<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:6907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-02T12:59:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 21-168</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=350&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-02T12:59:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:6907 Rechtbank Rotterdam , 05-04-2023 / FT EA 21-168</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:6907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering TBE en wijziging termijn</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:6907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank Rotterdam
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team insolventie
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
weigering tussentijdse beëindiging en wijziging termijn
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
insolventienummer: [nummer01]
</para>
<para>
uitspraakdatum: 5 april 2023
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bij vonnis van deze rechtbank van 8 april 2021 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[schuldenaar01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
[adres01]
</para>
<para>
[postcode01] [plaats01] ,
</para>
<para>
schuldenaar,
</para>
<para>
bewindvoerder: M. Zomerdijk.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 3 januari 2023 met dit verzoek ingestemd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De bewindvoerder heeft op 27 januari 2023 een laatste stand van zaken aan de rechtbank doen toekomen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De bewindvoerder, schuldenaar en de beschermingsbewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 2 februari 2023. Een proces-verbaal van deze zitting is op 3 februari 2023 aan partijen toegestuurd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De bewindvoerder heeft de rechtbank op 3 maart 2023 een stand van zaken toegezonden. Naar aanleiding van de stand van zaken heeft de rechtbank partijen op 8 maart 2023 een brief toegestuurd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De bewindvoerder heeft de rechtbank op 29 maart 2023 een laatste stand van zaken toegezonden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De uitspraak is bepaald op heden.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De standpunten
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en schuldenaar verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank stelt vast dat de tekortkoming in de nakoming van de informatieverplichting en de tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting zijn hersteld. De ontbrekende informatie is aangeleverd en uit de stukken blijkt dat schuldenaar op datum toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling een bovenmatig banksaldo had van
</para>
<para>
€ 1.199,79. De bewindvoerder heeft de rechtbank bericht dat de beschermingsbewindvoerder dit bedrag op 13 maart 2023 op de boedelrekening heeft gestort. Hiermee heeft schuldenaar aan de afdrachtplicht voldaan.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting is onvoldoende hersteld. Schuldenaar is vrijgesteld van de sollicitatieverplichting van 18 november 2022 tot en met 17 november 2023. De rechtbank stelt vast dat thans nog een tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting resteert van 10 maanden, over de periode april 2021 t/m november 2021 en juli en oktober 2022. Uit de vrijstelling blijkt immers onvoldoende dat schuldenaar ook in voornoemde periodes niet in staat was om te solliciteren.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De thans nog resterende tekortkoming rechtvaardigt in het licht van het voorgaande op dit moment geen tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij verslaafd is aan cannabis, maar dat dit volgens hem niet in de weg staat aan zijn mogelijkheden om te gaan werken. Met schuldenaar is besproken dat een cannabisverslaving en de wettelijke schuldsaneringsregeling niet samen gaan. Schuldenaar heeft daarom nadien aangetoond dat hij zich bij de huisarts heeft gemeld voor behandeling van zijn cannabisverslaving. De rechtbank acht dit een goede ontwikkeling en gaat er vanuit dat schuldenaar deze behandeling zal volgen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar daarom in de gelegenheid moet worden gesteld om de ontstane tekortkoming te herstellen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Om schuldenaar hiertoe in de gelegenheid te stellen zal de termijn van de schuldsaneringsregeling worden verlengd met tien maanden. Gedurende de verlenging zullen alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht zijn.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Benadrukt wordt dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet) ook vermogensbestanddelen die schuldenaar tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Door de rechtbank wordt aan schuldenaar thans een laatste kans geboden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenaar stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beslissing
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;
</para>
<para />
<para>
- wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze drie jaar en tien maanden bedraagt en daarmee eindigt op 8 februari 2025;
</para>
<para />
<para>
- bepaalt dat gedurende de verlenging alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht blijven
<emphasis role="italic">
.
</emphasis>
</para>
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van
</para>
<para>
mr. N.A. Masrom, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2023.
<footnote-ref linkend="_b3b452c3-9d76-4b8c-84a7-07796c19e3fd" />
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<footnote id="_b3b452c3-9d76-4b8c-84a7-07796c19e3fd" label="1">
<para>
<emphasis role="bold">
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.
</emphasis>
</para>
</footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>