<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:5482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-29T11:27:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/652199 / JE RK 23-274</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5482">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-29T11:26:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:5482 Rechtbank Rotterdam , 13-03-2023 / C/10/652199 / JE RK 23-274</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:5482:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:5482:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team Jeugd
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Zaaknummer: C/10/652199 / JE RK 23-274
</para>
<para>
Datum uitspraak: 13 maart 2023
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
</bridgehead>
<para>
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
</para>
<para />
<parablock>
<para>
betreffende
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam kind01] , geboren op [geboortedatum01] 2015 te [geboorteplaats01] ,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: [naam kind01] ,
</para>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam kind02] , geboren op [geboortedatum02] 2014 te [geboorteplaats02] ,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: [naam kind02] .
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam01] ,
</bridgehead>
<para>
hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para />
<bridgehead role="bold">
[naam02] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats02] ,
</para>
<para>
advocaat: mr. A. van ’t Hek, te Rotterdam.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Het procesverloop
</title>
<para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
<para>
- het verzoekschrift met bijlagen van de GIvan 3 februari 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum;
</para>
<para>
- het e-mailbericht van de moeder van 10 maart 2023.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Op 13 maart 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld.
</para>
<para>
Verschenen zijn:
<?linebreak?>
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
<?linebreak?>
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam03] .
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Opgeroepen en niet verschenen is de moeder. Zij heeft per e-mailbericht van 10 maart 2023 aan de kinderrechter laten weten akkoord te zijn met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
De feiten
</title>
<para>
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam kind01] en [naam kind02] .
</para>
<para />
<parablock>
<para>
[naam kind01] en [naam kind02] wonen bij hun moeder.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 februari 2022 de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] verlengd tot 19 maart 2023.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Het verzoek
</title>
<para>
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De moeder wil meewerken met de hulpverlening. Enver zou gaan starten met hulp. Dit is echter niet van de grond gekomen, omdat de vader niet mee wilde werken. De kinderen hebben last van de scheiding en worden belast met volwassen zaken. De vader vertrouwt het wijkteam niet. Het wijkteam komt daarentegen wel bij de moeder thuis om ondersteuning te bieden. De GI wil daarnaast dat er Kinderen uit de Knel wordt ingezet. De GI denkt dat dit passende hulpverlening is voor de scheidingsproblematiek waar de kinderen mee te maken hebben. De kinderen moeten opnieuw op de wachtlijst hiervoor. In de tussentijd wil de GI de kinderen therapie aanbieden om weerbaarder en zelfverzekerder te worden. De kinderen hebben omgang met de vader, dit verloopt goed. De overdrachtsmomenten verlopen wisselend.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Het standpunt van de belanghebbende
</title>
<para>
Namens en door de vader is ter zitting het volgende standpunt kenbaar gemaakt. De vader vraagt zich af wat de concrete zorgen zijn over de kinderen. De vader kan zich niet vinden in een verlenging van het verzoek tot ondertoezichtstelling. Het lijkt erop dat de enige reden dat de ondertoezichtstelling verlengd zou worden, is om hulpverlening in te zetten. Het is goed dat de moeder hulp krijgt in de thuissituatie. De vader vraagt zich echter af waarom het in het gedwongen kader moet, aangezien de moeder wil meewerken aan de hulpverlening. Het contact tussen de ouders is daarnaast goed. De ouders zijn gezamenlijk bij de sport evenementen van de kinderen aanwezig. De vader staat niet open voor hulpverlening omdat hij hard werkt en geen ruimte heeft om vrij te nemen voor afspraken. Daarnaast bestaan er geen klachten over de kinderen wanneer zij bij de vader verblijven.
</para>
<para />
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
De beoordeling
</title>
<para>
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [naam kind01] en [naam kind02] liggen al langere tijd in de echtscheidingsproblematiek van de ouders. De kinderen worden regelmatig belast met volwassenenproblematiek. De kinderen zitten klem tussen beide ouders en krijgen het gevoel te moeten kiezen tussen hen (loyaliteitsconflict). Het lukt de ouders niet om het eens te worden over het inzetten van noodzakelijke hulpverlening voor de kinderen. Het afgelopen jaar is er binnen de ondertoezichtstelling onvoldoende van de grond gekomen, waardoor de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen nog steeds voort duurt. Het is van groot belang dat er periode in ieder geval hulpverlening wordt ingezet voor de kinderen, zodat zij meer weerbaar kunnen worden gemaakt ten opzichte van de relatie tussen de ouders en hun eigen positie daarin. Kinderen uit de Knel lijkt passend te zijn voor de kinderen, maar daarvoor zijn ook de ouders nodig. De GI dient uit te zoeken of en op welke manier deze of een soortgelijke hulpverlening van de grond kan komen, nu de vader hier tot op heden niet aan mee heeft gewerkt. De kinderrechter geeft de vader mee dat hij wellicht onderschat wat de gevolgen zijn voor de kinderen voor nu en op de langere termijn van een moeizaam verlopen echtscheiding en benadrukt dat het van groot belang is dat de kinderen kunnen worden geholpen, zodat zij ook in andere stadia (op korte en langere termijn) van hun leven van die echtscheiding geen last ervaren. Het zou mooi zijn als de vader in het belang van de kinderen meewerkt aan het traject Kinderen uit de Knel. Het is verder positief dat er ondersteuning wordt geboden vanuit het wijkteam bij de moeder thuis en dat de moeder daarvoor open staat. Om de inzet van de benodigde hulpverlening voor de kinderen een kans te geven, is een verlenging van de ondertoezichtstelling van een jaar noodzakelijk. In dit jaar dient de GI ook te bezien of de ondertoezichtstelling nog de aangewezen maatregel is voor dit gezin.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260 BW).
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
De beslissing
</title>
<para>
De kinderrechter:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] tot 19 maart 2024;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
</parablock>
<para />
<informaltable>
<tgroup cols="3">
<colspec colname="colA" />
<colspec colname="colB" />
<colspec colname="colC" />
<tbody>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para>
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2023 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 27 maart 2023.
</para>
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry nameend="colC" namest="colA">
<para />
</entry>
</row>
<row>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
<entry>
<para />
</entry>
</row>
</tbody>
</tgroup>
</informaltable>
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
</para>
</parablock>
<para>
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
</para>
<para>
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
</para>
<para>
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
</para>
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>