<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:10488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T09:30:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11196727 VV EXPL 24-340</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T09:28:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:10488 Rechtbank Rotterdam , 28-08-2024 / 11196727 VV EXPL 24-340</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:10488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Verstek. Ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:10488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11196727 VV EXPL 24-340</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 28 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Postma,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 5 augustus 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>producties 1 tot en met 6.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 14 augustus 2024 is de zaak op zitting behandeld. Mr. Postma is met de moeder van eiser verschenen. Gedaagde is niet verschenen. Tegen gedaagde wordt verstek verleend. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van eiser volgt dat deze spoed aanwezig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 139 Rv bepaalt dat in een verstekzaak de vordering van eiser wordt toegewezen, tenzij de rechter de vordering ongegrond of onrechtmatig voorkomt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vordering van eiser komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Uit de overgelegde en niet betwiste stukken blijkt dat tussen eiser en gedaagde met betrekking tot de woning aan de [adres] te Capelle aan den IJssel (de woning) een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar is gesloten met ingang van 7 april 2023. Die termijn is inmiddels verstreken en eiser heeft gedaagde daar tijdig en conform de huurovereenkomst op gewezen. Het is dus aannemelijk dat de bodemrechter – als het tot een bodemzaak zou komen – zal concluderen dat gedaagde (en haar familie) zonder recht of titel in de woning verblijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op zitting is namens eiser verteld dat gedaagde in de woning verblijft met haar man en één of meer minderjarige kinderen. De kantonrechter heeft ambtshalve overwogen of en hoe de belangen van de kinderen meegewogen moeten worden. Op zitting is ook gebleken dat niet alleen de termijn van de huurovereenkomst is verstreken. Ook is namens eiser aangevoerd dat de huur niet wordt betaald en er sprake is van overlast en schade aan de woning. Zo is er sprake van een lekkage vanuit de woning naar de benedenverdieping en eiser wordt de toegang tot de woning ontzegt. Daardoor kan de lekkage niet worden verholpen. In die situatie kunnen de belangen van de kinderen – waarover verder geen concrete informatie bekend is – niet aan een ontruiming in de weg staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De ontruimingsvordering wordt daarom toegewezen. De kantonrechter bepaalt de ontruimingstermijn op veertien dagen na het wijzen van dit vonnis. Gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden (niet betalen huur, overlast en schade), ziet de kantonrechter geen aanleiding voor een langere ontruimingstermijn. In die afweging is het belang van de in de woning tevens verblijvende minderjarige kinderen meegewogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De gevorderde dwangsom wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming heeft eiser een titel om zelf, via de weg van de reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan en onvoldoende is onderbouwd op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. Uit de door eiser gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan eiser vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gedaagde moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Gedaagde moet de proceskosten betalen, omdat zij grotendeels ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van eiser op € 135,97 aan dagvaardingskosten, € 87,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 900,97. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het staat eiser vrij om deze vordering te verrekenen met de waarborgsom.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat eiser dat eist (artikel 233 Rv). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] te Capelle aan den IJssel te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege gedaagde bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van eiser te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 900,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>1734/1876</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>