<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:1133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-08T15:43:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10789753 CV EXPL 23-29895</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1133">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:1133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-08T15:43:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:1133 Rechtbank Rotterdam , 16-02-2024 / 10789753 CV EXPL 23-29895</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:1133:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Achterstand eigen risico zorgverzekering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:1133:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10789753 CV EXPL 23-29895
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 16 februari 2024
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
CZ Zorgverzekeringen N.V.
</emphasis>
en
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
Onderlinge Waarborgmaatschappij CZ groep U.A.
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: Tilburg,
</para>
<para>
eisende partij,
</para>
<para>
gemachtigde: Flanderijn,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde partij,
</para>
<para>
die zelf procedeert.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘CZ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 6 september 2023, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de akte van CZ van 8 januari 2024, met bijlagen.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 18 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was namens CZ mevrouw [naam01] (debiteurenbeheer) aanwezig. Ondanks dat [gedaagde01] is opgeroepen voor deze zitting, is zij niet verschenen.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat de zaak over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Deze zaak gaat over het eigen risico bij ziektekosten van [gedaagde01] in 2022. CZ stelt dat [gedaagde01] een deel van het eigen risico heeft gebruikt en dat niet heeft (terug)betaald aan de zorgverzekeraar. CZ eist € 337,25 met rente en kosten. [gedaagde01] stelt dat CZ fouten heeft gemaakt, dat ze onterecht is aangemeld bij het CAK en dat het CAK haar nog een deel moet terugbetalen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De kantonrechter wijst de eis van CZ volledig toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Eigen risico in 2022
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<parablock>
<para>
[gedaagde01] moet € 337,25 aan eigen risico betalen. Zij heeft in 2022 ziektekosten gemaakt. Haar zorgverzekeraar CZ heeft de ziektekosten vergoed aan de zorgverleners. Een deel van de ziektekosten valt onder het (wettelijk verplicht) eigen risico, dat [gedaagde01] zelf moet betalen. Het gaat om € 337,25 in totaal.
</para>
<para>
Of en welke fouten er zouden zijn gemaakt door CZ is niet duidelijk. CZ betwist dat ook. Het is ook niet duidelijk wat voor gevolgen die fouten dan zouden hebben voor het bedrag aan eigen risico dat [gedaagde01] moet betalen aan CZ. [gedaagde01] heeft daar niets over gezegd. Als [gedaagde01] nog een bedrag tegoed heeft van CAK, moet zij dat met CAK regelen. CZ staat daar buiten.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Rente
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
De rente wordt toegewezen, omdat CZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat rente moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist. Door CZ is de rente tot 6 september 2023 berekend op (€ 1,36 + € 1,81 =) € 3,17.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Incassokosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
De incassokosten van € 50,59 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van CZ op € 130,64 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht, € 164,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,00) en € 41,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 463,64. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaar bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan CZ te betalen € 391,01 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 337,25 vanaf 6 september 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van CZ worden begroot op € 463,64;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
34286
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>