<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-01T09:53:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10089758 / CV EXPL 22-27751</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:584">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-01T09:52:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:584 Rechtbank Rotterdam , 13-01-2023 / 10089758 / CV EXPL 22-27751</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:584:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. De kantonrechter gelast een mondelinge behandeling en noemt een aantal punten dat tijdens de mondelinge behandeling ter sprake zal komen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:584:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10089758 / CV EXPL 22-27751
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 13 januari 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Infomedics B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
statutair gevestigd in Almere,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V. te Almere,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende in [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
die zelf procedeert.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘Infomedics’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 29 augustus 2022, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het antwoord, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de repliek, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de dupliek, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de aanvullende dupliek, met bijlagen.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
Het geschil
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Infomedics eist samengevat:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 494,54 met rente;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten met rente;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 424,36, rente van € 6,53 (berekend tot 18 augustus 2022) en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 63,65.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Infomedics baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] heeft op 10 september 2021 een tandheelkundige behandeling bij [naam praktijk01] (‘de zorgverlener’) ondergaan. De zorgverlener heeft haar uit die behandeling voortvloeiende vordering op [gedaagde01] in eigendom aan [bedrijf01] overgedragen. Infomedics treedt op als opdrachtnemer en incasseert de vorderingen in opdracht van de zorgverlener. Daarom heeft Infomedics bij factuur van 11 oktober 2021 een bedrag van € 424,36 voor de tandheelkundige behandeling bij [gedaagde01] in rekening gebracht. De kosten voor de tandheelkundige behandeling bedroegen € 1.285,12, maar daarvan is € 860,76 door de zorgverzekeraar van [gedaagde01] betaald. [gedaagde01] heeft de factuur voor het restantbedrag echter niet betaald. Infomedics maakt daarom aanspraak op het factuurbedrag, de wettelijke rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. Daartoe voert zij in de eerste plaats aan dat de factuur al volledig is betaald. Een gedeelte is door de zorgverzekering van [gedaagde01] (ASR) betaald en het restant is via de schuldsanering van [gedaagde01] bij de Kredietbank betaald. Verder voert zij aan dat zij wel een afspraak bij de tandarts had, maar dat die afspraak vanwege een vakantie van de tandarts niet door is gegaan. Dat is telefonisch aan [gedaagde01] doorgegeven. De assistent van de tandarts heeft vervolgens ten onrechte toch een factuur uitgeschreven en dat is waar het nu over gaat.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
De kantonrechter wil de zaak met partijen bespreken. Daarom wordt een mondelinge behandeling gelast. Tijdens de mondelinge behandeling kunnen partijen vragen van de kantonrechter beantwoorden, hun standpunten nader toelichten en over en weer op elkaars standpunten reageren. De mondelinge behandeling wordt daarnaast benut om te bekijken of partijen alsnog een minnelijke regeling kunnen treffen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
Als een partij tijdens de mondelinge behandeling een beroep wil doen op stukken die nog niet in het geding zijn gebracht, dan moeten die partij ervoor zorgen dat die stukken uiterlijk een week vóór de zittingsdatum in het bezit zijn van de kantonrechter en de wederpartij.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
Tijdens de mondelinge behandeling komen in ieder geval de volgende punten aan de orde:
</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
Heeft [gedaagde01] op 10 september 2021 een tandheelkundige behandeling ondergaan bij de zorgverlener? Zo ja, kan Infomedics dit dan onderbouwen? Uit het verweer van [gedaagde01] leidt de kantonrechter namelijk af dat [gedaagde01] dit betwist.
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
Is het verweer van [gedaagde01] dat de factuur van 11 oktober 2021 van € 424,36 al is betaald of is het verweer van [gedaagde01] dat de factuur van 11 oktober 2021 van € 424,36 onterecht is opgemaakt?
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
In het geval dat het verweer van [gedaagde01] is dat de factuur van 11 oktober 2021 van € 424,36 al is betaald: waar blijkt dat uit? [gedaagde01] heeft vooralsnog geen betalingsbewijzen overgelegd waaruit dit volgt.
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
In het geval dat het verweer van [gedaagde01] is dat de factuur van 11 oktober 2021 van € 424,36 onterecht is opgemaakt: waar blijkt uit dat de assistent van de tandarts heeft gezegd dat de factuur ten onrechte is opgemaakt? [gedaagde01] heeft vooralsnog niets overgelegd waaruit dit volgt.
</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
De zaak wordt nu verwezen naar
<emphasis role="bold">
woensdag 8 februari 2023
</emphasis>
om partijen de gelegenheid te bieden hun verhinderdata voor de maanden februari, maart, april en mei 2023 op te geven, zodat daarmee rekening kan worden gehouden bij het vaststellen van een datum en tijd voor de mondelinge behandeling. De kantonrechter zal vervolgens een datum en tijdstip voor de mondelinge behandeling bepalen, waarna deze per brief aan partijen worden medegedeeld. Uitstel is niet mogelijk, tenzij beide partijen daar gezamenlijk om verzoeken.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <para>
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>
4.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
bepaalt dat partijen (in persoon of behoorlijk vertegenwoordigd en desgewenst met hun gemachtigde) op een nader te bepalen datum en tijd moeten verschijnen in het Gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 in Rotterdam, tijdens de mondelinge behandeling van de hierna genoemde kantonrechter;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
wijst partijen op hetgeen hiervoor over het in het geding brengen van (nadere) stukken is bepaald;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
wijst partijen op de hiervoor vermelde punten die tijdens de mondelinge behandeling worden besproken;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
stelt partijen in de gelegenheid om
<emphasis role="bold">
uiterlijk op woensdag 8 februari 2023
</emphasis>
hun verhinderdata voor de maanden februari, maart, april en mei 2023 op te geven;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.5.
</nr>
      <para>
bepaalt dat de schriftelijke opgaaf uiterlijk op de voormelde dag om 12:00 uur op de griffie moet zijn ontvangen;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.6.
</nr>
      <para>
houdt iedere verdere beslissing aan.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
38671
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>