<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11622</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-21T11:44:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/243000-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11622">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11622</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-21T11:41:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11622 Rechtbank Rotterdam , 14-11-2024 / 10/243000-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11622:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring voorbereidingshandelingen Opiumwet (feit 1) en de voortgezette handeling van het tezamen en in vereniging met anderen wederrechtelijk verblijven op een besloten haventerrein (feit 2) door inklimming (feit 3). Feit van algemene bekendheid dat in de Rotterdamse haven op grote schaal verdovende middelen per container worden binnengebracht, en dat deze door uithalers verder worden vervoerd. Verdachte en medeverdachten zijn in de nacht, met een zwarte tas vol met bigshoppers en gereedschap over het hek van de ECT Delta Terminal geklommen, op zoek naar een specifieke container. Deze gedragingen van de verdachte en diens medeverdachten kunnen volgens de rechtbank naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg (het succesvol uithalen van de cocaïne) dat het niet anders kan zijn dan dat zij bewust de aanmerkelijke kans op dit betreffende gevolg hebben aanvaard. Oplegging van een gevangenisstaf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11622:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/243000-24</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 november 2024</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>preventief gedetineerd in [detentieadres],</para>
      <para>raadsman mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 31 oktober 2024.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring zonder nadere motivering (feiten 2 en 3)</emphasis>
        </para>
        <para>Het onder 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijswaardering (feit 1)</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft hiertoe aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte wist dat het ging om, en opzet had op, de invoer van een hoeveelheid cocaïne, ook niet in voorwaardelijke zin. De verdachte dacht dat hij een nachtdienst zou draaien. Hij had geen idee wat er gebeurde en wist ook niet wat er tussen de personen onderling werd besproken aangezien hij de Nederlandse taal niet machtig is. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vaststaande feiten en omstandigheden </emphasis>
          </para>
          <para>In de vroege ochtend van 27 juli 2024 worden de verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in een auto gebracht naar het terrein van de ECT Delta Terminal, gelegen aan [adres]. De bestuurder van deze auto is medeverdachte [medeverdachte 3]. De auto wordt om 00:06 uur opgemerkt door cameratoezicht, waarna om 00:18 uur wordt geconstateerd dat de auto wordt stilgezet op de Missouriweg, dat de lichten van de auto worden gedoofd en dat er drie personen uitstappen. Medeverdachte [medeverdachte 1] loopt vervolgens naar de kofferbak en pakt daar een zwarte tas uit. De drie personen lopen gezamenlijk richting het hek waarna een kniptang uit de zwarte tas wordt gehaald en wordt doorgegeven onder de medeverdachten. Het is de verdachte die het prikkeldraad van het hek knipt, waarna de drie personen over het hek klimmen. Vlak nadat de verdachte en zijn medeverdachten over het hek zijn geklommen, komt een auto van de douane aan rijden. Hierop haasten de personen zich weer richting het hek, klimmen er overheen en rennen de Missouriweg op. Uiteindelijk worden alle drie de personen omstreeks 00:24 uur aangehouden door de douane. Tijdens de fouillering wordt bij medeverdachte [medeverdachte 1] een iPhone aangetroffen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Diezelfde nacht krijgt de meldkamer van de douane een melding binnen dat er op de Coloradoweg een container staat met containernummer [containernummer], met hierin ongeveer 30 kilo cocaïne. Als deze container niet gevonden zou worden en het niet op het nieuws zou komen zouden er gewonden gaan vallen, volgens de melding. Later die nacht wordt de betreffende container gevonden en doorzocht en worden daarin 30 pakketten gevonden met, wat later blijkt te zijn, cocaïne. Ook wordt in de container een GPS-pijlbaken aangetroffen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In de uitgelezen iPhone die onder medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen is valt een Signal-groepsgesprek op. In dat groepsgesprek wordt door ‘[naam 1]’ op 26 juli 2024 om 23:47 uur een bericht gestuurd dat hij over 12 minuten op de locatie is. Door ‘[naam 2]’ wordt daaropvolgend door middel van een screenshot een locatie van de ECT Delta Terminal doorgestuurd, met daarbij het nummer [nummer]. Op het GPS-pijlbaken dat in container [containernummer] is aangetroffen, staat de tekst ‘Portable GPS Tracker AT4’ en het IMEI-nummer [nummer]. Dit is gelijk aan het nummer dat is gestuurd in het Signal-groepsgesprek. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(Voorwaardelijk) opzet op voorbereidingshandelingen Opiumwet?</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de feiten, zoals hierboven weergegeven, en in onderling verband beschouwd, kan naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie worden getrokken dan dat de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], op het terrein van de ECT Delta Terminal aanwezig waren als uithalers, met als doel de cocaïne uit de container met nummer [containernummer] te halen. Daarbij handelden de verdachten tezamen en in vereniging.</para>
