<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:5587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-06T09:37:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/658075 / JE RK 23-1159 en C/10/655672 / JE RK 23-777</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5587">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-06T09:36:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:5587 Rechtbank Rotterdam , 21-06-2023 / C/10/658075 / JE RK 23-1159 en C/10/655672 / JE RK 23-777</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:5587:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>muhp bij de vader met gezag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:5587:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team Jeugd
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Zaaknummers: C/10/658075 / JE RK 23-1159 en C/10/655672 / JE RK 23-777
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Datum uitspraak: 21 juni 2023
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaken van
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
</para>
<para />
<parablock>
<para>
betreffende
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam kind01],
</bridgehead>
<para>
geboren op [geboortedatum01] 2014 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] .
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam01] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
</para>
<para>
advocaat: mr. M. Verschoor, kantoorhoudende te Rozenburg (Zuid-Holland),
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam02] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para>
advocaat: mr. J.F.M. Weegberg, kantoorhoudende te ‘s-Gravenhage,
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam03] ,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: bijzondere curator, kantoorhoudende te [plaats01] ,
</para>
<para />
<bridgehead role="bold">
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als informant aan:
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[naam04]
</emphasis>
,
</para>
<para>
hierna te noemen: de oom vaderszijde (vz), wonende te [woonplaats02] .
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Het procesverloop
</title>
<para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
<para>
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 20 april 2023 en de daaraan ten grondslag liggen stukken;
</para>
<para>
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 19 mei 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;
</para>
<para>
- de briefrapportage met bijlagen van de GI van 13 juni 2023, ingekomen bij de griffie op 14 juni 2023;
</para>
<para>
- het verslag van de bijzondere curator van 15 juni 2023, ingekomen bij de griffie op 16 juni 2023;
</para>
<para>
- het verweerschrift van de moeder, ingekomen bij de griffie op 20 juni 2023.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De mondelinge behandeling van deze zaken heeft plaatsgevonden op 21 juni 2023. Gelijktijdig zijn behandeld de verzoeken van de vader (
<emphasis role="italic">
zaaknummer C/10/654692 / FA RK 23-2091
</emphasis>
), in welke zaken een afzonderlijke beschikking is gegeven.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Verschenen zijn:
<?linebreak?>
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
</para>
</parablock>
<para>
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
</para>
<para>
- de bijzondere curator;
<?linebreak?>
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam05] ;
<?linebreak?>
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, [naam06] en [naam07] ;
</para>
<para>
- de oom vz.
</para>
<para />
</section>
<section>
<title>
De feiten
</title>
<para>
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam kind01] .
</para>
<para />
<parablock>
<para>
[naam kind01] verblijft bij de oom vz.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bij beschikking van 18 januari 2022 van de kinderrechter van deze rechtbank is [naam kind01] onder toezicht gesteld tot 18 januari 2023. Deze maatregel is bij beschikking van 10 januari 2023 verlengd tot 18 januari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bij beschikking van 20 april 2023 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] verleend in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oom vaderszijde, tot 20 juli 2023. Het overige verzochte is aangehouden.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
De (aangehouden) verzoeken
</title>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
C/10/658075 / JE RK 23-1159
</emphasis>
</para>
<para>
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] bij de vader voor de duur van de ondertoezichtstelling.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
C/10/655672 / JE RK 23-777
</emphasis>
</para>
<para>
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] bij de vader voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI heeft dit verzoek ter zitting van 20 april 2023 gewijzigd in een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oom vaderszijde ([naam04] ).
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
De standpunten
</title>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
De GI
</emphasis>
brengt – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren.
