<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11401</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-15T15:47:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-019250-23/ 24-019025 en 24-019026</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11401">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11401</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-15T15:46:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11401 Rechtbank Rotterdam , 11-10-2024 / 10-019250-23/ 24-019025 en 24-019026</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11401:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoeken ex artikelen 537 Sv en 530 Sv toegewezen. Er was – gelet op eerdere beslissingen van deze rechtbank en de rechter-commissaris – geen grond voor de vordering van de officier van justitie tot (voorlopige) tenuitvoerlegging van het (resterende) voorwaardelijke strafdeel. Verzoeker heeft daardoor ten onrechte vastgezeten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11401:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ROTTERDAM</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	 : 10-019250-23</para>
      <para>raadkamernummers: 24-019025 en 24-019026</para>
      <para>datum	 : 11 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van de artikelen 537 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam verzoeker] , verzoeker,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] ,</para>
      <para>voor deze zaak domicilie kiezende te (3071 AA) Rotterdam, Laan op Zuid 386, </para>
      <para>ten kantore van zijn advocaat mr. D.C.D. Newoor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het verzoekschrift is op 26 juli 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie (OM) heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 11 oktober 2024 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.</para>
      <para>De advocaat en de officier van justitie mr. M. van Heemst zijn op zitting gehoord.</para>
      <para>De verzoeker heeft door middel van een afstandsverklaring afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inhoud verzoeken</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 537 Sv</emphasis>
      </para>
      <para>Verzocht is dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor:</para>
    </parablock>
    <para>- immateriële schade als gevolg van vrijheidsbeneming voorafgegaan aan de beslissing op de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf, verzocht is een bedrag van € 390,=.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toelichting</emphasis>
        <?linebreak?>Namens de verzoeker is aangevoerd dat hij 3 dagen gedetineerd is geweest in afwachting van de beslissing op de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf. Op 8 juli 2024 is van het gedeelte van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dat nog openstond, de gehele tenuitvoerlegging bevolen. Vanaf dat moment dacht verzoeker dat er geen bijzondere voorwaarden meer van kracht waren. Kort hierna is hij aangehouden vanwege overtreding van het locatieverbod dat (eerder) van kracht was. Hierop heeft de officier van justitie de voorlopige tenuitvoerlegging gevorderd. De rechter-commissaris heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, gelet op de eerdere beslissing van de rechtbank van 8 juli 2024. Dat deze beslissing nog niet was verwerkt in de politiesystemen dient niet voor rekening te komen van verzoeker. Hij heeft ten onrechte 3 dagen doorgebracht op het politiebureau. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 530 Sv</emphasis>
      </para>
      <para>Voorts is verzocht dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor:</para>
    </parablock>
    <para>- kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 680,=.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt officier van justitie </title>
    <para>De officier van justitie verzet zich tegen toekenning van de gevraagde vergoeding. Er zijn geen gronden van billijkheid. Het OM is eerder niet-ontvankelijk verklaard, omdat al definitief was beslist op de vordering. Desalniettemin heeft verzoeker het locatieverbod overtreden. Dit is laakbaar gedrag. Dat de vordering niet meer gelast kon worden, maakt dat niet anders. Bovendien was de beslissing tot tenuitvoerlegging nog niet onherroepelijk, waardoor het locatieverbod nog van kracht was.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De rechter-commissaris heeft op 15 juli 2024 beslist dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf, opgelegd aan de verzoeker bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 2 mei 2023. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 537 Sv</emphasis>
      </para>
      <para>Vooropgesteld wordt dat ingevolge artikel 537 Sv aan de verzoeker een vergoeding ten laste van de Staat kan worden toegekend voor schade die hij ten gevolge van vrijheidsbeneming voorafgegaan aan de beslissing op de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging heeft geleden indien de vordering is afgewezen of de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering. De toekenning van een dergelijke vergoeding heeft ingevolge het van toepassing verklaarde artikel 534 Sv plaats indien hiervoor naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de feiten volgt dat de officier van justitie door de rechter-commissaris niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging, omdat bij beslissing van </para>
