<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:10325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-23T10:33:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/684763 / KG ZA 24-817</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10325">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-23T10:32:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:10325 Rechtbank Rotterdam , 24-09-2024 / C/10/684763 / KG ZA 24-817</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:10325:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Geldvordering. Toewijzing bij verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:10325:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="55204921-d04a-43c8-8ff3-6643e9c29365" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="36226082-d333-4d89-8fad-7fa550cd447a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/684763 / KG ZA 24-817</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 24 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. B. Ivanov-Petkova te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Vlaardingen,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ook [eiseres] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 29 augustus 2024, met 13 producties. De nagekomen producties 14 en 15 worden buiten beschouwing gelaten, omdat [eiseres] deze niet aan [gedaagde] heeft gezonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 september 2024.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert in dit kort geding betaling door [gedaagde] van € 357.047,61 (incl. btw) aan openstaande facturen. Deze vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daartoe wordt het volgende overwogen.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de vordering van [eiseres], gelet op de onderbouwing daarvan en de overgelegde stukken, voldoende aannemelijk. Daar komt bij dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. [eiseres] heeft, zo stelt zij, gegronde redenen om aan te nemen dat [gedaagde] binnen afzienbare tijd wordt ontbonden. Daarnaast heeft [eiseres] toegelicht dat de continuïteit van haar onderneming in gevaar is. Zij heeft meerdere jaren (vrijwel) uitsluitend werkzaamheden voor [gedaagde] verricht, waardoor haar bestaan op dit moment afhankelijk is van betalingen door [gedaagde]. Het is namelijk niet eenvoudig gebleken om op korte termijn soortgelijke projecten aan te trekken. Omdat [gedaagde] sinds 27 april 2024 niet meer betaalt en de financiële buffer van [eiseres] opraakt, dreigt het faillissement van [eiseres]. Inmiddels heeft ook de Belastingdienst zich bij [eiseres] gemeld en bankbeslag gelegd. Het restitutierisico van [gedaagde] staat om voornoemde redenen niet aan de toewijsbaarheid van de vordering in de weg.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat tijdens de mondelinge behandeling namens [eiseres] is verklaard dat deze niet zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (incl. nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding:		€    112,37</para>
      <para>- griffierecht:		€    688,00</para>
      <para>- salaris advocaat:	€    715,00</para>
      <para>- nakosten:		<emphasis role="underline">€    178,00</emphasis> (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal:			€ 1.693,37</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent verstek tegen [gedaagde],</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 357.047,61 (incl. btw) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 27 april 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.693,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2024.</para>
        <para>[2917/106]</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>