</para>
<para>
Op 20 april 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] bij de oom vz verleend. De moeder was na de zitting niet bereikbaar voor de GI, waardoor het op donderdag 20 april 2023 niet is gelukt [naam kind01] bij de oom vz te plaatsen. Ook op vrijdag 21 april 2023 is gepoogd [naam kind01] te plaatsen. De GI heeft meermaals geprobeerd met de moeder in contact te komen. Op zaterdag 22 april en zondag 23 april 2023 is het niet gelukt om [naam kind01] te plaatsen, omdat het netwerk zich in het buitenland bevond. Het netwerk had hiervoor toestemming van de vorige vaste jeugdbeschermster, [naam08] . De plaatsing van [naam kind01] heeft op 24 april 2023 plaatsgevonden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
[naam kind01] heeft aanvankelijk bij de jeugdbeschermster aangegeven bang te zijn voor de vader, maar van die vrees is bij de begeleide omgang met de vader niets teruggezien. Op woensdag 26 april 2023 heeft er begeleide omgang plaatsgevonden met de moeder en de vader. [naam kind01] was blij om de vader te zien en de omgang verliep zonder problemen. Dat beeld heeft zich doorgezet bij de volgende twee omgangsmoment. Er is ook gesproken met de partner van de vader, [naam09] . De GI heeft geen zorgen over de opvoedsituatie bij de vader en zijn partner. Daarom vinden de bezoeken tussen de vader en [naam kind01] op dit moment onbegeleid plaats. De oom vz heeft aangegeven dat het niet lukt om naast zijn eigen kinderen ook [naam kind01] naar school te brengen. [naam kind01] heeft daardoor één week school gemist. Sindsdien brengt en haalt de vader [naam kind01] elke schooldag van en naar school.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De bezoeken tussen de moeder en [naam kind01] worden nog steeds begeleid door de GI. De moeder belast [naam kind01] tijdens de bezoeken met volwassenzaken en houdt zich niet aan de afspraken. De moeder stelt ook dat er dingen door [naam kind01] tegen haar gezegd zijn tijdens de omgang die wijzen op onveiligheid bij de vader, maar de GI heeft daar geheel niets van meegekregen. Er is mede daarom sprake van wantrouwen tussen de GI en de moeder. Op 6 juni 2023 heeft de GI daarom een vooraankondiging van een schriftelijke aanwijzing verstuurd naar de moeder. Hierin zijn afspraken over de communicatie tussen de moeder en de GI en over de begeleide bezoeken opgesteld. De twee begeleide bezoeken die hierna hebben plaatsgevonden, zijn positief verlopen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Tijdens de zitting op 20 april 2023 heeft de GI naar voren gebracht dat [naam kind01] aangemeld was voor traumabehandeling. Er is echter nooit een concrete aanmelding gedaan. Traumabehandeling kan namelijk pas worden ingezet als zij consistent is in wat zij heeft meegemaakt, wat haar beleving is. Echter komt [naam kind01] met wisselende uitspraken. [naam kind01] geeft aan dat haar uitspraken over huiselijk geweld niet kloppen. Gezien de onrustige situatie is de GI, in overleg met de gedragswetenschapper van de GI, van mening dat de inzet van speltherapie op dit moment meer passend is dan traumabehandeling. Op dit moment is de ontwikkelingsbedreiging van [naam kind01] gelegen in een loyaliteitsconflict.
</para>
<para>
Gelet op het voorgaande handhaaft de GI het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI trekt het verzoek met zaaknummer C/10/655672 / JE RK 23-777 in.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
De Raad
</emphasis>
brengt – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren.
</para>
<para>
De Raad stemt in met het verzoek een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] te verlenen bij de vader. Er bestaan zorgen over de uitspraken van [naam kind01] over huiselijk geweld. De Raad ziet echter niets hiervan terug in het contact tussen de vader en [naam kind01] , of tussen de vader en haar halfbroer en halfzusje. Die contacten verlopen probleemloos. De Raad heeft de ervaring dat, wanneer kinderen zich in een loyaliteitsconflict bevinden, zij uitspraken doen om ouders tegemoet te komen. De Raad wil hiernaar verder onderzoek doen. De Raad heeft contact opgenomen met de wijkagent. Op het huidige verblijfadres van de vader, bij zijn partner, zijn geen meldingen van huiselijk geweld bekend. De politie heeft, na een melding bij Veilig Thuis van de moeder, geprobeerd contact op te nemen met de vader. Dat is niet gelukt. De ouders hebben toestemming gegeven voor contact van de Raad met de politie. De Raad onderzoekt of er bij de politie meldingen bekend zijn op het huidige verblijfadres van de vader of op het adres waar hij staat ingeschreven.