      <para>8 juli 2024 van deze rechtbank reeds de tenuitvoerlegging is gelast van het (resterende) voorwaardelijke strafdeel waarvan de officier van justitie de voorlopige tenuitvoerlegging vorderde. De rechtbank ziet gronden van billijkheid om aan de verzoeker de gevraagde vergoeding toe te kennen. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen laakbaar gedrag nu het betrokken locatieverbod niet meer gold. Voor indiening van de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging bestond geen grond en dat de officier van justitie daarvan niet tijdig op de hoogte was komt niet voor rekening van de verzoeker. Hij heeft ten onrechte drie dagen vast gezeten en de verzochte schadevergoeding zal dan ook worden toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verzoek artikel 530 Sv</emphasis>
      </para>
      <para>Verzocht is om vergoeding van kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 530 Sv ingediende verzoekschrift.</para>
      <para>Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 530 Sv ingediende verzoekschrift de gevraagde vergoeding van € 680,= toe te kennen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">t.a.v. het onder RK-nummer 24-019025 ingeschreven verzoek:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 390,= </para>
      <para>(zegge: driehonderdnegentig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">t.a.v. het onder RK-nummer 24-019026 ingeschreven verzoek:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 680,= </para>
      <para>(zegge: zeshonderdtachtig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door:</para>
      <para>mr. A.M.G. van de Kragt, rechter, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank, enkelvoudige raadkamer, van 11 oktober 2024</para>
      <para>(RK-nummer: 24-019025) is op de voet van artikel 537 Sv aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam verzoeker] , verzoeker,</title>
    <para>geboren te [geboorteplaats]  op [geboortedatum] 1976,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>een vergoeding uit ’s Rijks kas toegekend van € 390,= (zegge: driehonderdnegentig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op IBAN-rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van St. Derdengelden Newoor &amp; Purperhart Advocaten, o.v.v. [naam verzoeker] /OM schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit bevelschrift is afgegeven op 11 oktober 2024 door mr. A.M.G. van de Kragt, rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank, enkelvoudige raadkamer, van 11 oktober 2024</para>
      <para>(RK-nummer: 24-019026) is op de voet van artikel 530 Sv aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam verzoeker] , verzoeker,</title>
    <para>geboren te [geboorteplaats]  op [geboortedatum] 1976,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>een vergoeding uit ’s Rijks kas toegekend van € 680,= (zegge: zeshonderdtachtig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op IBAN-rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van St. Derdengelden Newoor &amp; Purperhart Advocaten, o.v.v. [naam verzoeker] /OM schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit bevelschrift is afgegeven op 11 oktober 2024 door mr. A.M.G. van de Kragt, rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>RECHTBANK ROTTERDAM</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2 </para>
      <para>t.a.v. de bijzondere raadkamer </para>
      <para>email: bijzondere.raadkamer.rb.rotterdam@rechtspraak.nl</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AFSTANDSVERKLARING</emphasis> van gemachtigd raadsman/vrouw</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. ………………………… raadsman/vrouw* van ………………………</para>
      <para>
        <?linebreak?>verder te noemen verzoeker verklaart hierbij:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij/zij kennis heeft genomen van de beschikking(en) ex artikel(en) 533 (oud 89) en / of 530 (oud 591a) van het Wetboek van Strafvordering gegeven d.d. ………………… op verzoek van verzoeker voornoemd;</para>
      <para>dat hij/zij namens verzoeker instemt met het niet betekenen van de hierboven genoemde <?linebreak?>beschikking(en) aan verzoeker;</para>
      <para>dat hij/zij namens verzoeker afstand doet van het recht om hoger beroep aan te tekenen tegen de hierboven genoemde beschikking(en);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondertekening:</para>
      <para>Naam 							Plaats ondertekening</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>…………………….					……………………..	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum ondertekening</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>…………………….</para>
      <para>*doorhalen wat niet van toepassing is</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>