          <para>Tussen hen was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Dit blijkt uit het feit dat zij in dezelfde auto naar het haventerrein zijn gebracht, doelbewust en zonder aarzeling naar het hek liepen en dat zij op dezelfde plek over het hek zijn geklommen, met in hun bezit een zwarte tas met daarin bigshoppers en gereedschap. Daarnaast hebben zij zich samen op het terrein van de ECT Delta Terminal begeven en is er gebruik gemaakt van een zogenoemde organisatietelefoon, te weten de bij medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen iPhone, waarop via GPS en screenshots de exacte locatie van de betreffende container is doorgegeven. Dat de verdachte de organisatietelefoon niet fysiek in eigen handen heeft gehad doet daar niet aan af.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat in de Rotterdamse haven op grote schaal verdovende middelen per container worden binnengebracht. Deze verdovende middelen zitten vaak verstopt tussen legale goederen en worden door middel van uithalers verder vervoerd. Het moet de verdachte en zijn medeverdachten dan ook duidelijk zijn geweest dat zij met iets illegaals bezig waren toen zij midden in de nacht met een zwarte tas vol met bigshoppers en gereedschap over het hek van de ECT Delta Terminal klommen, op zoek naar een specifieke container. Deze gedragingen van de verdachte en diens medeverdachten kunnen volgens de rechtbank naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg (het succesvol uithalen van de cocaïne) dat het niet anders kan zijn dan dat zij bewust de aanmerkelijke kans op dit betreffende gevolg hebben aanvaard. Al deze omstandigheden samen maakt dat minst genomen sprake is van voorwaardelijk opzet op het voorbereiden van het vervoeren van harddrugs. De verklaring van de verdachte, dat hij dacht dat hij een nachtdienst zou gaan werken, acht de rechtbank onaannemelijk. Hij heeft namelijk ook verklaard dat het voor een nachtdienst niet normaal was om over een hek te klimmen. Het verweer van de raadsman, dat bij de verdachte de wetenschap en het opzet ontbrak, wordt verworpen. De verdediging heeft daartoe opgemerkt dat de verdachte de tas niet uit de auto pakte en weifelend achter de anderen aanliep. Echter op de ter zitting bekeken camerabeelden is te zien dat de verdachten alle drie zeer doelbewust en zonder aarzeling naar het hek liepen.  Dat de verdachte schrok toen hij het hek zag, zoals hij bij de politie heeft verklaard, en bang of aarzelend was blijkt niet uit de beelden. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1<?linebreak?>hij op of omstreeks 27 juli 2024 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam<?linebreak?>tezamen en in vereniging met  anderen, <?linebreak?>om een feit, bedoeld in het vierde  lid van artikel 10 van de Opiumwet,<?linebreak?>voor te bereiden en te bevorderen,<?linebreak?>te weten<?linebreak?>- het opzettelijk  vervoeren, van een hoeveelheid cocaïne,  <?linebreak?>- zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van<?linebreak?>dat feit heeft getracht te verschaffen,<?linebreak?>- voorwerpen, voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte enzijn mededader(s), wist(en)<?linebreak?>of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen<?linebreak?>van dat feit,<?linebreak?>door<?linebreak?>- één  (organisatie)telefoon voorhanden te hebben, en<?linebreak?>- één of meer tas(sen) voorhanden te hebben, en<?linebreak?>- een breekijzer en<emphasis role="italic">een</emphasis> betonschaar en <emphasis role="italic">een</emphasis> accutol en <emphasis role="italic">een</emphasis> ratel en bitje(s) en <?linebreak?><emphasis role="italic">een</emphasis> powerbank en <emphasis role="italic">een</emphasis> zaklamp voorhanden te hebben, en<?linebreak?>- met één of meer mededader(s) (via Signal) contacten te<?linebreak?>onderhouden en informatie uit te wisselen en afspraken te maken en<?linebreak?>instructies te  ontvangen,  <?linebreak?></para>
      <para />
      <para>2<?linebreak?>hij op  27 juli 2024 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam,<?linebreak?>tezamen en in vereniging met  anderen, wederrechtelijk<?linebreak?>heeft verbleven op een in een haven, gelegen besloten<?linebreak?>plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het terrein van<?linebreak?>de ECT Delta Terminal, gelegen aan [adres]</para>
      <para />
      <para>3<?linebreak?>hij op  27 juli 2024 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam<?linebreak?>wederrechtelijk<?linebreak?>heeft verbleven op een in een haven, gelegen besloten<?linebreak?>plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het terrein van<?linebreak?>de ECT Delta Terminal, gelegen aan [adres]<?linebreak?>terwijl hij, verdachte, zich de toegang heeft verschaft tot die besloten plaats door<?linebreak?>middel van inklimming;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in cursief verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid feiten</title>
    <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de voortgezette handeling van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 2: wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feit 3: zich de toegang verschaffen tot een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen door middel van inklimming, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering straf</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
