<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:6559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T09:18:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/624859 / HA ZA 21-786</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6559">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T09:17:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:6559 Rechtbank Rotterdam , 05-07-2023 / C/10/624859 / HA ZA 21-786</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:6559:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Reparatie aan schip; deskundigenoordeel;  rechtbank bespreekt bezwaren van verweerster tegen deskundigenbericht en passeert deze; neemt conclusies deskundige over.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:6559:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="545baa5e-1c94-4a66-82d2-b5ccb3c59a58" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="3458c795-6648-40e4-92d4-671b05a3abfc" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/624859 / HA ZA 21-786
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van 5 juli 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de stichting
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
STICHTING GOLFO AZZURRO
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te Beverwijk,
</para>
      <para>
eiseres (in, destijds, reconventie)
</para>
      <para>
advocaat mr. A.F.M. den Hollander te Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
SHIPYARD VAN LAAR B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te IJmuiden,
</para>
      <para>
verweerster (in, destijds, reconventie),
</para>
      <para>
advocaat mr. C.M. Koevoet te Rotterdam.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen zullen hierna Golfo Azzurro en Van Laar worden genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
het tussenvonnis van 21 september 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het deskundigenbericht van 24 februari 2023
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de conclusie na deskundigenbericht van Van Laar
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de conclusie na deskundigenbericht van Golfo Azzurro.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2
</nr>
      <parablock>
        <para>
Deze zaak is aangevangen bij de kantonrechter.
</para>
        <para>
Van Laar was eiseres in conventie en Golfo Azzurro gedaagde.
</para>
        <para>
In reconventie was Golfo Azzurro eiseres en Van Laar verweerster.
</para>
        <para>
De kantonrechter heeft zich bij vonnis van 20 augustus 2021 in reconventie onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar deze kamer van de rechtbank.
</para>
        <para>
In de kop van dit vonnis worden Golfo Azzurro en Van Laar daarom aangeduid als eiseres, respectievelijk verweerster in, destijds, reconventie.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.3
</nr>
      <para>
Ten slotte is het vonnis bepaald op vandaag.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>
2.
</nr>
De verdere beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1
</nr>
      <para>
De rechtbank neemt hier over wat in het tussenvonnis van 21 september 2022 is overwogen en beslist.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2
</nr>
      <para>
In dat vonnis heeft de rechtbank een onderzoek door een deskundige bevolen, ter beantwoording van de volgende vragen, waarbij
<emphasis role="underline">
uitsluitend de rapporten van Verschoor &amp; Bras en van Eelsing en het verslag van BMT
</emphasis>
voorwerp van het onderzoek zouden zijn:
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
1) Zijn de overeengekomen onderhoudswerkzaamheden (het vervangen van de
</para>
        <para>
schroefasafdichting, het demonteren, laten modificeren en opnieuw monteren van de
</para>
        <para>
schroef, het verwijderen van de straalbuis rondom de schroef en het dichtlassen van de
</para>
        <para>
daardoor onder de waterlijn ontstane openingen) door Van Laar bij de eerste doklegging
</para>
        <para>
tussen 31 oktober en 1 november 2018 deugdelijk uitgevoerd?
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
2) Zo nee, wat schortte eraan? Wilt u uw antwoord toelichten?
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
3) Wanneer de werkzaamheden bij de eerste doklegging niet deugdelijk zijn
</para>
        <para>
uitgevoerd, is dat bij de tweede doklegging op 16 november 2018 hersteld?
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
4) Wanneer de werkzaamheden ook na 16 november 2018 niet deugdelijk blijken te
</para>
        <para>
zijn uitgevoerd: wat is nodig om alsnog tot een deugdelijk herstel te komen en welke kosten,
</para>
        <para>
inclusief kosten als havengeld, agentkosten, bemanningskosten, brandstofkosten en zitdagen
</para>
        <para>
zijn daaraan verbonden? Wilt ii uw antwoord toelichten?
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
5) Welke feiten en/of omstandigheden die bij uw onderzoek zijn gebleken acht u
</para>
        <para>
voorts nog van belang?
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3
</nr>
      <para>
<emphasis role="italic">
de eigen beschouwing van de deskundige (6.2 van het rapport)
</emphasis>
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
De deskundige heeft voorafgaand aan de beantwoording van de vragen een eigen beschouwing gegeven. Die luidt als volgt:
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
“Op basis van de stukken zoals hierboven genoemd
</emphasis>
<footnote-ref linkend="_845e8da1-141c-4038-9af3-070a63ecf3e8" />
<emphasis role="italic">
, is het mij duidelijk dat:
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Er een olielekkage was ná de eerste dokking bij van Laar;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Het schip is kort daarna, voor de tweede maal droog geweest bij van Laar, waarbij de
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
olielekkage aangepakt is;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Tijdens de tweede dokking werd er ook lekkage van water uit de hak van het schip vastgesteld, op locaties waarop voorheen de straalbuis gemonteerd was. Deze hadden door van Laar afgelast moeten worden. Uit het rapport van Verschoor &amp; Bras van 19 oktober 2020 blijkt dat dat tijdens de eerste dokking niet voldoende afgelast werd;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Er ná de tweede dokking geen lekkage van olie meer waargenomen;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Tijdens de gezamenlijke inspectie op 15 juli 2020 is veel blauwe kit aangetroffen tussen de borgmoer en de schroef, tussen de schroef en de loopbus, tussen de afzonderlijke afdichtingsringen van de IHC Supreme afdichting en ter plaatse van de spie en spiebaan op de schroefas, ter plaatse van de schroef;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• De O-ring was 15,3 tot 15,5 mm dik. De originele maat zoals de fabrikant voorschrijft is 16 mm;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• De O-ring kwam maximaal 2 mm buiten de uitsparing;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
Volgens de tekening in het verslag van BMT zit er tussen de schroef met een uitsparing van 21,3 mm en de loopbus, die in een opvolgende uitsparing van de schroef valt (diepte 7.1 mm) nog een kleine ruimte. Ik heb die op schaal opgemeten, en dat zal ongeveer 1 mm zijn. Deze ruimte is in de tekening uitsnede helemaal rechts blauw gemarkeerd;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Ik ga ervan uit dat de dikte van de flens van de loopbus, overeenkomt zoals getekend, ongeveer 6 mm;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Door de experts is gemeten dat de O-ring ongeveer 1,5 – 2 mm buiten de uitsparing kwam;
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Rekening houdend met de kleine ruimte van 1 mm, volgt dat de compressie van de O-ring ongeveer 0,5 mm tot maximaal 1 mm is.
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
• Mijns inziens is de 0,5 - 0,7 mm die de O-ring te dun is, samen met de kit tussen schroef en loopbus de oorzaak dat er niet genoeg druk staat op de O-ring. Uit de rapportages volgt dat er geen onrondheid geconstateerd werd bij het uit elkaar halen op 15 juli 2020 . Als een O-ring ruim anderhalf jaar goed ingedrukt is geweest, wordt een dergelijke O-ring vierkant met afgeronde hoeken; dit is normaal goed te zien na demontage.”
