<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-01T15:48:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10252191 VV EXPL 22-256</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:655">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-01T15:47:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:655 Rechtbank Rotterdam , 30-01-2023 / 10252191 VV EXPL 22-256</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:655:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur tijdens overeenkomst niet betaald. Toewijzing huurachterstand en ontruiming gehuurde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:655:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10252191 VV EXPL 22-526
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 30 januari 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Gustoha B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
vestigingsplaats: Amsterdam,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. E.H. Mulckhuijse,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
, tevens handelend onder de naam
<emphasis role="bold">
[handelsnaam01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
die niet is verschenen.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘Gustoha’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <parablock>
        <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
        <para>
- de dagvaarding van 3 januari 2023, met bijlagen.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Op 24 januari 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: namens Gustoha mevrouw [naam01] met mr. E.H. Mulckhuijse.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
Het geschil
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Gustoha eist samengevat:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis het gehuurde aan de [adres01] te [plaats01] te ontruimen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis aan haar te betalen € 2.096,32 met rente over € 1.815,- vanaf 16 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen tot betaling van € 302,50 vanaf 1 januari 2023 tot het moment van ontruiming;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
Het bedrag dat wordt geëist bestaat uit de hoofdsom van € 1.815,-, rente van € 9,07 (berekend tot en met 15 december 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 272,25.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Gustoha baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] huurt van Gustoha een bedrijfsruimte, maar heeft nog nooit huur betaald. Gustoha heeft de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming van het gehuurde aangezegd tegen 1 december 2022. [gedaagde01] heeft het gehuurde niet ontruimd en verlaten. Gustoha kan nog niet over het gehuurde beschikken, omdat de ontruimingsbescherming van artikel 7:230a BW van toepassing is. Die bescherming geldt niet voor een huurder die veroordeeld is tot ontruiming wegens niet-nakoming van zijn verplichtingen (artikel 7:230a lid 2 BW). [gedaagde01] is zijn verplichting met betrekking tot het betalen van de huur niet nagekomen en er hebben gedurende de huurovereenkomst geen activiteiten in het gehuurde plaatsgevonden. Gustoha vordert daarom veroordeling van [gedaagde01] tot ontruiming van het gehuurde.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] heeft geen verweer gevoerd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] is op 24 januari 2023 niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit de door Gustoha overgelegde originele dagvaarding is gebleken dat [gedaagde01] correct voor de zitting is opgeroepen. Ook de overige bij wet voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen, zodat verstek is verleend tegen [gedaagde01] .
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
De vordering tot ontruiming van het gehuurde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat deze zal worden toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] moet een gebruiksvergoeding betalen tot en met de maand waarin hij de bedrijfsruimte met al zijn spullen heeft verlaten. Dit deel van de vordering wordt daarom ook toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
De gevorderde huurachterstand berekend tot en met november 2022 en de gebruiksvergoeding over december 2022, in totaal een bedrag van € 1.815,-, wordt als onweersproken en gegrond op de wet toegewezen. De wettelijke rente over dit bedrag wordt eveneens toegewezen, omdat [gedaagde01] te laat is met betaling.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <para>
De gevorderde incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 45,38. In de door Gustoha aan [gedaagde01] verstuurde veertiendagen-brief is slechts aanspraak gemaakt op dit bedrag en niet op een hoger bedrag.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.6.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 BW). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Gustoha tot vandaag vast op € 106,04 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 498,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 732,04. Voor kosten die Gustoha maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 124,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente wordt toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.7.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om binnen 7 dagen na de datum van dit vonnis de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres01] te [plaats01] , te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde01] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Gustoha te stellen;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om binnen 7 dagen na betekening van het vonnis aan Gustoha te betalen € 1.869,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 1.815,- vanaf 16 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] aan Gustoha te betalen € 302,50 met ingang van de maand januari 2023 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van Gustoha tot vandaag worden vastgesteld op € 732,04;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.5.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.6.
</nr>
      <para>
wijst het andere af.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
47636
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>