<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:6857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-17T15:50:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10586017 / VV EXPL 23-322</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-17T15:49:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:6857 Rechtbank Rotterdam , 18-07-2023 / 10586017 / VV EXPL 23-322</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:6857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Kort geding. Huur van woonruimte. Ontruiming woning afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:6857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10586017 / VV EXPL 23-322
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op 18 juli 2023
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
[eiser01] ,
</title>
<para>
wonende in [woonplaats01] ,
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
2. [eiser02]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende in [woonplaats02] ,
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
3. [eiser03]
</emphasis>
,
</para>
<parablock>
<para>
wonende [woonplaats03] ,
</para>
<para>
eisers,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. F. Swart te Amsterdam,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende in [woonplaats04] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. I.B. Jansen te Rotterdam.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden ‘ [eiser01] c.s.’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De kantonrechter is mr. M. Fiege en de griffier is mr. R.W.H. van Rijkom.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Aanwezig zijn:
</para>
</parablock>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de heer [eiser01] , bijgestaan door de gemachtigde van [eiser01] c.s.; en
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
mevrouw [gedaagde01] , bijgestaan door haar gemachtigde.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
1
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat de zaak over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
[gedaagde01] huurt van [eiser01] c.s. de woning aan het adres [adres01] in Rotterdam. Volgens [eiser01] c.s. verblijft [gedaagde01] zonder recht of titel in de woning omdat haar huurovereenkomst voor bepaalde tijd inmiddels is afgelopen, veroorzaakt [gedaagde01] overlast die in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zou rechtvaardigen en heeft [gedaagde01] een huurachterstand laten ontstaan die in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zou rechtvaardigen. [eiser01] c.s. eist in deze zaak daarom ontruiming van de woning, vooruitlopend op een oordeel in een bodemprocedure. [gedaagde01] is het hier niet mee eens. De eis van [eiser01] c.s. wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[gedaagde01] verblijft niet zonder recht of titel in de woning
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
[gedaagde01] huurde de woning aanvankelijk op basis van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Toen [eiser01] c.s. eigenaar van de woning werd, heeft zij een nieuwe huurovereenkomst voor de bepaalde tijd van een jaar met [gedaagde01] gesloten. [eiser01] c.s. stelt zich nu op het standpunt dat die laatste huurovereenkomst is afgelopen en dat [gedaagde01] daarom de woning moet ontruimen. Naar het oordeel van de kantonrechter is het onvoldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure daarin mee zal gaan. Het is namelijk in strijd met het wettelijk systeem om de huurbescherming, die [gedaagde01] op basis van de eerst huurovereenkomst had, op deze manier te omzeilen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De door [eiser01] c.s. gestelde overlast is onvoldoende onderbouwd
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.3.
</nr>
<para>
[eiser01] c.s. stelt verder dat er sprake is van overlast. De kantonrechter is van oordeel dat dit onvoldoende is onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de buren van [gedaagde01] verteld dat zij overlast van [gedaagde01] ervaren, maar daar tegenover staat de verklaring van [gedaagde01] zelf. [eiser01] c.s. heeft wel wat stukken in het geding gebracht, maar daar kan niet uit worden opgemaakt wie het gelijk aan de zijde heeft. [eiser01] c.s. heeft verder aangevoerd dat er allemaal videobeelden zijn, maar die heeft de kantonrechter niet gezien. Die beelden zijn tijdens de mondelinge behandeling ook niet bekeken, omdat [gedaagde01] dan onvoldoende gelegenheid zou hebben om daarop te reageren en bovendien ontbreekt dan een toelichting op die beelden (wie heeft de beelden gemaakt, wanneer zijn de beelden gemaakt, etcetera). Hoewel de kantonrechter ervan overtuigd is dat [gedaagde01] (enige) overlast veroorzaakt, is het in deze zaak niet aannemelijk geworden dat die overlast zo ernstig en structureel is dat het in een bodemprocedure tot een ontbinding van de huurovereenkomst zou leiden.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De huurachterstand kan ook niet leiden tot ontruiming van de woning
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.4.
</nr>
<para>
Tot slot stelt [eiser01] c.s. dat er sprake is van een huurachterstand. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er discussie is over de omvang van de huurachterstand. Verder is niet weersproken dat er geen vroegsignalering heeft plaatsgevonden en er woont ook een minderjarig kind met [gedaagde01] in de woning. Dit alles maakt dat op dit moment onvoldoende vast staat dat de omvang van de huurachterstand in een bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomst zou leiden. De huurachterstand is op zichzelf ook niet toewijsbaar, omdat [eiser01] c.s. daar geen spoedeisend belang bij heeft, althans hierover is niets gesteld.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[eiser01] c.s. moet de proceskosten van [gedaagde01] betalen
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.5.
</nr>
<para>
[eiser01] c.s. krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag vast op € 529,00 aan salaris voor de gemachtigde. Voor kosten die [gedaagde01] maakt na deze uitspraak moet [eiser01] c.s. een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.6.
</nr>
<para>
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
wijst de eis af;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [eiser01] c.s. in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op € 529,00;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit proces-verbaal is op 19 juli 2023 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
</para>
<para>
38671
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>