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4
</nr>
      <para>
<emphasis role="italic">
De beantwoording van de vragen 1 tot en met 4 door de deskundige
</emphasis>
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
1)
<emphasis role="italic">
Zijn de overeengekomen onderhoudswerkzaamheden (het vervangen van de
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
schroefasafdichting, het demonteren, laten modificeren en opnieuw monteren van de
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
schroef, het verwijderen van de straalbuis rondom de schroef en het dichtlassen van de
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
daardoor onder de waterlijn ontstane openingen) door Van Laar bij de eerste doklegging
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
tussen 31 oktober en 1 november 2018 deugdelijk uitgevoerd?
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Nee
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
2)
<emphasis role="italic">
Zo nee, wat schortte eraan? Wilt u uw antwoord toelichten?
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="underline">
Het vervangen van de schroefasafdichting:
</emphasis>
</para>
        <para>
Dit heeft, aldus de deskundige, betrekking op twee locaties:
</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
- De IHC Supreme afdichting: er werd blauwe siliconenkit aangetroffen tussen de afzonderlijke afdichtingsringen. Dit is geen gebruikelijke montage. Het afdichten van de afzonderlijke ringen op elkaar gebeurt middels speciale pakkingen, die met de nieuwe ringen door IHC geleverd zullen zijn.
</para>
      <para />
      <para>
- De afdichting tussen de loopbus en de schroef: hier werd blauwe siliconenkit aangetroffen. Ook op deze locatie is het niet gebruikelijk om siliconenkit aan te brengen.
</para>
      <para>
Daarnaast is het zo dat de werf voor het monteren van de loopbus op de schroef, als goed gebruik, had moeten meten hoever de rubber O-ring buiten de uitsparing kwam, om zodoende vast te kunnen stellen in hoeverre dat deze O-ring gecomprimeerd zou gaan worden. Het is zeer belangrijk dat deze O-ring goed gecomprimeerd wordt, zodat de ronde O-ring, door de compressie bijna de volledige ruimte zal vullen, zoals ook op de tekening is uitgebeeld. Dan pas kan er sprake zijn van een goede afdichting. Een compressie van 1 mm. zal zeker onvoldoende zijn.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="underline">
Het verwijderen van de straalbuis en het oplassen van de ontstane openingen:
</emphasis>
</para>
        <para>
Tijdens de tweede dokking is het duidelijk dat de betreffende openingen die ontstaan zijn door het verwijderen van de straalbuis onvoldoende afgelast of opgelast zijn. Er waren blijkbaar duidelijk sporen van lekkage. In ieder geval wordt door Verschoor &amp; Bras in hun schrijven van 19 oktober 2020 bevestigd dat het afdoende oplassen nog niet uitgevoerd was.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
3)
<emphasis role="italic">
Wanneer de werkzaamheden bij de eerste doklegging niet deugdelijk zijn
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
uitgevoerd, is dat bij de tweede doklegging op 16 november 2018 hersteld?
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Wat de afdichtingen betreft: nee.
</para>
        <para>
Het gebruik van een grote hoeveelheid blauwe siliconenkit om een afdichting te verkrijgen kan niet aangemerkt worden als een deugdelijke reparatie. Hoogstens kan dit aangemerkt worden als een tijdelijke reparatie.
</para>
        <para>
Wat de lekkage van de lassen betreft: nee.
</para>
        <para>
Deze waren ten tijde van de gezamenlijke inspectie op 15 juli 2020 nog niet hersteld.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
4)
<emphasis role="italic">
Wanneer de werkzaamheden ook na 16 november 2018 niet deugdelijk blijken te zijn uitgevoerd: wat is nodig om alsnog tot een deugdelijk herstel te komen en welke kosten, inclusief kosten als havengeld, agentkosten, bemanningskosten, brandstofkosten en zitdagen zijn daaraan verbonden? Wilt u uw antwoord toelichten?
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Teneinde tot een deugdelijk herstel te komen, zal het schip gedokt moeten worden.
</para>
        <para>
De schroef moet worden verwijderd, en de beide afdichtingen (zowel de afzonderlijke afdichting als de afdichting tegen de schroef) moeten worden vervangen met door de fabrikant geleverde onderdelen. Daarbij moet rekening gehouden worden dat de compressie van de O-ring voldoende is.
</para>
        <para>
Daarnaast zal de schroefas getrokken moeten worden, ten einde de schroefaskoker te kunnen ontdoen van de geëmulgeerde olie en deze schoon te maken. Teneinde de schroefas te kunnen trekken moet het roer gedemonteerd worden. De lagers moeten geïnspecteerd worden. Hoogstwaarschijnlijk kunnen die blijven zitten, maar dat zal tijdens inspectie blijken. Indien noodzakelijk, moeten de lagers vervangen worden. Daarna moet de schroefas weer gemonteerd worden, evenals het roer, de afdichtingen en de schroef.
</para>
        <para>
De schroefaskoker moet opgevuld worden met nieuwe olie, en er moet een proefvaart gemaakt worden.
</para>
        <para>
De kosten voor het bovenstaande zijn als volgt begroot:
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Droogzetten € 2.100,-
</para>
      </parablock>
      <para>
3 dokdagen € 1.500,-
</para>
      <parablock>
        <para>
Schroef afnemen/monteren/nieuwe olie vullen € 3.200,-
</para>
        <para>
Roer demonteren/monteren € 2.000,-
</para>
        <para>
Schroefas trekken en weer monteren € 2.500,-
</para>
        <para>
Afdichtingen en plaatsen € 1.500,-
</para>
        <para>
Straalbuislekkages herstellen € 2.500,-
</para>
        <para>
Agentkosten € 200,-
</para>
        <para>
Bemanningskosten € 700,-
</para>
        <para>
Brandstof € 500,-.
</para>
        <para>
-
</para>
        <para>
- - - - - - -
</para>
        <para>
Totaal € 16.700.
</para>
        <para>
Dit is exclusief de kosten voor het verwijderen van de bestaande lagers en monteren van nieuwe schroefaslagers, indien nodig. Deze kosten, inclusief 3 dagen extra in dok, zijn geschat op een bedrag van € 7.500,-.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5
</nr>
      <para>
Golfo Azzurro kan zich volledig vinden in het deskundigenbericht en de daarin getrokken conclusies. Zij volhardt in haar stellingen en verzoekt de rechtbank eindvonnis te wijzen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6
</nr>
      <parablock>
        <para>
Van Laar is een andere mening toegedaan.
</para>
        <para>
Samengevat komt die erop neer dat zij het deskundigenbericht niet toelaatbaar acht en dat het niet mag leiden tot toewijzing van enig onderdeel van de vorderingen van Golfo Azzurro.
</para>
        <para>
Zij acht het deskundigenbericht niet toelaatbaar omdat de deskundige volgens haar ten onrechte ervan uitgaat dat hij het gehele procesdossier niet nodig had en dit procesdossier ten onrechte heeft genegeerd. Ook heeft de deskundige haar verzoek om een bespreking te beleggen met een expert van Golfo Azzurro en een expert van Eelsing niet gehonoreerd en daarvoor als reden genoemd dat hij dit verzoek niet kon honoreren omdat hem in contact met de rechtbank is medegedeeld dat het buiten de scope van de hem gegeven opdracht valt. Van Laar acht dit een non-argument. De beslissing om het verzoek niet te honoreren is een kwestie van willekeur. Daardoor is het deskundigenbericht besmet en dus niet toelaatbaar.
