<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:7031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-08T08:55:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 22/1075 en  FT EA 22/1076</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=287a&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 287a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:7031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:7031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-08T08:52:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:7031 Rechtbank Rotterdam , 10-02-2023 / FT EA 22/1075 en  FT EA 22/1076</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:7031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek dwangakkoord toewijzen. Prognoseakkoord</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:7031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank Rotterdam
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team insolventie
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
rekestnummer: [nummer01] en [nummer02]
</para>
<para>
uitspraakdatum: 10 februari 2023
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verzoekster01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende te [adres01]
</para>
<para>
[postcode01] [plaats01] ,
</para>
<para>
verzoekster.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Verzoekster heeft op 2 december 2022, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeisers, te weten:
</para>
</parablock>
<para>
- FedEx;
</para>
<para>
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Ter zitting van 2 februari 2023 zijn verschenen en gehoord:
</para>
</parablock>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
verzoekster;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
mevrouw [naam01] , werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening).
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
<parablock>
<para>
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De uitspraak is bepaald op heden.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
Het verzoek
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift veertien schuldeisers, waarvan twee preferente en twaalf concurrente schuldeisers met dertien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 10.196,90 van verzoekster te vorderen.
</para>
<para>
Verzoekster heeft bij brief van 16 augustus 2022 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 24,78% aan de preferente schuldeisers en 12,39% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster heeft via Stroomopwaarts een cursus voor klantenservice medewerker gevolgd en inmiddels succesvol afgerond. Verzoekster is nu in contact met een werkbemiddelaar, die gaat voor haar op zoek naar een passende baan binnen de klantenservice branche. Daarnaast is verzoekster zelf aan het solliciteren, dit heeft zij ter zitting aangetoond. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels tijdig voldaan.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Dertien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. FedEx stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 200,00 op verzoekster, welke 1,96% van de totale schuldenlast beloopt.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
Het verweer
</title>
<para />
<parablock>
<para>
FedEx heeft in de eerdere contacten met schuldhulpverlening niet inhoudelijk gereageerd op het voorstel. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft FedEx ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van FedEx bij haar weigering vast.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of FedEx in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van FedEx een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 1,96%.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk dertien van de veertien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Stroomopwaarts. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk. Verzoekster is wel actief op zoek naar een baan. Zij heeft een cursus voor klantenservice medewerker gevolgd en succesvol afgerond en ze is nu met een werkbegeleider op zoek naar een baan. Verzoekster heeft aangetoond dat zij daarnaast ook zelf nog solliciteert. Indien verzoekster een baan vindt en dus meer inkomen zal genereren, zal verzoekster meer kunnen aflossen aan de schuldeisers.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoekster het maximale ten behoeve van haar schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Verzoekster heeft een cursus ‘omgaan met geld’ gevolgd en zij vult elke maand een budgetboekje in. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van FedEx, die geweigerd heeft in te stemmen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het verzoek om FedEx te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
FedEx zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
- beveelt FedEx om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
</para>
<para />
<para>
- veroordeelt FedEx in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
</para>
<para />
<para>
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
</para>
<para />
<para>
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
</para>
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para>
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
</para>
<para>
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2023.
<footnote-ref linkend="_c7f9c6c0-1b37-401f-8d7e-e46f771a9521" />
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
</section>
<footnote id="_c7f9c6c0-1b37-401f-8d7e-e46f771a9521" label="1">
<para>
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.
</para>
<para />
</footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>