</para>
<para>
De Raad heeft [naam kind01] kort gesproken. De Raad vindt het van belang dat [naam kind01] vanuit een stabiele basis onbelast contact kan hebben met zowel de vader als de moeder en dat de ouder waar [naam kind01] woont het contact met de andere ouder kan vormgeven. Op basis van de stukken en de zitting op 20 april 2023, acht de Raad de vader hiertoe het beste in staat. De vader heeft ook aangegeven dat hij het in het belang van [naam kind01] acht dat zij contact heeft met de moeder.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
De bijzondere curator
</emphasis>
brengt – kort en zakelijk weergegeven – in aanvulling op zijn schriftelijke verslag het volgende naar voren.
</para>
<para>
De bijzondere curator heeft [naam kind01] gesproken in het bijzijn van [naam09] , de partner van de vader. [naam kind01] heeft behoefte aan duidelijkheid en geeft aan dat zij graag bij de vader wil wonen. Het contact tussen de vader en [naam kind01] kan de bijzondere curator niet plaatsen bij de uitspraken van [naam kind01] . De bijzondere curator heeft ook de moeder gesproken. [naam kind01] bevindt zich in een loyaliteitsconflict. De bijzondere curator is van mening dat speltherapie moet worden ingezet en op dit moment meer passend is dan een traumabehandeling. Eventueel en indien nodig kan een persoonlijkheidsonderzoek worden afgenomen. Daarnaast moet er hulpverlening, zoals Ouderschap na Scheiding, Parallel Solo Ouderschap of Kinderen uit de Knel, voor de ouders ingezet worden. De bijzondere curator heeft een voorkeur voor Kinderen uit de Knel. Ook stelt de bijzondere curator voor een overleg met alle betrokkenen te plannen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
De vader
</emphasis>
brengt – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren.
</para>
<para>
Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek machtiging uithuisplaatsing bij de vader. Uit zowel de vooraankondiging van de schriftelijke aanwijzing d.d. 6 juni 2023 en de briefrapportage van de GI d.d. 13 juni 2023 blijkt dat de moeder zich niet houdt aan de gemaakte afspraken en de vader en de GI tegenwerkt. [naam kind01] wil bij de vader wonen en de moeder handelt niet in het belang van [naam kind01] . Zij wordt door de moeder en haar familie gemanipuleerd. De uitspraken van [naam kind01] zijn ingegeven door de moeder. Na de vorige zitting op 20 april 2023, heeft de moeder [naam kind01] onttrokken aan het gezag. Dit is een strafbaar feit. De vader geeft [naam kind01] ruimte om contact te hebben met de moeder. De vader heeft echter geen vertrouwen meer in de medewerking van de moeder.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ten aanzien van het verweerschrift van de moeder d.d. 20 juni 2023 brengt de vader naar voren dat de moeder de verblijfplaats van [naam kind01] na de vorige zitting op 20 april 2023 heeft verzwegen, waardoor plaatsing van [naam kind01] bij de oom vz geen doorgang kon vinden. De oom vz had toestemming op vakantie te gaan, omdat [naam kind01] nog niet was geplaatst. De vrees dat de moeder [naam kind01] had meegenomen naar Dubai, bleek gelukkig ongegrond. De vader betwist alles wat de moeder stelt, maar in het bijzonder hetgeen door haar is genoemd in punten 17, 20 en 21.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ten aanzien van het verslag van de bijzondere curator d.d. 15 juni 2023 merkt de vader op dat de moeder leugens vertelt over de situatie bij de vader. Daarnaast is er nooit een contactverbod geweest. Het is ongeloofwaardig dat de moeder in gesprek wil met de vader.
</para>
<para>
De vader is van mening dat Kinderen uit de Knel (KUK) en de bijbehorende psycho-educatie, moet worden ingezet, rekening houdend met het werk van de vader. Daarnaast is ook de vader van mening dat speltherapie op dit moment voor [naam kind01] meer passend is dan traumabehandeling.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
De moeder
</emphasis>
brengt – kort en zakelijk weergegeven – het volgende naar voren.