</para>
        <para>
Daarnaast heeft zij inhoudelijke bezwaren tegen het bericht. Die noemt zij op de bladzijden 5 tot en met 10 van haar conclusie (commentaar op de door de deskundige geformuleerde uitgangspunten en op zijn eigen beschouwing), en op de bladzijden 11 tot en met 15 (commentaar op de beantwoording van de vragen door de deskundige).
</para>
        <para>
Op bladzijde 4 vraagt zij “alvast” aandacht voor vier punten: a, b, c en d.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7
</nr>
      <para>
De rechtbank oordeelt als volgt.
</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>
2.7.1
</nr>
        <para>
In het algemeen stelt de rechtbank vast dat de conclusie van Van Laar (evenals haar eerdere processtukken in deze zaak) wat taalgebruik betreft slordig is. In veel gevallen heeft Van Laar niet duidelijk gemaakt welke consequenties zij aan opmerkingen in haar conclusie verbindt, of zijn de opmerkingen zodanig verwoord dat onduidelijk blijft wat Van Laar daarmee wil zeggen. Zij voegt regelmatig aan haar opmerkingen “enz” toe, zonder dat zij duidelijk maakt waarop zij daarmee doelt. Ook verwijst Van Laar naar vindplaatsen in producties, zonder haar commentaar zelf uiteen te zetten. Dat is niet bevorderlijk voor de leesbaarheid en toegankelijkheid van het processtuk. De rechtbank vraagt zich ook af of (de advocaat van) Van Laar dit processtuk wel heeft ge- of herlezen voordat dit aan de rechtbank werd gepresenteerd. In dit kader wijst de rechtbank op in de conclusie opgenomen half afgemaakte zinnen, zinnen zonder werkwoord, formuleringen in telegramstijl en opmerkingen in vraagvorm, althans met een vraagteken erachter, maar zonder conclusie. De rechtbank wil zeker niet zover gaan dat zij van partijen in een procedure uitsluitend juridisch “hapklare brokken” verlangt, maar begrijpelijkheid, helderheid en duidelijkheid zijn in een processtuk essentieel. De rechtbank (alsmede de wederpartij) kan alleen rekening houden met zorgvuldig, to-the-point, en, waar nodig, scherp geformuleerde stellingen, verweren en commentaren, waaraan duidelijke en gerichte consequenties zijn verbonden. Dat is nog eens extra van belang wanneer het, zoals in deze procedure, gaat over technische verschillen van inzicht. Tegen deze achtergrond zal de rechtbank de door Van Laar gemaakte opmerkingen in de conclusie beoordelen.
</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
2.7.2
</nr>
        <parablock>
          <para>
De rechtbank verwerpt de stelling van Van Laar dat het deskundigenbericht ”besmet” en “niet toelaatbaar“ zou zijn.
</para>
          <para>
De omvang van het onderzoek is in het vonnis van 21 september 2022 strikt geformuleerd:
<emphasis role="underline italic">
“waarbij uitsluitend de rapporten van Verschoor &amp; Bras en van Eelsing en het verslag van BMT
</emphasis>
<emphasis role="italic">
voorwerp van het onderzoek zullen zijn”.
</emphasis>
De deskundige heeft het procesdossier ontvangen en daarmee is de context aan hem gegeven waarin hem de vragen door de rechtbank zijn gesteld, niet meer en niet minder. Nadere bestudering van het procesdossier door de deskundige was niet noodzakelijk ter beantwoording van de aan hem gestelde vragen. De rechtbank overweegt voorts dat het aan de deskundige is zijn onderzoek in te richten. De input van experts bleek al uit de stukken waarop de deskundige zich uitdrukkelijk moest focussen. Zou hij het niettemin noodzakelijk hebben gevonden overleg met experts te voeren, dan zou daar natuurlijk ruimte voor zijn geweest, maar dat was, gelet op de strikte formulering van de opdracht, niet nodig
</para>
          <para>
De rechtbank sluit zich aan dan ook aan bij de wijze waarop de deskundige zijn onderzoek heeft ingericht en stelt vast dat hoor en wederhoor gewaarborgd zijn geweest. De opmerking dat van willekeur sprake is geweest laat de rechtbank voor rekening van Van Laar.
</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
2.7.3
</nr>
        <parablock>
          <para>
Wat de vier punten a, b, c en d op bladzijde 4 betreft geldt het volgende.
</para>
          <para>
Punt a): Van Laar wijst erop dat er al een olie/wateremulsie in het schroefassysteem van de Golfo Azzurro aanwezig was bij de eerste droogzetting en vindt dat de deskundige zich met een dooddoener-tevens-onjuistheid daarvan afmaakt. Welke dooddoener en welke onjuistheid maakt zij niet duidelijk. Op (de betekenis van) de gestelde aanwezigheid van een olie/wateremulsie komt de rechtbank hierna terug onder 2.7.6 bij
<emphasis role="bold italic">
4.1
</emphasis>
<emphasis role="bold">
.
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
De punten b) en c) hebben betrekking op het gebruik van kit. De rechtbank bespreekt dit punt hierna bij het commentaar van Van Laar op de beantwoording van de vragen door de deskundige. De zinsnede in punt c):
<emphasis role="italic">
“ de gerechtsdeskundige geeft welbeschouwd (ook) niet aan zoiets als dat Van Laar X verkeerd deed
</emphasis>
<emphasis role="underline italic">
en
</emphasis>
<emphasis role="italic">
dat om Y redenen tot gevolg heeft dat Z”
</emphasis>
is zo vaag dat de rechtbank daaraan de gevraagde aandacht niet kan geven.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Punt d) lijkt erop neer te komen dat Van Laar niet duidelijk is wat de deskundige bedoelt. Wat Van Laar op dit punt van de rechtbank verlangt, los van de gevraagde aandacht, maakt zij niet duidelijk, zodat de rechtbank ook aan dit punt voorbij gaat.
</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
2.7.4
</nr>
        <para>
<emphasis role="italic">
het commentaar van Van Laar op de beantwoording van vraag 1 door de deskundige
</emphasis>
</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Het commentaar van Van Laar is onderverdeeld in de punten
<emphasis role="bold">
4.1
</emphasis>
tot en met
<emphasis role="bold">
4.16
</emphasis>
.
</para>
          <para>
De punten
<emphasis role="bold">
4.3, 4.4, 4.8, 4.9 en 4.13
</emphasis>
hebben betrekking op het gebruik van kit.
</para>
          <para>
De rechtbank bespreekt dat onderwerp hierna onder 2.7.7.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
De rechtbank bespreekt het overige commentaar op de beantwoording van vraag 1 hierna puntsgewijs, waarbij zij Van Laar steeds citeert (gecursiveerd) en vervolgens een oordeel geeft.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.1: Onder 6.1, eerste groepje van (vier) bullets, tweede bullet: "Vernieuwen van de schroefasafdichtingen".
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Dat was omdat de schroefasafdichting lek was.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Zie foto 'Bijlage D'.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het schip ging droog, dus geen waterdruk meer, dus olie/water-emulsie loopt er uit.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Om voor de hand liggende redenen is het goed erbij stil te staan dat de Golfo Azzurro zo eind oktober 2018 bij Van Laar arriveerde voor de eerste droogzetting (en ook na enorme afstanden te hebben gevaren met de emulsie in het schroefassysteem, en ook zonder opdracht aan Van Laar tot het trekken van de schroefas enz.).
