<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2024:10319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-21T08:37:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11010673_30082024</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10319">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2024:10319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-21T08:30:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2024:10319 Rechtbank Rotterdam , 30-08-2024 / 11010673_30082024</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2024:10319:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot betaling bedrag aan premies ziektekostenverzekering en eigen risico.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2024:10319:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 11010673 CV EXPL 24-8324</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 30 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>ASR Basis Ziektekostenverzekeringen N.V., en</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. ASR Aanvullende Ziektekostenverzekeringen N.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Groningen,</para>
      <para>eiseressen, </para>
      <para>gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die nu weer zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ASR’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 5 maart 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek tevens vermeerdering van eis, met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld te concluderen voor dupliek en te reageren op de vermeerdering van eis, maar heeft dat niet gedaan. De datum van de uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is de kern? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>ASR eist veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan haar van bedragen aan premie voor basis en aanvullende ziektekostenverzekering en eigen risico voor verleende zorg, plus rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eis wordt grotendeels toegewezen. Dit wordt hierna toegelicht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ziektekostenverzekering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Vastgesteld wordt dat [gedaagde] bij ASR verzekerd is geweest voor ziektekosten. Het betrof een basisziektekostenverzekering en een aanvullende ziektekostenverzekering. [gedaagde] heeft dat betwist, maar in reactie op zijn verweer, heeft ASR onderbouwd met stukken gemotiveerd uiteengezet dat [gedaagde] bij haar verzekerd is geweest. Daarop heeft [gedaagde] vervolgens niet gereageerd. Daarom wordt ervan uitgegaan dat wat ASR hierover stelt klopt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de hoofdsom betalen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De geëiste hoofdsom van € 603,91 wordt toegewezen. Na de eisvermeerdering </para>
        <para>gaat het om € 488,91 aan premies plus € 115,- aan eigen risico. Hierover het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij antwoord heeft [gedaagde] in twijfel getrokken dat hij het bedrag van € 488,91 verschuldigd is aan ASR. Vraagtekens zijn geplaatst bij de hoogte van de geëiste premiebedragen, die tezamen leiden tot het bedrag van € 488,91. Dit verweer heeft ertoe geleid dat ASR bij repliek de bedragen die zij heeft geëist gemotiveerd heeft toegelicht. Daarop heeft [gedaagde] niet gereageerd. Daarom wordt ervan uitgegaan dat het geëiste bedrag  klopt. [gedaagde] heeft niet aangetoond dat hij het bedrag van € 488,91 heeft betaald. Daarom is het bedrag toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij repliek is de eis vermeerderd met voormeld bedrag van € 115,-. Het bedrag is niet betwist. Daarom is ook dit bedrag toewijsbaar.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de rente betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De geëiste rente wordt toegewezen. Het gaat om € 59,27. Omdat de bedragen van </para>
        <para>€ 488,91 en € 115,- opeisbaar zijn en [gedaagde] in verzuim is met de betaling ervan, is de wettelijke rente erover verschuldigd. Over het eerste bedrag gaat het om € 46,69 tot 27 februari 2024. Over het tweede bedrag gaat het om € 12,58 tot 15 mei 2024. De rente over </para>
        <para>€ 488,91 en € 115,- na genoemde data wordt ook toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet een deel van de incassokosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Toegewezen wordt € 48,40 aan incassokosten inclusief BTW om de volgende redenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Na de eisvermeerdering bedragen de gevorderde incassokosten inclusief BTW </para>
        <para>€ 137,14. Bij voormeld bedrag van € 488,91 gaat het om € 88,74 aan incassokosten (€ 73,34 + € 15,40 BTW). Bij voormeld bedrag van € 115,- gaat het om 48,40 aan incassokosten </para>
        <para>(€ 40,- + 8,40 BTW). Tezamen € 137,14, maar dat bedrag is niet geheel toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Het oorspronkelijk gevorderde bedrag van € 88,74 wordt afgewezen, omdat de ontvangst van de 14-dagenbrief van 9 augustus 2023 is betwist. Gelet hierop had ASR niet alleen feiten of omstandigheden dienen te stellen waaruit volgt dat de brief door haar verzonden is naar een adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde] aldaar door haar kon worden bereikt, maar ook dat de brief aldaar is aangekomen.<footnote-ref linkend="_25201f3b-fadb-4377-bdc4-9ffb3ad4e731" /> Dat laatste is niet gebeurd, want bij repliek zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de brief is aangekomen op het adres waar [gedaagde] toentertijd stond ingeschreven. Omdat onvoldoende gesteld is om te kunnen concluderen dat de 14-dagenbrief [gedaagde] heeft bereikt, heeft die brief niet de daarmee beoogde werking gehad, zodat de daarin aangezegde incassokosten van € 88,74 niet toewijsbaar zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Bij repliek is de eis wat betreft de incassokosten vermeerderd met voormeld bedrag van € 48,40. Deze incassokosten zijn niet betwist, dus ook niet de verzending en ontvangst van de 14-dagenbrief van 22 juni 2022. Omdat verder aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW), is het bedrag van € 48,40 toewijsbaar.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde] moet de proceskosten betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>
        [gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van ASR vast op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 328,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 802,89. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat ASR dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan ASR te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 603,91 aan hoofdsom;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 59,27 aan verschuldigd geworden rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 488,91 vanaf</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>27 februari 2024 tot de dag dat volledig is betaald; </para>
      <para>- de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 115,- vanaf </para>
      <para>15 mei 2024 tot de dag dat volledig is betaald; </para>
      <para>- € 48,40 € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van ASR worden vastgesteld op € 802,89;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst al het andere af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>465</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_25201f3b-fadb-4377-bdc4-9ffb3ad4e731" label="1">
    <para> Hoge Raad 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>