<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:6425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-20T15:18:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/649101 / JE RK 22-2820</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6425">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:6425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-20T15:16:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:6425 Rechtbank Rotterdam , 14-04-2023 / C/10/649101 / JE RK 22-2820</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:6425:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing ondertoezichtstelling, ouders zijn in staat om de noodzakelijke hulpverlening te aanvaarden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:6425:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/649101 / JE RK 22-2820</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 april 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Raad,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [kind01], </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum01] 2006 te [geboorteplaats01], hierna te noemen: [kind01],</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [kind02], </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum02] 2017 te [geboorteplaats02], hierna te noemen: [kind02].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam01],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01],</para>
      <para>advocaat: mr. S.N. Bektas, te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam02],</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats02].	</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- de beschikking van deze rechtbank van 20 januari 2023 en de daaraan ten grondslag 	liggende stukken;</para>
    <para>- de rapportage van de GI van 7 april 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde 	datum;</para>
    <para>- de briefrapportage van de Raad van 11 april 2023. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 april 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:<?linebreak?>-	de vader;<?linebreak?>-	de moeder, bijgestaan door haar advocaat;<?linebreak?>-	een vertegenwoordiger van de Raad, [naam03];<?linebreak?>-	een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West	Dordrecht (hierna: de GI), [naam04].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <parablock>
      <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind01] en [kind02].</para>
      <para> [kind01] en [kind02] wonen bij hun moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 januari 2023 [kind01] en [kind02] onder toezicht gesteld tot 20 april 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind01] en [kind02] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Er moet nog worden beslist op het resterende verzoek voor de duur van negen maanden, te weten tot 20 januari 2024.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. Het gaat beter met het gezin en het is positief dat de ouders, met name de moeder, meewerken met de hulpverlening. De Raad is van oordeel dat het raadsonderzoek en de komst van de GI eraan hebben bijgedragen dat het de moeder is gelukt om gemotiveerd te blijven voor de hulpverlening. Het is belangrijk dat de huidige hulpverlening blijft doorlopen. Er is eindelijk beweging in het gezin nu er een jeugdbeschermer betrokken is. De Raad is bang dat de motivatie en zorg minder worden wanneer de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de GI</title>
    <parablock>
      <para>De GI is het niet eens met het verzoek van de Raad. Sinds de vorige zitting van 20 januari 2023 heeft de positieve ontwikkeling doorgezet. De ouders en [kind01] zijn gemotiveerd en willen zich inzetten voor de aangeboden hulp. De MDFTtherapie is gestart met alle gezinsleden en tot op heden heeft iedereen zich aan de gemaakte afspraken gehouden. Deze therapie heeft een positief effect op het gezin. Er is sprake van meer vertrouwen, samenwerking en verbinding in het gezin. Als er problemen zijn, dan pakt het gezin die in samenwerking met de MDFT-therapeut aan. Ook hebben de ouders aangegeven dat zij open staan voor individuele hulp. De moeder is meer betrokken bij [kind01] en wat er in haar leven speelt. [kind02] staat op de wachtlijst voor speltherapie om de situatie op een passende manier op haar over te brengen. </para>
      <para>De ouders en de kinderen hebben het roer omgegooid en zijn gemotiveerd om de stijgende lijn door te zetten. Zij aanvaarden de hulp die daarvoor nodig is. De GI vindt, na overleg met hun gedragswetenschapper, dat verlenging van de ondertoezichtstelling dan ook niet nodig. De komende periode zal gebruikt worden voor een goede overdracht naar het vrijwillig kader in de vorm van het Jeugdteam, zodat passende hulp betrokken blijft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de ouders</title>
    <para>De ouders voeren verweer tegen het verzoek van de Raad. De komst van Enver heeft de ouders andere inzichten gegeven. Door de fijne gesprekken staan de ouders ervoor open voor de hulpvelening. De situatie heeft zich de afgelopen tijd positief ontwikkeld. De verstandhouding en de communicatie tussen de ouder is verbeterd, waardoor het hen lukt om beter samen te werken voor de kinderen. [kind01] heeft zich in geschreven voor een nieuwe opleiding en start in de tussentijd met een bijbaan. Samen met de MDFT-therapeut wordt passende hulp gezocht voor [kind01]. [kind02] is aangemeld voor speltherapie, waarvoor zij op de wachtlijst staat. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van de moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling het volgende aangevuld. Tijdens de vorige zitting is een deel van het verzoek aangehouden vanwege de – toen prille –positieve ontwikkeling van de ouders. Als die ontwikkeling zou doorzetten, was er ruimte voor een overdracht naar het vrijwillige kader. Uit wat de ouders naar voren brengen en de briefrapportage van de GI valt af te leiden dat de ouders open staan voor de hulpverlening en gemotiveerd zijn. De situatie tussen de ouders onderling en met betrekking tot het gezin is verbeterd en de ouders zijn bereid om de stijgende lijn vast te houden in het vrijwillige kader. Er is geen noodzaak voor een verlenging van de ondertoezichtstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter is met de Raad van oordeel dat er nog steeds zorgen bestaan. Er is echter sprake van een situatie waarin de ouders in staat zijn om de noodzakelijk hulpverlening te aanvaarden. De ouders krijgen door de MDFT-therapie de juiste handvatten om de onderlinge communicatie en de samenwerking binnen het gezin te verbeteren. Het lukt de ouders om de zorgen in samenwerking met de MDFT-therapeut goed aan te pakken. Zo vindt [kind01] het lastig om haar motivatie voor school vast te houden en is in samenspraak afgesproken dat [kind01] zich zal aanmelden voor een nieuwe opleiding na de zomervakantie. In de tussentijd zal zij een bijbaan zoeken met het oog op passende dagbesteding. Deze situatie heeft het gezin goed aangepakt. Ook na het incident tijdens het weekend weg, hebben de ouders goede gesprekken gevoerd met de MDFT-therapeut. Hierna zijn veiligheidsafspraken gemaakt om de situatie stabiel te houden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit dit alles blijkt dat de ouders de noodzakelijke hulp aanvaarden en dat zij in staat zijn om zo in het vrijwillige kader de zorgen weg te nemen. De kinderrechter heeft er voldoende vertrouwen in dat de ouders zonder de betrokkenheid van de GI zelf de noodzakelijk hulp en ondersteuning zoeken in situaties waarin dat nodig is, zeker nu de betrokken jeugdbeschermer aangeeft dat het goed gaat en een verlenging van de ondertoezichtstelling niet nodig is. Dit betekent dat het verzoek zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2023 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. de Pater als griffier, en op schrift gesteld op 24 april 2023.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>