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het m.b.t. voornoemde bullet voorgaande is uit de reactie van Van Laar op het concept
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
deskundigenrapport. Naar aanleiding van foto 'Bijlage D', waar de uit het systeem gelopen
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
melkachtige oliewater-emulsie te zien is, vindt de gerechtsdeskundige het in 9.1 onder 3) blijkbaar wel OK om (i)te stellen: "Daar loopt duidelijk olie uit" en om (ii)het hele punt van emulsie in het schroefassysteem bij eerste aankomst van het schip bij Van Laar verder maar te negeren.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: Wat de door Van Laar gestelde aanwezigheid van die olie/wateremulsie voorafgaand aan de eerste droogzetting betreft: Van Laar heeft daarbij verwezen naar de foto die zij als bijlage D bij productie E 28 overlegt. De deskundige heeft van dat standpunt kennis genomen en heeft het kennelijk niet juist geacht. Hij geeft immers een verklaring daarvoor: “De foto op bijlage D laat de schroef en schroefas zien toen de straalbuis er nog opzat. Dus bij de 1e dokking. Daar loopt duidelijk olie uit. Dat klopt omdat de schroef al los is van de loopbus.”
</para>
          <para>
Van Laar herhaalt haar standpunt thans en verwijt de deskundige dat hij dat punt heeft genegeerd, wat niet het geval is. Zij verbindt bovendien aan deze stelling geen conclusie, zodat de rechtbank dat punt verder buiten beschouwing moet laten.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.2 Onder 6.1, de alinea die begint met "Uit de diverse rapportages is het volgende
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
samengevat ".
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Ten onrechte worden de vaststellingen van BMT als leidend aangehouden.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Want correcties /andere data /enz. volgens het Eelsing rapport en ook volgens het procesdossier, en/want zie hierna commentaar bij de tweede groep van bullets op pagina 6 van het deskundigenbericht.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het m.b.t. voornoemde alinea voorgaande is uit de reactie van Van Laar op het concept
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
deskundigenrapport; het lijkt er niet op dat de gerechtsdeskundige er iets mee deed.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Hoe deze opmerkingen — en vele opmerkingen hieronder, waar niet steeds de kanttekening "Het m.b.t ... voorgaande enz. "bij herhaald zal worden — door de gerechtsdeskundige al "in de beoordeling meegenomen" zouden zijn, zoals gesteld onder 9.1, eerste alinea, van het deskundigenbericht, is onduidelijk, blijkt ook nergens uit.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
De deskundige heeft de vaststellingen van BMT als leidend aangehouden.
</para>
          <para>
Hij geeft daarvoor een reden: Het verslag van BMT biedt de meest gedetailleerde omschrijving van de gezamenlijke vaststellingen op 15 juli 2020, die bevestigd worden met de foto’s die in dat verslag zijn opgenomen.
</para>
          <para>
De rechtbank acht dat een goed verdedigbare en dus verantwoorde keuze van de deskundige.
</para>
          <para>
Voor het overige is het commentaar van Van Laar niet begrijpelijk geformuleerd.
</para>
          <para>
De rechtbank gaat eraan voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.5 Derde bullet, “Er was geen lekkage naar buiten zichtbaar".
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Ook geen waterlekkage, niets (lege emmer).”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
Het is de rechtbank niet duidelijk wat Van Laar hiermee wil zeggen. Zij gaat eraan voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.6 Vierde bullet, "Na het losdraaien van de ontluchtingsschroef enz."
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Na losdraaien van de ontluchtingsdop lekte een geringe hoeveelheid bruin gekleurde substantie naar buiten, welke substantie stroperig en dik was, zie foto 7546.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Foto 7548, losdraaien borgmoer — wederom dikke bruine stroop.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Dat er vervolgens ook een beetje witte emulsie uitkomt, is verklaarbaar want
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
(a) achtergebleven bij eerste droogzetting oktober 2018 (foto 'Bijlage D'; er loopt dan maar een deel uit) en
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
(b) tussen eerste en tweede droogzetting kan er geen water in het systeem zijn gekomen, in het slechtste geval een uiterst geringe hoeveelheid, want én het betrof een korte periode én het gaat nog steeds over de minimale olielekkage langs de spiebaan én olie uit (niet water in) én het schip was met een volle smeerolietank van de werf weggevaren naar Stellendam en
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
(c) de emulsie kon vervolgens niet weg (en ook later kon er geen water bij) want, zoals in juli 2020 vastgesteld, was het helemaal dicht (met vloeibare pakking ook), dus
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
(d) kon er bij droog staan juli 2020 een beetje olie/water-emulsie weglopen.
</emphasis>
</para>
        <para>
<emphasis role="italic">
Bij bullet 4 hoort eigenlijk foto 7553; daar zit de moer er nog op, wel los, minimale lekkage uit de spiebaan.”
</emphasis>
</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
De deskundige geeft bij de 4e bullet op bladzijde 6 van zijn rapport weer wat hij uit de vaststellingen van BMT onder meer voor de beantwoording van de vragen van belang acht. Van Laar geeft in haar commentaar een verklaring voor de witte emulsie, maar miskent dat het hier uitsluitend om vaststellingen van BMT gaat, die de deskundige van belang acht. Zij verbindt ook geen conclusie aan haar verklaring. De rechtbank gaat eraan voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.7 Vervolg 6.1, tweede groep van (dertien) bullets, vijfde bullet, "Na het losdraaien van de borgmoer enz."
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Foto's 7555156, inderdaad minimale emulsie na borgmoer eraf.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Betreft overigens 'interne lekkage', want uit de spiebaan.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het "stromen" is overdreven gezien de geringe hoeveelheid.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Dit is de witgele emulsie, dus niet na losmaken ontluchtingsdop (vierde bullet) maar na losdraaien borgmoer.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Demontage borgmoer duurt doorgaans circa 20/30 minuten en dat zal hier niet anders zijn geweest; misschien dat daar het misverstand zit m.b.t. de witte emulsie na losdraaien van de ontluchting (waarna dus geen emulsie) volgend op de bruine stroop.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
Ook hier geeft de deskundige weer wat hij uit de vaststellingen van BMT onder meer voor de beantwoording van de vragen van belang acht. De deskundige heeft dat samengevat, en die samenvatting is correct.
</para>
          <para>
In het verslag van BMT staat:
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
“Om 11.15 LT is DAMEN aangevangen met het demonteren van de schroef. Als eerste werd de ontluchtingsbout van de schroefasmoer losgedraaid. Toen deze eruit gedraaid was kwam er donkerbruin verkleurde emulsie met een hoge viscositeit, uit de ontstane opening in de moer (zie foto 3). Na circa een half uur (tijdens het losdraaien van de schroefasmoer) veranderde de kleur van deze emulsie naar wit/geel.
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="italic">
Toen de schroefmoer los was stroomde er een witte/gele emulsie langs de moer.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
(…)”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
De rechtbank stelt vast dat h
</emphasis>
et commentaar van Van Laar dan ook in feite commentaar is op de vaststellingen van BMT.
</para>
          <para>
Het is de rechtbank niet duidelijk wat Van Laar hiermee wil zeggen. De rechtbank gaat eraan voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.10 Achtste bullet, monsters, "Hoog gehalte water".
