld, tenzij aanknopingspunten zijn voor het tegendeel. Dergelijke aanknopingspunten doen zich hier niet voor. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>5. Het primaire besluit van 30 april 2024 betreft een beslissing op een herhaald verzoek om openbaarmaking op grond de Wet open overheid. Het bezwaar heeft de deken niet-ontvankelijk verklaard omdat [eiser] niet binnen de geboden termijn de gronden van bezwaar heeft ingediend. Omdat ook het beroepschrift van [eiser] geen leesbare gronden bevat, heeft de griffier [eiser] bij aangetekende brief van 2 september 2024 in de gelegenheid gesteld de gronden tegen het bestreden besluit in te dienen. Omdat die brief niet is afgehaald en retour is gezonden, heeft de griffier [eiser] bij gewone brief van 27 september 2024 opnieuw vier weken geboden om de gronden van het beroep in te dienen. [eiser] heeft hier niet op gereageerd. </para>
    <para />
    <para>6. Wel heeft [eiser] ongevraagd grote hoeveelheden stukken ingediend. Bij globale bestuderingen van die stukken, blijkt het te gaan om stukken die zien op uitkeringsbesluiten van ongeveer 25 jaar geleden waarover de rechtbank [eiser] eerder heeft bericht dat die onherroepelijk zijn afgedaan. Voorts heeft de rechtbank [eiser] daarover bericht dat geen herzieningsverzoeken meer in behandeling worden genomen, nu al veelvuldig uitspraak daarover is gedaan (zie daarover bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:3876;  ECLI:NL:RBROT:2021:9003 en ECLI:NL:RBROT:2023:7311).</para>
    <para />
    <para>7. De grote hoeveelheden niet ter zake doende stukken die [eiser] in deze procedure heeft overgelegd en het niet ingaan op verzoeken om gronden in te dienen, illustreren dat [eiser] deze procedure te kwader trouw voert (zie nogmaals ECLI:NL:RBROT:2023:7311).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.	Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>