<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:6963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-17T10:12:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/662336 / KG ZA 23-663</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6963">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6963</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-17T09:52:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:6963 Rechtbank Rotterdam , 28-07-2023 / C/10/662336 / KG ZA 23-663</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:6963:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Geschil over externe harde schijven in verzegelde container. Subsidiaire vordering toegewezen conform de tussen partijen gemaakte afspraken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:6963:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="4e6996a8-baa5-4ef9-8edd-dcbec1439a6f" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="f0041729-29c9-4c24-89dd-d4ab0fa091a3" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/662336 / KG ZA 23-663
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van 28 juli 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
BOLIDT KUNSTSTOFTOEPASSING B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
advocaat: mr. S.A. Tan te Rotterdam,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te Dordrecht,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
advocaat: mr. C.C. Roza te Amsterdam.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen worden hierna Bolidt en [gedaagde01] genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 19 juli 2023, met producties 1 tot en met 5,
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de producties 1 tot en met 7 van [gedaagde01] ,
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de pleitnota van mr. Roza.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 juli 2023. Naast partijen en hun advocaten is deurwaarder [naam01] daarbij aanwezig geweest.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De feiten
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Bij vonnis van 30 juni 2023 (zaaknummer C/10/661095 / KG ZA 23-577, hierna: het vonnis) heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank in een kort geding tussen partijen, voor zover van belang, beslist:
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
“
<emphasis role="bold">
5. De beslissing
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
De voorzieningenrechter
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt Bolidt om binnen een uur na betekening van dit vonnis aan de transporteur de opdracht te geven om container [containernummer01] verzegeld te laten (dan wel opnieuw te verzegelen) en te versturen naar de [adres01] te [plaats01] ;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt Bolidt om container [containernummer01] na aankomst verzegeld in het
<emphasis role="italic">
loading dock
</emphasis>
te laten staan totdat deze door partijen in elkaars aanwezigheid wordt ontzegeld, alsmede te bewerkstelligen dat de persoonlijke eigendommen van [gedaagde01] op pallet # 12 - 90363160 op dat moment aan hem worden overhandigd;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
veroordeelt Bolidt om aan [gedaagde01] een dwangsom te betalen van € 1.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 en/of 5.2 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 20.000,- is bereikt,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.4.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
(…)”
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
De container met kenmerk [containernummer01] (hierna: de container) is overgebracht naar het
<emphasis role="italic">
loading dock
</emphasis>
van Bolidt en staat daar nog steeds verzegeld.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <parablock>
        <para>
Bolidt vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
</para>
        <para>
<emphasis role="underline">
primair:
</emphasis>
</para>
        <para>
Bolidt ontheft van de veroordeling om de container verzegeld in haar
<emphasis role="italic">
loading dock
</emphasis>
te laten staan totdat deze door partijen in elkaars aanwezigheid wordt ontzegeld en Bolidt toestaat het zegel te verbreken en deze container te openen,
</para>
        <para>
<emphasis role="underline">
subsidiair:
</emphasis>
</para>
        <para>
een zodanige voorziening treft die zij in goede justitie geraden acht,
</para>
        <para>
<emphasis role="underline">
zowel primair als subsidiair:
</emphasis>
</para>
        <para>
[gedaagde01] veroordeelt in de kosten van dit geding, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] voert verweer.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
Bolidt heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen, aangezien zij stelt dat zich in de container zaken (onder meer machines) bevinden die zij op dit moment nodig heeft.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
De voorzieningenrechter overweegt dat er geen reden bestaat om Bolidt te ontheffen van de veroordeling in 5.2. van het vonnis. Tijdens de mondelinge behandeling is immers gebleken dat omtrent het openen/ontzegelen op zichzelf afspraken te maken zijn, maar dat er inmiddels sprake is van een nieuw probleem dat uitsluitend ziet op de externe harde schijven die zich in de container op pallet # 12 - 90363160 bevinden. De primaire vordering van Bolidt wordt daarom afgewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen concrete afspraken met elkaar gemaakt over het ontzegelen van de container, het verdelen van de spullen op pallet # 12 - 90363160 en het in bewaring geven van de externe harde schijven. Zo nodig zal, met name in geval de tussen partijen aanhangige arbeidszaak daartoe aanleiding geeft, elk van partijen vorderingen kunnen instellen om te bereiken dat mogelijk op een of meer van die schijven opgeslagen bewijsmateriaal beschikbaar komt, in welk kader dan nader aan de orde kan zijn wie gerechtigd is tot de schijven en het daarop opgeslagen materiaal. Ter zitting bleek dat beide partijen in dat kader gerechtelijke bewaring wenselijk achten, hetgeen de voorzieningenrechter opvat als een vordering tot het gelasten daartoe waarmee gedaagde heeft ingestemd. De subsidiaire vordering wordt dan ook toegewezen op de hierna in de beslissing weer te geven wijze.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
Partijen zijn met elkaar overeengekomen dat zij ieder de eigen kosten van deze procedure dragen. Derhalve wordt dienovereenkomstig beslist.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De voorzieningenrechter
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
beveelt partijen om op maandag 31 juli 2023 om 09:00 uur in elkaars aanwezigheid en die van deurwaarders [naam01] en [naam02] (of [naam03] ) de in het
<emphasis role="italic">
loading dock
</emphasis>
van Bolidt aanwezige container [containernummer01] te ontzegelen en te openen,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
beveelt partijen om na de in 5.1. bedoelde opening de zich op pallet # 12 - 90363160 bevindende zaken waarvan onbetwist vaststaat dat deze van [gedaagde01] respectievelijk Bolidt zijn aan [gedaagde01] respectievelijk Bolidt af te geven,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
bepaalt dat de aanwezige deurwaarders in onderling overleg een oplossing bedenken (en uitvoeren) voor de zaken op pallet # 12 - 90363160 waarvan onduidelijk is aan wie deze toebehoren,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.4.
</nr>
      <para>
bepaalt dat de externe harde schijven op pallet # 12 - 90363160 door deurwaarder [naam01] in ontvangst worden genomen en ter gerechtelijke bewaring worden afgegeven aan DigiJuris B.V., die hierbij tot bewaarder wordt aangewezen,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.5.
</nr>
      <para>
bepaalt dat de aanwezige deurwaarders een gezamenlijk proces-verbaal opmaken,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.6.
</nr>
      <para>
bepaalt dat de kosten van DigiJuris B.V. bij helfte tussen partijen worden gedragen,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.7.
</nr>
      <para>
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.8.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.9.
</nr>
      <para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2023.
</para>
        <para>
[2971/106]
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>