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
De analyse is volgens het procesdossier door Van Laar betwist; Van Laar kreeg ook geen sample.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het monster is overigens niet representatief voor het hele systeem, want water zwaarder dan olie dus zakt bij stilliggen naar onder +
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
de GA lag volgens GA heel lang stil en werd toen gesleept naar Damen +
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
het aftappen voor het monster aan de buitenkant van het schip dus op het laagste punt van het systeem.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Terwijl voorts "hoog gehalte water" iets riskants lijkt te suggereren terwijl er — zelfs bij de gestelde 9% water — helemaal niets aan de hand is, smering ruim voldoende, zoals ook is gebleken.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het m. b. t. voornoemde bullet voorgaande is uit de reactie van Van Laar op het concept
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
deskundigenrapport.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
De gerechtsdeskundige lijkt vervolgens in punt iii. op pag. 12 van het eindrapport eerst mee te gaan ("blijft de smering wel goed”) om vervolgens aan lang stilliggen een gevaar te koppelen en daarmee de kosten van het na jaren stilliggen trekken van de as te rechtvaardigen, en dat wellicht ten laste van Van Laar, want..?”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
Aan het slot van haar reactie op het concept-deskundigenbericht heeft Van Laar de deskundige onder iii verzocht:
<emphasis role="italic">
“dat dan wordt uitgelegd waarom precies het herstel het trekken van de schroefas etc. zou moeten behelzen.”
</emphasis>
</para>
          <para>
De deskundige heeft daarop als volgt gereageerd (bladzijde 12 rapport, onder iii):
</para>
          <para>
“
<emphasis role="italic">
Wanneer er zeewater in de olie van de schroefas en lagers komt, blijft, zolang de as zal draaien, de smering wel goed, en zal er naar verwachting geen lagerschade optreden. Echter, bij lang stilliggen zal het zoute water uitzakken en komt (een deel van) het onderste lager in het zeewater te staan. Daarom zal aantasting door zeewater van het schroefaslager en de schroefas zelf niet uitgesloten kunnen worden. De enige manier om dat vast te stellen is het trekken (uitnemen) van de schroefas.
</emphasis>
”
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Daarmee heeft de deskundige op duidelijke wijze toegelicht waarom hij het uitnemen van de schroefas noodzakelijk acht voor herstel. De rechtbank merkt op dat ook Verschoor &amp; Bras uitnemen van de schroefas noodzakelijk achtte.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.11 Vervolg 6.1, tweede groep van (dertien) bullets, bullets 9/10 m.b.t. de 0-ring.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Rapport Eelsing: "Rubberen ring: 15,60 mm" (foto 7585).
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
De ring was gewoon binnen tolerantie.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Zie verder pagina's 6 en 7 van het Eelsing rapport.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Op deze plaats werd de gerechtsdeskundige behalve op het procesdossier ook gewezen op de bijlagen bij het rapport van Eelsing.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Waaronder, maar zeker niet uitsluitend, de vierde bijlage.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
En in die vierde bijlage o.a., maar zeker niet uitsluitend, commentaar van Eelsing onder de kopjes 'p.7-47(g)', 'p.8-47' en 'p.8-50'. [Welke kopjes verwijzen naar het procesdossier waar de gerechtsdeskundige geen aandacht voor heeft gehad. Eelsing verwijst namelijk naar pagina's (7,8) van het processtuk van GA d.d. 11 augustus 2020, en naar nummers op die pagina's (479 enz)]”.
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
De deskundige verwijst bij de 9e bullet op bladzijde 6 van zijn rapport naar het verslag van BMT.
</para>
          <para>
In dat verslag staat op bladzijde 3:
</para>
          <para>
“
<emphasis role="italic">
Om 14.00 LT werd de schroef, de O-ring/pees en de bronzen ring gedemonteerd voor nadere inspectie en metingen. De metingen werden in het bijzijn van alle bovengenoemde personen uitgevoerd.
</emphasis>
<footnote-ref linkend="_5b5405e0-98c5-4e77-bbf1-bae0419bd91e" />
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
O-ring/pees (op de tekening item 108)
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
(…)
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>
<emphasis role="italic">
De diameter varieerde tussen de 15,3 en 15,5 mm.
</emphasis>
</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
<emphasis role="italic">
Volgens de tekening van IHC, tekening SA-300-280/X5486, behoort de pees een diameter van 16 mm te hebben
</emphasis>
.”
</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Bij de 10e bullet verwijst de deskundige naar de opgave van Eelsing. Die opgave staat ook daadwerkelijk in het rapport-Eelsing, op bladzijde 7:
<emphasis role="italic">
“Wij werden op 30 juli 2020 door IHC geïnformeerd dat de meettolerantie voor de O-ring van 16,0 mm maximaal 0,7 mm bedraagt.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
Het is de rechtbank niet duidelijk wat Van Laar met dit commentaar bedoelt.
</para>
          <para>
De rechtbank gaat eraan voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.12 Bullet 11, m.b.t. de bronzen ring.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Zie weer de vierde bijlage bij het rapport van Eelsing, nu het korte commentaar onder kopje 'p.10-4'.
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
het commentaar van Van Laar behoort geen zoekplaatje te zijn. Van Laar laat na haar commentaar nauwkeurig te omschrijven. Zij kan niet volstaan met een verwijzing als deze. De rechtbank gaat eraan voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.14 Laatste bullet op pagina 6 van het deskundigenbericht
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Volgens het Eelsing rapport werden ter controle de bronzen en rubberen ring in de schroef geplaatst en bij deze controle “stak de rubberen ring circa 2 mm uit”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
de deskundige haalt bij de laatste bullet op pagina 6 van zijn rapport het verslag van BMT aan. Hiervoor is al overwogen dat de rechtbank de keuze van de deskundige om de vaststellingen van BMT als leidend aan te houden als goed verdedigbaar en dus verantwoord beoordeelt.
</para>
          <para>
Van Laar verwijst naar het rapport Eelsing, maar maakt niet duidelijk wat zij daarmee wil zeggen. De rechtbank gaat aan dit commentaar voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.15 “Voorlaatste alinea op pagina 6
</emphasis>
:
<emphasis role="bold italic">
"De afdichting heeft vóór de eerste dokking bij Van Laar in IJmuiden op 29 oktober 2018 goed gewerkt; zonder lekkages."
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Maar zie de processtukken.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
De afdichting was lek, daarom diende deze vervangen te worden.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
De afdichting was lek, zie foto 'Bijlage D'.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het m.b.t. voornoemde alinea voorgaande is uit de reactie van Van Laar op het concept
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
deskundigenrapport.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Tja, "Het lijkt er niet op dat de gerechtsdeskundige iets met de reactie van Van Laar deed is op dit onderdeel een understatement; vgl. o.a. hierboven 4.1 en hierna 7.1.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
</para>
          <para>
Zij verwijst naar wat zij heeft overwogen bij
<emphasis role="bold italic">
4.1
</emphasis>
.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“4.16 Laatste alinea op pagina 6: "Uit de verklaring van [naam01] blijkt"
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Ook hier is het weer opmerkelijk en volgens Van Laar ten onrechte dat [naam01] 's 'waarheid' wordt opgeschreven.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Overigens zat [naam01] steeds met de neus bovenop de werkzaamheden bij de werf.
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank:
</emphasis>
Het is de rechtbank niet duidelijk wat Van Laar hiermee wil zeggen.
