<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:11352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-25T11:39:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/960236-18 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2024112105</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2024-2429</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11352">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:11352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-14T15:27:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:11352 Rechtbank Rotterdam , 12-11-2024 / 10/960236-18 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:11352:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zaak 26Oakmont (ontneming). Niet-ontvankelijkheidverklaring officier van justitie in de vordering tot ontneming gelet op artikel 74 AWR. Bij separaat vonnis van deze rechtbank van 12 november 2024 is de veroordeelde veroordeeld voor gewoontewitwassen en eenvoudig witwassen. De veroordeelde heeft gehandeld in Encrochat-telefoons en daarmee een groot geldbedrag verdiend. Over dit verdiende geld heeft de verdachte geen belasting afgedragen en daarmee zijn verplichting tot het betalen van belastingen ontdoken. De veroordeelde is dus – kort gezegd – veroordeeld voor een strafbaar feit waaraan een belastingdelict ten grondslag ligt. Omdat het geldbedrag dat de veroordeelde met de handel in Encrochat-telefoons heeft verdiend en waarop de berekening wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd rechtstreeks voortvloeit uit een belastingdelict is de officier van justitie gelet op artikel 74 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:11352:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/960236-18 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak: 12 november 2024 </para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] , [postcode] [woonplaats] ,</para>
      <para>raadsman mr. R.D.A. van Boom, advocaat in Utrecht.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para>Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2024 en 29 oktober 2024, gelijktijdig met het onderzoek van de strafzaak, en op 12 november 2024. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Vordering</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie mr. M.M. Egberts strekt tot:</para>
    <para>- het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op een bedrag van € 863.734,91;</para>
    <para>- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van voornoemd bedrag ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is gebaseerd op artikel 36e, tweede lid, Sr. Volgens de officier van justitie is sprake van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van het strafbare feit waarvoor de veroordeelde is veroordeeld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunt verdediging </title>
    <para>De verdediging heeft (onder andere) gewezen op het bepaalde in artikel 74 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, inhoudende dat ter zake van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten artikel 36e Sr geen toepassing vindt. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel </title>
    <para>Bij separaat vonnis van deze rechtbank van 12 november 2024 is de veroordeelde veroordeeld voor gewoontewitwassen en voor eenvoudig witwassen. Volgens dit vonnis heeft de veroordeelde gehandeld in Encrochat-telefoons en daarmee een groot geldbedrag verdiend. De veroordeelde heeft een groot deel van het verdiende geld uit misdrijf verkregen door over de verdiensten van de handel in Encrochat-telefoons geen omzet- en inkomstenbelasting af te dragen, hoewel hij daartoe wel was gehouden. Hij heeft dat geld witgewassen door de bedragen die hij aan de belastingdienst had moeten afdragen te herinvesteren in zijn bedrijf en daarvan privébetalingen te doen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is dus – kort gezegd – veroordeeld voor een strafbaar feit waaraan een belastingdelict ten grondslag ligt. De verdediging heeft in dit verband terecht gewezen op het bepaalde in artikel 74 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (hierna: AWR), namelijk dat artikel 36e Sr niet van toepassing is op bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten. Deze uit artikel 74 AWR voortvloeiende beperking houdt ermee verband dat de overheid beschikt over een eigen instrumentarium om uit de belastingwet voortvloeiende schulden in te vorderen om zo het nadeel dat de overheid lijdt als gevolg van het bij de belastingwet strafbaar gestelde feit ongedaan te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het geldbedrag dat de veroordeelde met de handel in  Encrochat-telefoons heeft verdiend en waarop de berekening wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd rechtstreeks voortvloeit uit een belastingdelict is de officier van justitie gelet op artikel 74 AWR niet-ontvankelijk in de vordering. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.L.M. Boek, voorzitter, </para>
      <para>en mrs. A.S. Flikweert en H.J. de Kraker, rechters, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier, </para>
      <para>en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>