<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:10899</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-04T15:20:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11025046 CV EXPL 24-8836</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10899">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10899</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-04T15:18:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:10899 Rechtbank Rotterdam , 27-09-2024 / 11025046 CV EXPL 24-8836</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:10899:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet. Huurzaak. Toewijzing eis tot ontbinding huurovereenkomst i.v.m. huurachterstand, overlast en hennepkweek met een gevaarlijke elektrische installatie in de woning. Veroordeling tot ontruiming woning en betaling huurachterstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:10899:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11025046 CV EXPL 24-8836</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 27 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie, </para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Jansen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 1], die handelt onder de naam</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [handelsnaam], </emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: [plaatsnaam 1],</para>
      <para>in haar hoedanigheid van bewindvoerder van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [plaatsnaam 2],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Raaijmakers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij worden hierna ‘SOR’, ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 22 december 2023, met bijlagen 1 tot en met 10;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verstekvonnis van deze rechtbank van 31 januari 2024 met zaaknummer </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>10858246 CV EXPL 23-33940;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de verzetdagvaarding van 11 maart 2024 met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen 1 tot en met 3;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord in reconventie, met bijlagen 11 tot en met 19.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 28 augustus 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: </para>
      <para>- [naam 1], woonregisseur, en [naam 2], beheerder bij SOR, met </para>
      <para>mr. Jansen;</para>
      <para>- [gedaagde 2], in het bijzijn van zijn zwager [naam 3], met mr. Raaijmakers.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] huurt vanaf 15 november 2022 een woning van SOR. Omdat [gedaagde 2] een huurachterstand heeft laten ontstaan en er sprake is van overlast door hem, is hij gedagvaard. Geëist is de huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagde 2] te veroordelen tot ontruiming van de woning en betaling van de achterstand en (een bedrag gelijk aan) de maandelijkse huur, met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij genoemd verstekvonnis is de eis toegewezen. Omdat [gedaagde 1] is aangesteld als bewindvoerder over de gelden en goederen van [gedaagde 2] heeft zij tegen het verstekvonnis verzet ingesteld. [gedaagde 1] wil vernietiging van dat vonnis, want zij is het niet eens met de beslissingen. [gedaagde 1] vindt dat de eisen moeten worden afgewezen en heeft tegeneisen ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis, omdat de uitkomst nu wat anders is, maar de geëiste ontbinding en ontruiming wordt opnieuw toegewezen. De tegeneis van [gedaagde 1] wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">In conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] moet een huurachterstand van € 1.508,33 betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] wordt veroordeeld om € 1.508,33 aan huurachterstand tot en met de maand augustus 2024 aan SOR te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De huurovereenkomst wordt ontbonden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat op meerdere manieren tekort geschoten is in de nakoming van verplichtingen (artikel 6:265 BW). [gedaagde 2] was verplicht om de huur op tijd te betalen, maar heeft dat niet gedaan. De huurachterstand bedroeg drie maanden huur ten tijde van de dagvaarding. Daarin is gedurende lange tijd geen verandering getreden. Pas kort voor de zitting is een extra huurbetaling gedaan. Daarnaast heeft [gedaagde 2] zich niet als goed huurder gedragen (artikel 7:213 BW) en de woning gebruikt voor doeleinden waarvoor deze niet bestemd is (artikel 7:214 BW). Vaststaat namelijk dat hij overlast voor omwonenden veroorzaakt heeft. Daarnaast is tijdens deze procedure een hennepkwekerij in zijn woning ontdekt. [gedaagde 2] hoopte daarmee een extraatje te kunnen verdienen. Bij ontmanteling van de kwekerij is geconstateerd dat in de meterkast een niet geaarde kabel was aangesloten, waarmee stroom illegaal is afgetapt. Dit heeft een gevaarlijke situatie opgeleverd voor de woning en omwonenden. Dit alles is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen.<footnote-ref linkend="_25d4b1d4-dbb5-4ee5-8438-09632cf614e3" /> De omstandigheden die van de zijde van [gedaagde 2] zijn aangevoerd, leiden niet tot een andere uitkomst. Daarbij weegt mee dat de aangevoerde medische omstandigheden niet zijn onderbouwd en enigszins in het verleden lijken te liggen. De verslavingsproblematiek is ernstig maar van SOR kan niet gevergd worden om nog langer met [gedaagde 2] als huurder verder te moeten. Daarin weegt mee dat SOR zich richt op ouderen, een doelgroep die eerder overlast ervaart van mensen die ongewenst gedrag vertonen als gevolg van verslaving. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] moet de woning ontruimen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde 1] ervoor zorg dragen dat de woning verlaten wordt door [gedaagde 2] met al zijn spullen. Dat moet gebeuren binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] moet huur en een gebruiksvergoeding betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Tot de ontbinding van de huurovereenkomst moet [gedaagde 1] huur betalen en vanaf de ontbinding tot en met de dag van de ontruiming moet zij een gebruiksvergoeding betalen van thans € 768,23 per maand (artikel 7:225 BW). SOR heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde 1]  een vergoeding moet betalen na de ontruiming voor de rest van die maand. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] moet incassokosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De incassokosten van € 269,87 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] moet rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De rente wordt toegewezen, omdat SOR genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde 1] dat niet heeft betwist. Het gaat om € 13,73 plus de rente over de huurachterstand van € 2.214,15 vanaf 18 december 2023, welk bedrag openstond ten tijde van de dagvaarding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt de kosten die [gedaagde 1] aan SOR moet betalen vast op € 129,14 aan dagvaardingskosten, € 372,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.011,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De informatiekosten van € 0,59 zijn niet toewijsbaar, nu niet gehandeld is overeenkomstig artikel 9 Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vernietiging verstekvonnis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De uitkomst is anders dan in het verstekvonnis, omdat een lager bedrag aan openstaande huur wordt toegewezen. Daarom wordt het verstekvonnis vernietigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">In reconventie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afwijzing tegeneis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>De eis wordt afgewezen. Geen grond wordt gezien waarom SOR een zogenoemde tweede kans overeenkomst zou moeten aanbieden aan [gedaagde 2]. Dat geldt ook voor de subsidiaire eis dat SOR hem een passende woning moet aanbieden. Wat betreft de meer subsidiaire eis, om SOR te veroordelen tot het geven van voldoende tijd aan [gedaagde 2] om zelf alternatieve woonruimte te vinden, wordt overwogen dat de benodigde tijd onbepaalbaar is en dat onder de gegeven omstandigheden niet van SOR gevergd kan worden dat zij langer moet wachten op ontruiming dan de hierboven gestelde termijn.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde 1] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt de kosten die [gedaagde 1] aan SOR moet betalen vast op € 204,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal </para>
        <para>€ 306,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">In conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat SOR dat eist en [gedaagde 1] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">In conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>vernietigt het op 31 januari 2024 gewezen verstekvonnis met zaaknummer </para>
        <para>10858246 CV EXPL 23-33940;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] om aan SOR te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 1.508,33 aan huurachterstand tot en met de maand augustus 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 13,73 aan rente tot 18 december 2023 en de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 2.214,15 vanaf 18 december 2023 tot de dag dat volledig is betaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 269,87 aan incassokosten;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst tussen SOR en [gedaagde 2] en veroordeelt [gedaagde 1] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde 2] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van SOR te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] om vanaf 1 september 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan SOR te betalen € 768,23 per maand met de verhoging die is toegestaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, die aan de kant van SOR worden vastgesteld  op € 1.011,14;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">In reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst de eis af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten, die aan de kant van SOR worden vastgesteld op € 306,-;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">In conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_25d4b1d4-dbb5-4ee5-8438-09632cf614e3" label="1">
    <para> Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>