</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
2.7.5
</nr>
        <para>
<emphasis role="italic">
het commentaar van Van Laar op de “eigen beschouwing” van de deskundige
</emphasis>
</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“5.1 Eerste bullet onder 6.2, olielekkage na de eerste dokking.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Als aangegeven, het schip arriveerde oktober 2018 met een lekke schroefasafdichting.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Water binnen? (foto 'Bijlage D') — oliepeil onvoldoende gemonitord.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Bij het rapport van Verschoor &amp; Bras d.d. 19 oktober 2020 de foto van de straalbuis, dus betreft eerste droogzetting — emulsie, lekkage schroefasafdichting.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Bij datzelfde rapport ook een foto van de tweede droogzetting, straalbuis weg — deze foto laat zien lekkage tussen moer/schroef langs de spiebaan; de schroefasafdichting is dicht.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Die lekkage tussen moer en schroef werd hersteld op de wijze als beschreven in het rapport van Eelsing.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Bij dit alles wat Van Laar betreft goed te realiseren dat de schroefasafdichting na eerste dokking niet lek was (noch ooit daarna).”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: Van Laar stoelt haar stelling dat het schip voor de eerste dokking arriveerde met een lekke schroefasafdichting uitsluitend op foto D. Dat de schroefasafdichting toen lek was blijkt verder uit niets, zodat de deskundige op basis van de rapporten van Verschoor &amp; Bras en Eelsing en het verslag van BMT kon aannemen wat hij heeft aangenomen.
</para>
          <para>
Zij verwijst verder naar wat zij hierna onder
<emphasis role="bold italic">
4.1
</emphasis>
heeft overwogen.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
”5.2 Derde bullet, over lekkage uit de hak.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Maar betreft massief staal buiten de romp, kan sowieso niet heus lekken, hoeft in ieder geval niet waterdicht/afgelast te worden.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: Dit commentaar is onvoldoende onderbouwd en toegelicht. De rechtbank gaat eraan voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“5.3 Vijfde bullet, "Veel blauwe kit aangetroffen ".
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Dit kan toch geen 'eigen beschouwing' zijn?
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Hoezo veel kit? Er is gewoon vloeibare pakking gebruikt, professioneel, zoals volstrekt gebruikelijk voor dit soort oude schepen waar de vlakken niet meer vlak zijn.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
In vergelijkbare omstandigheden zouden ook andere scheepseigenaren er niet over piekeren de veel duurdere opdracht 'Trek de as enz.' aan de werf te geven.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
(…)”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: De deskundige schrijft: “
<emphasis role="italic">
tijdens de gezamenlijke inspectie op 15 juli 2020 is veel blauwe kit aangetroffen
</emphasis>
”. Aan de opmerking hierop van Van Laar, te weten
<emphasis role="italic">
“dit kan toch geen eigen beschouwing zijn”
</emphasis>
kan de rechtbank geen waarde hechten.
</para>
          <para>
Van Laar geeft hier voorts haar visie op het gebruik van kit. De rechtbank verwijst naar wat zij daarover bij het antwoord van de deskundige op vraag 3, onder 2.7.6, zal overwegen.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“5.4 Vervolg bullets onder 6.2, zesde bullet, over de O-ring dikte —
</emphasis>
<emphasis role="italic">
15,6 mm volgens rapport
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Eelsing, en zie foto 7585.
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: De deskundige schrijft:
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
“De O-ring was 15,3 tot 15,5 mm dik. De originele maat zoals de fabrikant voorschrijft is 16 mm.”
</emphasis>
</para>
          <para>
De deskundige heeft zich gebaseerd op het verslag van BMT. De metingen zijn in het bijzijn van alle bij de inspectie aanwezige personen uitgevoerd. De keuze van de deskundige om de vaststellingen van BMT als leidend aan te houden heeft de rechtbank hiervoor al als verantwoord beoordeeld. Overigens is de foto 7585 niet duidelijk.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“5.5 Achtste bullet, de tekening in het verslag van BMT.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Ten onrechte hier de combinatie van én (volgens de tekening) werken met tienden en zelfs
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
honderdsten van millimeters én tegelijk het opmeten op schaal en dan stellen “Dat zal ongeveer 1 mm zijn”
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Daar komt nog bij dat deze tekening dateert van 21 april 1978; decennialang is de GA, zoals dat heet, als een Hollandse kotter zwaar misbruikt’, en dan is — terwijl de marges al zo klein zijn — de sprong van tekening 1978 naar ‘opmeting op schaal’ en “dat zal ongeveer 1 mm zijn” te meer ten onrechte.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
(Overigens is uit onderzoek gebleken dat de schroefas na nieuwbouw nooit is vervangen.)
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Bij de geringe spelingen kan sowieso al niets zinnigs worden gezegd via opmeting op schaal.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Het is bovendien maar een producttekening van ruim voor nieuwbouw.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: Van Laar stelt dat de tekening waarnaar de deskundige verwijst van 21 april 1978 dateert. Zij maakt niet duidelijk waarop zij dat baseert en ook niet wat zij daarmee bedoelt te zeggen. Ook maakt zij niet duidelijk wat zij bedoelt met
<emphasis role="italic">
“decennialang is de GA, zoals dat heet, als een Hollandse kotter zwaar misbruikt”.
</emphasis>
De rechtbank kan daarmee niets
<emphasis role="italic">
.
</emphasis>
</para>
          <para>
De tekening die de deskundige in zijn verslag heeft opgenomen is, zo stelt de rechtbank vast, gelijk aan de tekening in het verslag van BMT.
</para>
          <para>
Dat er volgens de tekening met honderdsten van millimeters werd gewerkt, zoals Van Laar stelt, blijkt niet uit de tekening.
</para>
          <para>
Wat Van Laar bedoelt met: “
<emphasis role="italic">
Bij de geringe spelingen kan sowieso al niets zinnigs worden gezegd via opmeting op schaal.”
</emphasis>
is niet duidelijk
<emphasis role="italic">
.
</emphasis>
Evenmin maakt zij duidelijk wat zij bedoelt met
<emphasis role="italic">
“Het is bovendien maar een producttekening van ruim voor nieuwbouw.”
</emphasis>
</para>
          <para>
De deskundige heeft opgemeten
<emphasis role="underline">
op schaal
</emphasis>
en niet valt in te zien wat daarmee mis is. Het gaat niet om tienden of honderden van millimeters. De rechtbank gaat aan dit commentaar voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“5.6 De voorlaatste bullet op pagina 7
</emphasis>
<emphasis role="bold">
—
</emphasis>
<emphasis role="italic">
ook hier maar een aanname terwijl de marges zo gering zijn.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: De deskundige gaat uit van de dikte van de flens van de loopbus zoals die getekend is in het verslag van BMT. Dat acht de rechtbank goed verdedigbaar.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“5.7 De laatste bullet op pagina 7
</emphasis>
—
<emphasis role="italic">
volgens het rapport van Eelsing was het circa 2 mm; hoezo zomaar van iets anders uitgaan?”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: de deskundige schrijft:
<emphasis role="italic">
“Door de experts is gemeten dat de O-ring ongeveer
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
1,5 – 2 mm buiten de uitsparing kwam.”.
</emphasis>
De deskundige baseert zich op het verslag van BMT, hetgeen de rechtbank, zoals eerder is verwoord, een verantwoorde keuze acht.
