<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:5268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-28T15:36:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10287823 / CV EXPL 23-1854</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-28T15:33:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:5268 Rechtbank Rotterdam , 19-05-2023 / 10287823 / CV EXPL 23-1854</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:5268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kosten voor een tandheelkundige behandeling. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:5268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10287823 / CV EXPL 23-1854
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 19 mei 2023
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Infomedics B.V.
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd in Almere,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende in [woonplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
die zelf procedeert.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘Infomedics’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 20 december 2022, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de repliek, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de dupliek.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat deze zaak over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft op 14 juli 2022 een tandheelkundige behandeling ondergaan bij Tand-Art (‘de zorgverlener’). Infomedics incasseert de kosten voor deze behandeling in opdracht van de zorgverlener en daarom heeft Infomedics een factuur voor een bedrag van € 37,29 aan [gedaagde01] gestuurd. [gedaagde01] heeft deze factuur ontvangen, maar zij is die vergeten te betalen. [gedaagde01] heeft vervolgens nog een herinnering gekregen, maar die ontving zij in de periode dat haar opa was overleden en daardoor was zij er met haar hoofd niet bij. Omdat de factuur nog steeds niet was betaald, is Infomedics deze zaak gestart.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Wat eist Infomedics?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
Infomedics eist dat [gedaagde01] wordt veroordeeld om de factuur van € 37,29 met rente en kosten aan haar te betalen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De eis van Infomedics wordt toegewezen.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
[gedaagde01] erkent dat zij de factuur van € 37,29 aan Infomedics moet betalen. [gedaagde01] heeft in haar antwoord weliswaar gesteld dat zij “de originele factuur [heeft] betaald aan Infomedics”, maar [gedaagde01] heeft deze stelling niet met - bijvoorbeeld - een bankafschrift onderbouwd. De kantonrechter moet er in deze zaak dan ook vanuit gaan dat de factuur nog niet is betaald en daarom wordt het bedrag van € 37,29 toegewezen. Als [gedaagde01] de factuur inmiddels daadwerkelijk aan Infomedics heeft betaald, hoeft [gedaagde01] dat natuurlijk niet nogmaals te doen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
[gedaagde01] moet ook de wettelijke rente en de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aan Infomedics betalen. [gedaagde01] heeft de factuur namelijk niet binnen de op die factuur vermelde betalingstermijn aan Infomedics betaald en zij heeft de factuur ook niet betaald binnen de termijn die in de zogenaamde veertiendagenbrief staat vermeld (zie bijlage 2 bij de dagvaarding). [gedaagde01] heeft verder erkend dat zij de factuur en de veertiendagenbrief (waar “herinnering” boven staat) heeft ontvangen. Anders dan [gedaagde01] meent, hoefde (de gemachtigde van) Infomedics niet nog meer inspanningen te verrichten voordat deze zaak kon worden gestart. [gedaagde01] heeft voldoende gelegenheid gehad om de factuur zonder rechtszaak te betalen. Het is haar eigen verantwoordelijkheid dat zij ondanks een factuur en een herinnering niet heeft betaald.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
[gedaagde01] moet de proceskosten van Infomedics betalen.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ‘Rv’). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Infomedics tot vandaag vast op € 107,22 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht en € 78,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 39,00). Dit is in totaal € 313,22. Voor kosten die Infomedics maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 19,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan Infomedics te betalen € 77,52 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 37,29 vanaf 14 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van Infomedics tot vandaag worden vastgesteld op € 313,22;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
38671
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>