</para>
<para>
Na de mondelinge behandeling op 20 april 2023, welke enkele uren heeft geduurd, is het de moeder niet duidelijk geweest dat de plaatsing van [naam kind01] bij de oom vz reeds die avond zou plaatsvinden. De moeder heeft [naam kind01] op de plaatsing voorbereid.
</para>
<para>
Ondanks de afwezigheid op school gaat [naam kind01] over naar groep 5. De moeder heeft een compliment ontvangen voor het gedane thuiswerk.
</para>
<para>
De moeder maakt zich zorgen over de uitspraken van [naam kind01] . Er moet op korte termijn hulpverlening ingezet worden. Ook de moeder geeft aan dat speltherapie op dit moment het meest passend is voor [naam kind01] . De vorige juf van [naam kind01] kan hiermee de zomervakantie starten. De moeder staat ook open voor een traject zoals Kinderen uit de Knel. Echter is hiervoor intrinsieke motivatie van de ouders vereist. De moeder vraagt zich af of het traject haalbaar is, nu de vader hierover sceptisch is.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
De beoordeling
</title>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
In de zaak met nummer C/10/655672 / JE RK 23-777
</emphasis>
</para>
<para>
Omdat de GI het nu nog resterende deel van het verzoek tijdens de mondelinge behandeling niet langer handhaaft, kunnen de gronden daarvan niet meer worden onderzocht. Het onderhavige verzoek zal daarom worden afgewezen, voor zover hierop niet eerder is beslist.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
In de zaak met nummer C/10/658075 / JE RK 23-1159
</emphasis>
</para>
<para>
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [naam kind01] op 24 april 2023 bij de oom vaderszijde is geplaatst. [naam kind01] geeft zowel bij de GI, als bij de bijzondere curator als bij de oom vaderszijde aan graag bij de vader te willen wonen. De bezoekmomenten tussen de vader en [naam kind01] vinden onbegeleid plaats en verlopen positief. De moeder heeft echter zorgen geuit over de veiligheid bij de vader. Voor onveiligheid bij de vader is zowel in de stukken als ter zitting onvoldoende onderbouwing gegeven. Bij Veilig Thuis en de politie zijn geen meldingen van huiselijk geweld bekend op het huidige verblijfadres van de vader. Daarnaast hebben de GI en de bijzondere curator naar voren gebracht dat het contact tussen de vader en [naam kind01] liefdevol en zonder angst verloopt.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter heeft, anders dan de vader en zijn advocaat, wel zorgen over de door [naam kind01] gedane uitspraken. De zorgen zien niet zozeer op de vraag of de uitspraken op werkelijkheid berusten, maar met name op de tegenstrijdigheid van de uitspraken en de daaruit te trekken conclusie dat [naam kind01] zich in een loyaliteitsconflict bevindt. De komende periode is het daarom van belang dat er hulpverlening, zoals speltherapie, wordt ingezet. Beide ouders hebben ter zitting aangegeven hiervoor open te staan. In de komende periode zal de Raad daarnaast onderzoek doen naar de veiligheid in de opvoedingsomgeving van beide ouders.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal daarom een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] bij de vader verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 18 januari 2024.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
De beslissing
</title>
<para>
De kinderrechter:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
In de zaak met nummer C/10/658075 / JE RK 23-1159
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind01] bij de vader met ingang van 21 juni 2023 tot 18 januari 2024;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
In de zaak met nummer C/10/655672 / JE RK 23-777
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
wijst af het meer of anders verzochte, voor zover daarop niet eerder is beslist.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<informaltable>
<tgroup cols="3">
<colspec colname="colA" />
<colspec colname="colB" />
<colspec colname="colC" />
<tbody>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2023 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in aanwezigheid van L.M. Buurman als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2023.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
</tbody>
</tgroup>
</informaltable>
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
</para>
</parablock>
<para>
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
</para>
<para>
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
</para>
<para>
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
</para>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>