<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T08:53:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11006603 CV EXPL 24-8052</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11578">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11578</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T08:53:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11578 Rechtbank Rotterdam , 02-08-2024 / 11006603 CV EXPL 24-8052</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11578:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekering. Te weinig premie betaald. Gedaagde erkent achterstand. Vordering tot betaling achterstand toegewezen door middel van bestaande betalingsregeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11578:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11006603 CV EXPL 24-8052</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 2 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">IZA ZORGVERZEKERAAR N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Arnhem,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: Boomaars Juridisch Advies B.V..</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘Iza’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 31 januari 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het schriftelijk antwoord en mondeling verweer van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern van de zaak? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij Iza een zorgverzekering afgesloten. Zij moet volgens de overeenkomst elke maand premie aan Iza betalen. Volgens Iza heeft [gedaagde] de premiegelden over de periode van 1 februari 2022 tot en met 31 juli 2023 niet betaald. Iza wil dat [gedaagde] wordt veroordeeld om een bedrag van € 2500,00 (inclusief buitengerechtelijke incassokosten en rente) te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent door het aangaan van een betalingsregeling, dat de zorgpremie niet volledig is betaald. Tussen partijen is op 28 maart 2024 een betalingsregeling overeengekomen waarin is vastgelegd dat er op 1 april 2024 € 100,00 per maand door [gedaagde] wordt overgeschreven aan Iza. Op 26 april 2024 is € 25,00 betaald. Dit bedrag is in mindering gebracht op dit bedrag zodat een hoofdsom van € 235,55 overblijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de vordering van Iza toe en houdt daarbij rekening met de betalingsregeling die is afgesproken. In de e-mail van 10 juni 2024 heeft [gedaagde] geschreven dat op 25 mei 2024 ook € 25,00 is betaald. Daarmee wordt rekening gehouden zodat een bedrag van € 210,55 wordt toegewezen als hoofdsom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de incassokosten van € 48,40 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). [gedaagde] betwist dat ze een aanmaning heeft gekregen van Flanderijn. Op 20 februari 2024 is de 14 dagenbrief verstuurd. Dit heeft [gedaagde] niet weersproken, hierdoor wordt ervan uitgegaan dat zij deze brief heeft ontvangen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet rente aan Iza betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen omdat Iza genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente moet worden berekend vanaf 28 maart 2024, de dag van de dagvaarding tot 12 april 2024, de datum van de betalingsregeling. De rente vanaf 28 maart tot 12 april 2024 bedraagt € 0,63.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Iza op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-) en € 40,- aan nakosten. Dat is in totaal € 367,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Iza dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Iza te betalen € 210,55 met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 206,45 vanaf 28 maart 2024 tot 12 april 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Iza worden vastgesteld op € 367,39 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis, tot de dag dat volledig is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat Iza het hiervoor genoemde bedrag niet kan opeisen zolang [gedaagde] elke maand voor de eerste dag van de maand € 25,00 aflost;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders.</para>
        <para>62914</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>