</para>
          <para>
De metingen zijn volgens dit verslag uitgevoerd in aanwezigheid van de eerder genoemde personen. De rechtbank gaat aan dit commentaar van Van Laar dan ook voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="bold italic">
“5.8 Eerste twee bullets op pagina 8, verder over de O-ring.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Uitgaande van de door Eelsing (met andere experts) gemeten 2 mm zit men sowieso al 'goed', want dan komt men uit op 1,0 mm, dus boven de genoemde 0,5 — 0,7 mm.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
In dit geval werd de dikte van de ring 2 mm uitstekend gemeten.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Rekening houdend met de toegepaste professionele vloeibare pakking zal de indrukking van de ring nog ruimschoots voldoende zijn om lekkage te voorkomen.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Ook: na ruim 20 maanden was de afdichting uiteraard gewoon nog dicht.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
(En bij de tweede droogzetting was de afdichting sowieso al niet het probleem.)
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Naar aanleiding van de laatste zin, "Als een O-ring enz. ": dit is (1) niet relevant, (2) overigens niet aangetoond dat het werkelijk zo gaat, maar vooral (3) kan Van Laar niet anders dan zich hardop af te vragen: waar gaat dit nou precies over; er was geen olielekkage bij de ring naar buiten, dat staat vast in deze zaak.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Rechtbank
</emphasis>
: De deskundige schrijft:
</para>
        </parablock>
        <parablock>
          <para>
• “ “
<emphasis role="italic">
Rekening houdend met de kleine ruimte van 1 mm, volgt dat de compressie van de O-ring ongeveer 0,5 mm tot maximaal 1 mm is.
</emphasis>
</para>
          <para>
• “
<emphasis role="italic">
Mijns inziens is de 0,5 - 0,7 mm die de O-ring te dun is, samen met de kit tussen schroef en loopbus de oorzaak dat er niet genoeg druk staat op de O-ring. Uit de rapportages volgt dat er geen onrondheid geconstateerd werd bij het uit elkaar halen op 15 juli 2020 . Als een O-ring ruim anderhalf jaar goed ingedrukt is geweest, wordt een dergelijke O-ring vierkant met afgeronde hoeken; dit is normaal goed te zien na demontage.
</emphasis>
”
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Van Laar gaat uit van een andere meting dan de deskundige. De meting waarvan de deskundige uitgaat is verantwoord. De rest van het commentaar beoordeelt de rechtbank als onduidelijk en/of speculatief, temeer nu de deskundige het gebruik van vloeibare pakking niet juist acht.
</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
2.7.6
</nr>
        <parablock>
          <para>
De rechtbank bespreekt nu het commentaar van Van Laar op de beantwoording van vragen 2, 3 en 4 door de deskundige.
</para>
          <para>
<emphasis role="underline">
Over het antwoord op vraag 2:
</emphasis>
</para>
          <para>
Van Laar stelt dat vloeibare pakking bij oude installaties juist de oplossing is. Zij zet een vraagteken bij het zonder enige vorm van pakking monteren. Dat acht zij niet verstandig bij oneffenheden die er in oude installaties altijd zullen zijn.
</para>
          <para>
Zij miskent echter dat de deskundige uitdrukkelijk heeft verwezen naar een e-mailbericht van leverancier IHC dat inhoudt dat de delen zonder pakking of kit tegen elkaar gemonteerd moeten worden.
</para>
          <para>
Van Laar vervolgt haar commentaar:
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
“De vlakke spiegel gelegd op de stoeptegel dicht niet af.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
De gerechtsdeskundige heeft ook niet werkelijk nadelen van het gebruik van kit benoemd. De algemeenheid “tijdelijke oplossing” is op niets gebaseerd, niet toegelicht; op stellingen namens Van Laar over de duurzaamheid van Permatex reageerde de gerechtsdeskundige niet.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Ook nog eens: er is zelfs toen meteen na de eerste helling bij Van Laar van lekkage van enige afdichting geen sprake geweest, de lekkage was langs de spiebaan – de gerechtsdeskundige heeft hier niet op gereageerd.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
En nog eens: ook nadien nooit lekkage, zo bleek in de eerste plaats in juli 2020 bij Damen.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Verder:
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="underline italic">
als
</emphasis>
<emphasis role="italic">
dan ondanks het aangetoonde niet-lekken, na jaren, iets tegen Van Laar gevonden moet worden, dan zou dat zijn zoiets als het alsnog toepassen van een andere pakking en/of een andere ring; dat is goedkoop, hoogstens enkele duizenden euro’s en kan bij gelegenheid met een andere klus gecombineerd worden;
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
het Van Laar laten opdraaien voor de kosten van het trekken van de as en alles wat daarmee verband houdt, om te zoeken naar iets dat er niet is (de GA voer december jl. van Den Helder naar Rotterdam) is om diverse in deze conclusie genoemde redenen niet te rechtvaardigen;
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
hoe dan ook zou dan eerst de hobbel genomen moeten worden dat Van Laar iets niet goed heeft gedaan waardoor er water van belang in het systeem kwam en bleef.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Maar dit alles gaat nog steeds om in het systeem achtergebleven emulsie – welke geen smeringsprobleem behoort te vormen – nadat de GA in oktober 2018 geen opdracht tot trekken van de as enz. gaf zelfs toen de schroef toch al werd gedemonteerd.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Terwijl voorts niet meer in geschil is dat in juli 2020 bleek van niet-lekkage; de vloeibare pakking van najaar 2018 doet zijn werk.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Over de O-ringen enz. zie weer hiervoor nrs.4.11, 5.4, 5.7, 5.8.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
De rechtbank kan hier geen touw aan vastknopen. Voor deze passage geldt wat zij hiervoor onder 2.7.1 heeft overwogen: zij kan alleen rekening houden met zorgvuldig, to-the-point, en, waar nodig, scherp geformuleerde stellingen, verweren en commentaren, waaraan duidelijke en gerichte consequenties zijn verbonden. Zij gaat daarom aan dit gedeelte van het commentaar voorbij.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Over het antwoord op vraag 3
</emphasis>
</para>
          <para>
Van Laar noemt het gebruik van de woorden “grote hoeveelheden” suggestief.
</para>
          <para>
Het ging volgens haar niet om het verkrijgen van een afdichting. De schroefasafdichting lekte niet, die werd dus ook niet gerepareerd bij de 2e helling. In het rapport staat geen enkele onderbouwing dat het een tijdelijke oplossing is en hoe dat dan zit met het “tijdelijke”. Permatex is permanente vloeibare pakking. Wanneer alles strak is, nieuw, keurig, zal vaak geen behoefte aan vloeibare pakking bestaan. Maar wanneer, zoals in dit geval, onderdelen krom zijn, gebutst, pokdalig, is dat – standaard – anders, aldus Van Laar.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Van Laar miskent hierbij dat het ging om het vernieuwen van de schroefasafdichtingen, en dus om een afdichting. Zij acht het gebruik van de woorden “grote hoeveelheden” suggestief. De rechtbank neemt aan dat zij bedoelt te zeggen dat het niet om grote hoeveelheden ging. Als de rechtbank dat van Van Laar zou aannemen, dan nog geldt dat de deskundige het gebruik van kit bij een afdichting niet als een goede, maar hoogstens als een tijdelijke oplossing beschouwt. De deskundige legt dat ook uit in zijn rapport op bladzijde 12, onder i:
<emphasis role="italic">
“(…) Ik weet uit ervaring dat op vlakken die moeten afdichten en welke aangetast zijn door zeewater, blauwe locktit kit als vloeibare pakking nuttig is. Echter op vlakken, die deel uitmaken van een dergelijke afdichting als tussen de schroef en loopbus waar de fabrikant een aparte afdichting voor levert, is gebruik van dergelijke kit niet normaal. Dit wordt ook bevestigd in de e-mail van [naam02] van Lagersmit IHC (bijlage 6 van mr. Den Hollander). Daarin wordt ook duidelijk gesteld dat op die plaats kit niet gebruikt moet worden.”