        </para>
        <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft samen met anderen het vervoer van om en nabij 30 kilogram cocaïne voorbereid. Gezien de aangetroffen hoeveelheid cocaïne, moet deze bestemd zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Verdovende middelen vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid. De handel daarin gaat bovendien vaak (direct dan wel indirect) gepaard met andere vormen van (zware) criminaliteit, met alle gevolgen van dien. Dit alles vergroot de gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte was met zijn handelen een essentiële schakel binnen de handel van cocaïne. Hij lijkt uitsluitend gedreven te zijn geweest door eigen financieel gewin. Tegen drugshandel moet, ook als het gaat om voorbereidende handelingen, streng worden opgetreden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>7.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 oktober 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, althans niet in Nederland.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur daarvan acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet in de jonge leeftijd en in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om in matigende zin af te wijken van de eis van de officier van justitie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte bovendien aanleiding om een deel van de voorgenomen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, met daaraan gekoppeld de (algemene) voorwaarde die hierna wordt genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 56, 57 en 138aa van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden; </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot <emphasis role="bold">6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op <emphasis role="bold">3 (drie) jaren</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde:</para>
      <para>de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Zinnen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. W.J.M. Diekman en J.A. Terstegge, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>hij op of omstreeks 27 juli 2024 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,<?linebreak?>voor te bereiden en/of te bevorderen,<?linebreak?>te weten<?linebreak?>- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,<?linebreak?>waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, en/of<?linebreak?>- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,<?linebreak?>verstrekken en/of vervoeren, en/of<?linebreak?>- het opzettelijk vervaardigen<?linebreak?>van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de<?linebreak?>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel<?linebreak?>3a van die wet<?linebreak?>- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te<?linebreak?>plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe<?linebreak?>gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,<?linebreak?>- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van<?linebreak?>dat feit heeft getracht te verschaffen,<?linebreak?>- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen<?linebreak?>voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)<?linebreak?>of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen<?linebreak?>van dat feit,<?linebreak?>door<?linebreak?>- één of meer (organisatie)telefoon(s) voorhanden te hebben, en/of<?linebreak?>- één of meer (rug)tas(sen) voorhanden te hebben, en/of<?linebreak?>- een breekijzer en/of betonschaar en/of accutol en/of ratel en/of bitje(s) en/of<?linebreak?>powerbank en/of zaklamp voorhanden te hebben, en/of<?linebreak?>- met één of meer mededader(s) (telefonisch en/of via Signal) contacten te<?linebreak?>onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of<?linebreak?>instructies te geven en/of te ontvangen, en/of<?linebreak?>- het voertuig met kenteken [kenteken] te gebruiken om één of meer mededader(s)<?linebreak?>bij het terrein van de ECT Delta Terminal af te zetten;<?linebreak?>( art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 10a lid 1<?linebreak?>ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij op of omstreeks 27 juli 2024 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam,<?linebreak?>tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen<?linebreak?>wederrechtelijk<?linebreak?>heeft verbleven op een in een haven, luchthaven en/of spoorwegemplacement<?linebreak?>gelegen besloten<?linebreak?>plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het terrein van<?linebreak?>de ECT Delta Terminal, gelegen aan [adres]<?linebreak?>( art 138aa lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 138aa lid 3 ahf/ond b Wetboek van<?linebreak?>Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <para>3<?linebreak?>hij op of omstreeks 27 juli 2024 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam<?linebreak?>wederrechtelijk<?linebreak?>heeft verbleven op een in een haven, luchthaven en/of spoorwegemplacement<?linebreak?>gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te<?linebreak?>weten het terrein van de ECT Delta Terminal, gelegen aan [adres]<?linebreak?>[adres]<?linebreak?>terwijl hij, verdachte, zich de toegang heeft verschaft tot die besloten plaats door<?linebreak?>middel van inklimming;<?linebreak?>( art 138aa lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 138aa lid 2 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>