<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T09:29:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11143487 CV EXPL 24-14451</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11574">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-29T09:27:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11574 Rechtbank Rotterdam , 11-09-2024 / 11143487 CV EXPL 24-14451</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11574:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Ambtshalve toetsing. Huurachterstand toegewezen. Oneerlijk huurprijswijzingingsbeding en oneerlijk boetebeding. Vordering openstaande achterstand toegewezen, BIK en rente afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11574:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11143487 CV EXPL 24-14451</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 11 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>Woonplaats: Rotterdam</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [gedaagde 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>die niet in de procedure zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ’ genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 29 mei 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiser] van 18 juli 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern van de zaak? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] huurden sinds februari 2022 een woning van [eiser] . De huur bedroeg € 1.349,00 per maand inclusief servicekosten. De overeenkomst is op 19 mei 2023 beëindigd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben niet alles betaald.  De achterstand bedraagt € 1.029,88, na aftrek van de borgsom. [eiser] eist dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de achterstand met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten moeten betalen. De vorderingen worden toegewezen, behalve zoals hieronder toegelicht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kantonrechter moet ambtshalve toetsen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat er in deze zaak niet ambtshalve getoetst mag worden, omdat het artikel waarin de huurverhoging wordt geregeld een kernbeding is. Een bepaling die het mogelijk maakt om jaarlijks de huur te verhogen is echter geen kernbeding zoals bedoeld in Richtlijn 93/13. Aanpassing van de huurprijs heeft namelijk geen betrekking op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst en slechts indirect op de toereikendheid van de prijs die de consument moet betalen. Bepalingen die het mogelijk maken om de prijs te wijzigen worden bovendien genoemd op de zogenaamde ‘blauwe’ lijst van bepalingen die onder omstandigheden worden vermoed oneerlijk te zijn.<footnote-ref linkend="_62f1efce-6e04-439d-bcfb-eaa2f850841f" /> Hieruit volgt dat niet bedoeld is om prijswijzigingsbepalingen van de richtlijn uit te zonderen. Hierdoor is de kantonrechter bevoegd om ambtshalve te toetsen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De huurprijswijzigingsbepaling is onredelijk bezwarend</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Een huurprijswijzigingsbepaling is naar het oordeel van de kantonrechter oneerlijk als die bepaling de verhuurder het recht geeft om de huur met meer te laten stijgen dan op grond van een redelijke inschatting van de markt op dat moment was te verwachten.<footnote-ref linkend="_2342ea74-7fca-4af4-88af-49645e23c772" /> De kantonrechter stelt vast dat de huurprijswijzigingsbepaling die partijen hebben afgesproken verder gaat dan dat. In het algemeen mag namelijk worden aangenomen dat een stijging gebaseerd op de consumentenprijsindex plus drie procentpunten gerechtvaardigd is, maar een verdere stijging niet. De door [eiser] in haar akte genoemde redenen rechtvaardigen naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de huur in dit geval met een hoger percentage mocht stijgen. De bepaling is daarom oneerlijk en onredelijk bezwarend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Niet van belang is of uitvoering aan de bepaling is gegeven</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In beginsel is het niet van belang of de huur in de jaren na het aangaan van de overeenkomst daadwerkelijk is verhoogd overeenkomstig het maximaal afgesproken percentage. Als een huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is, dan heeft dat tot gevolg dat de rechter deze bepaling moet vernietigen. Vernietiging heeft weer tot gevolg dat de huurprijswijzigingsbepaling geacht wordt er nooit te zijn geweest. Omdat er in dit geval geen sprake is geweest van een huurverhoging, heeft dat geen invloed op het te betalen bedrag. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De huurachterstand bedraagt € 1.029,88</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uit de stukken van [eiser] blijkt dat de achterstand € 1.029,88 bedraagt. Omdat hier niets tegen is ingebracht, worden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeeld om dit bedrag aan [eiser] te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoeft geen incassokosten en rente te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In de overeenkomst van [eiser] staat hierover namelijk ook een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag [eiser] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet.<footnote-ref linkend="_cfda4c56-c0a8-4b38-9269-b2547a887797" /> De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat gedaagde een boete moet betalen als gedaagde niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou gedaagde als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. Eiseres wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser] op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 218,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 760,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daar niet op hebben gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen € 1.029,88;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 760,39;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>62914</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_62f1efce-6e04-439d-bcfb-eaa2f850841f" label="1">
    <para> De bijlage bij Richtlijn 93/13 EG</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2342ea74-7fca-4af4-88af-49645e23c772" label="2">
    <para> Rechtbank Rotterdam 9 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:801</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cfda4c56-c0a8-4b38-9269-b2547a887797" label="3">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>