<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:10896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-04T14:46:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11107205 CV EXPL 24-12783</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10896">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10896</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-04T14:43:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:10896 Rechtbank Rotterdam , 13-09-2024 / 11107205 CV EXPL 24-12783</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:10896:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incasso premie ziektekostenverzekering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:10896:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11107205 CV EXPL 24-12783</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 13 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>CZ Zorgverzekeringen N.V., en</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats beiden: Tilburg,</para>
      <para>eiseressen, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘CZ’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 21 maart 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek tevens vermindering van eis, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van CZ. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Waar gaat het om? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] de premie van zijn ziektekostenverzekering in de maanden juli en augustus 2023 niet betaald had, is hij gedagvaard door CZ om op 22 mei 2024 ter zitting bij de rechtbank te verschijnen. Geëist is hem te veroordelen tot betaling van € 263,80 aan hoofdsom (tweemaal € 131,90 aan premie), € 3,90 en € 3,86 aan rente tot 21 maart 2024 (datum dagvaarding), plus de rente over de hoofdsom nadien, € 40,- aan incassokosten, en de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De dag vóór de zitting heeft [gedaagde] € 263,80 aan hoofdsom en € 7,76 aan rente </para>
        <para>(€ 3,90 + € 3,86) betaald. De betaling is reden geweest voor CZ om haar eis te verminderen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>CZ eist nu om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan haar van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de rente over de hoofdsom van € 263,80 vanaf 21 maart 2024 (datum dagvaarding) tot 21 mei 2024 (de datum waarop betaald is, te weten de dag vóór de eerst dienende dag);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 40,- aan incassokosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de proceskosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Wat vindt de kantonrechter hiervan?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toewijzing rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Niet weersproken is dat [gedaagde] de rente over het bedrag van € 263,80 vanaf 21 maart 2024 tot 21 mei 2024 nog niet betaald heeft, terwijl hij deze rente wel verschuldigd is aan CZ. Daarom wordt hij tot betaling hiervan veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afwijzing incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het geëiste bedrag van € 40,- aan incassokosten wordt afgewezen, omdat de ontvangst door [gedaagde] van de 14-dagenbrief van 7 september 2023 is betwist. Gelet hierop had CZ niet alleen feiten of omstandigheden dienen te stellen waaruit volgt dat de brief door haar verzonden is naar een adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde]  aldaar door haar kon worden bereikt, maar ook dat de brief aldaar is aangekomen.<footnote-ref linkend="_a8f440bd-8e0e-4c3e-a380-441d33eb98c8" /> Dat laatste is niet gebeurd, want bij repliek zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de brief is aangekomen op het adres van [gedaagde]. Omdat onvoldoende gesteld is om te kunnen concluderen dat de 14-dagenbrief [gedaagde] heeft bereikt, heeft die brief niet de daarmee beoogde werking gehad, zodat de daarin aangezegde incassokosten van € 40,- niet toewijsbaar zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van CZ vast op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 205,- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 513,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Wat de proceskosten betreft weegt in het nadeel van [gedaagde] mee dat hij zolang gewacht heeft met het betalen van de openstaande premiebedragen dat CZ redelijkerwijs ertoe is kunnen overgaan hem te dagvaarden. De omstandigheid dat [gedaagde] daags voor de eerste zittingsdag alsnog betaald heeft, brengt niet met zich dat de proceskosten die CZ heeft moeten maken voor haar rekening dienen te blijven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat CZ dat eist en [gedaagde]  daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan CZ te betalen de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 263,80 vanaf 21 maart 2024 tot 21 mei 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van CZ worden vastgesteld op € 513,39;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a8f440bd-8e0e-4c3e-a380-441d33eb98c8" label="1">
    <para> Hoge Raad 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>