</emphasis>
</para>
          <para>
Dat die oplossing, zoals Van Laar stelt, veelvuldig wordt gebruikt, maakt nog niet dat het in dit specifieke geval een goede oplossing is.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="underline">
Over het antwoord op vraag 4:
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Van Laar herhaalt haar standpunt over de gebruikelijkheid van vloeibare pakking.
</para>
          <para>
De rechtbank verwijst naar wat zij daarover al heeft overwogen.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Van Laar concludeert dat het oordeel van de deskundige dat de lagers hoogstwaarschijnlijk kunnen blijven zitten meebrengt dat daarvan mag worden uitgegaan.
</para>
          <para>
De rechtbank laat dit punt buiten bespreking omdat Golfo Azzurro haar eis naar aanleiding van het deskundigenbericht niet heeft vermeerderd.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Van Laar vervolgt:
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
“verder over het trekken van de schroefas enz.: dit zou dan bij de eerste droogzetting hebben moeten plaatsvinden?
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
Nota bene: toen had de GA aantoonbaar in olie/water-emulsie gedraaid, en werd de schroef gedemonteerd.
</emphasis>
</para>
          <para>
<emphasis role="italic">
(Maar toen is [naam01] niet eens op het idee gekomen [de klasse evenmin] om opdracht te geven tot een kostbare operatie in plaats van de beproefde methode van het toepassen van vloeibare pakking.”
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Voor deze passage geldt wat de rechtbank hiervoor onder 2.7.1 heeft overwogen.
</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
2.7.7
</nr>
        <parablock>
          <para>
De door de deskundige genoemde feiten en/of omstandigheden in antwoord op vraag 5 acht de rechtbank voor de beoordeling niet van belang. Deze, en de reactie van
</para>
          <para>
Van Laar daarop, kunnen daarom onbesproken blijven.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
<emphasis role="italic">
Conclusie met betrekking tot de inhoud van het deskundigenrapport
</emphasis>
</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8
</nr>
      <parablock>
        <para>
De rechtbank stelt voorop dat voor de overtuiging van de rechter bij de waardering van deskundigenbewijs de maatstaf is of er sprake is van een redelijke mate van zekerheid. Natuurwetenschappelijke zekerheid niet is vereist.
</para>
        <para>
Het rapport van de deskundige geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk, consistent en coherent. De vragen zijn volledig en duidelijk beantwoord en de aannamen zijn deugdelijk toegelicht. Het commentaar van Van Laar op het rapport heeft de rechtbank hiervoor besproken en gepasseerd.
</para>
        <para>
Daarom neemt de rechtbank de conclusies van de deskundige, die zij overtuigend vindt, over en maakt die tot de hare.
</para>
        <para>
Aan bewijslevering door Van Laar komt de rechtbank daarom niet toe.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.9
</nr>
      <para>
Daarmee staat vast dat Van Laar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst met Golfo Azzurro en dat zij gehouden is tot vergoeding van de schade die Golfo Azzurro daardoor heeft geleden.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.10
</nr>
      <para>
In het vonnis van 8 juni 2022 heeft de rechtbank voor zover mogelijk reeds over de verschillende schadeposten beslist.
</para>
      <para>
- de kosten van BMT en Verschoor &amp; Bras, bedragen van € 1.650,- en € 808,28
</para>
      <parablock>
        <para>
(rechtsoverweging 5.3.1 in voornoemd vonnis)
</para>
        <para>
-` de door Golfo Azzurro onder de noemer “eigen risico verzekering” gevorderde kosten van een herstelreparatie van € 15.000,-
</para>
        <para>
(rechtsoverweging 5.3.2 in dat vonnis)
</para>
      </parablock>
      <para>
- brandstofkosten van € 712,50
</para>
      <para>
(rechtsoverweging 5.3.3 in dat vonnis).
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.11
</nr>
      <para>
Dit leidt dus tot toewijzing van een bedrag van in totaal € 18.170,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 (rechtsoverweging 5.3.8 in dat vonnis).
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
buitengerechtelijke incassokosten
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.12
</nr>
      <para>
Aan buitengerechtelijke incassokosten is in aanvulling op de hoofdsom toewijsbaar een bedrag van € 956,70. conform de staffel van de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
verklaring voor recht
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.13
</nr>
      <para>
De gevorderde verklaring voor recht hangt rechtstreeks samen met de gevorderde schadevergoeding. Deze zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat Golfo Azzurro daarbij een separaat belang heeft.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.14
</nr>
      <parablock>
        <para>
De vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad is op de wet gebaseerd en
</para>
        <para>
Van Laar heeft er geen verweer tegen gevoerd. De vordering zal worden toegewezen.
</para>
        <para>
Dit betekent dat Golfo Azzurro van het vonnis nakoming kan verlangen, ook wanneer daarvan hoger beroep zou worden ingesteld.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
proceskosten: gedeeltelijke compensatie
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.15
</nr>
      <para>
Golfo Azzurro en Van Laar worden over en weer op onderdelen in het ongelijk gesteld. De rechtbank compenseert daarom de proceskosten, zodanig dat elk van hen de eigen kosten draagt, met uitzondering van de kosten van het deskundigenbericht: die komen voor rekening van Van Laar, een bedrag van € 7.018,- inclusief btw.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="bold">
De beslissing
</emphasis>
</para>
        <para>
De rechtbank
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
veroordeelt Van Laar om aan Golfo Azzurro te betalen een bedrag van € 19.127,48, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 18.170,78 vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag van volledige betaling;
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
veroordeelt Van Laar in de kosten van het deskundigenbericht, een bedrag van € 7.018,-, inclusief btw, te voldoen aan Golfo Azzurro;
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
compenseert de proceskosten voor het overige, zodanig dat Van Laar en Golfo Azzurro elk de eigen kosten dragen;
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
draagt de griffier op het restant van het voorschot, een bedrag van € 242,- te laten terugbetalen aan Golfo Azzurro;
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Witkamp en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2023.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
2632/2054
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_845e8da1-141c-4038-9af3-070a63ecf3e8" label="1">
    <para>
Rapport van Verschoor en Bras van 9 oktober 2020
</para>
    <para>
Aanvulling op rapport Verschoor en Bras van 19 okt. 2020
</para>
    <para>
Rapport van Eelsing van 23 september 2020
</para>
    <para>
Verslag van BMT van 28 juli 2020
</para>
    <para>
Andere stukken : Bijlagen zoals verstuurd bij de reactie van beide partijen
</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b5405e0-98c5-4e77-bbf1-bae0419bd91e" label="2">
    <para>
Rechtbank: wie dit waren staat vermeld in r.o 2.5 van het vonnis van 8 juni 2022.
</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>