<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:5192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T14:48:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/657849 / KG ZA 23-413</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5192">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T14:47:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:5192 Rechtbank Rotterdam , 16-06-2023 / C/10/657849 / KG ZA 23-413</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:5192:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Ontruiming (huur). Verstek tegen niet verschenen gedaagden. Vonnis op tegenspraak. Vorderingen toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:5192:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="97b6a369-232b-4dc0-8660-0e13554179df" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="7cf33813-0de4-47ca-bbe0-ad28f742b5d5" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
vonnis
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/657849 / KG ZA 23-413
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van 16 juni 2023
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para>
eiser,
</para>
<para>
advocaat mr. J. Wijnja te Dordrecht,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
[gedaagde01] ,
</title>
<parablock>
<para>
wonende te [woonplaats02] ,
</para>
<para>
verschenen in persoon,
</para>
</parablock>
<para>
2.
<emphasis role="bold">
[gedaagde02]
</emphasis>
,
</para>
<parablock>
<para>
wonende te [woonplaats03] ,
</para>
<para>
niet verschenen,
</para>
</parablock>
<para>
3.
<emphasis role="bold">
[gedaagde03]
</emphasis>
,
</para>
<parablock>
<para>
wonende te [woonplaats03] ,
</para>
<para>
niet verschenen,
</para>
</parablock>
<para>
4.
<emphasis role="bold">
[gedaagde04]
</emphasis>
,
</para>
<parablock>
<para>
wonende te [woonplaats03] ,
</para>
<para>
niet verschenen,
</para>
<para>
gedaagden.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Eiser wordt hierna aangeduid met [eiser01] . Gedaagden worden gezamenlijk aangeduid met [gedaagde01] c.s. en ieder afzonderlijk met [gedaagde01] , [gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04] .
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 23 mei 2023, met producties 1 tot en met 10;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de mondelinge behandeling op 2 juni 2023.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
De feiten
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[eiser01] is eigenaar van een gemeubileerde woning aan de [adres01] te Rotterdam (hierna: de woning). [eiser01] heeft de woning bij huurovereenkomst van 13 juli 2022 (hierna: de huurovereenkomst) aan [gedaagde01] verhuurd. De huurovereenkomst is op 13 juli 23022 door [gedaagde01] ondertekend en namens [eiser01] door zijn zoon [naam01] . [gedaagde02] en haar minderjarige dochter waren aanwezig bij de ondertekening van de huurovereenkomst.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
In de huurovereenkomst wordt [eiser01] aangeduid met ‘Verhuurder’ en [gedaagde01] met ‘Huurder’ en is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
“
</emphasis>
<emphasis role="bold italic">
IN AANMERKING NEMENDE DAT:
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
1. Huurder is een bedrijf die behoefte heeft aan woonruimte waarin zij buitenlandse werknemers kan huisvesten. Verhuurder is eigenaar van een locatie die daartoe geschikt zou zijn.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
2. Huurder wenst deze locatie van Verhuurder te huren zodat zij deze kan onderverhuren c.q. in gebruik geven aan haar opdrachtgevers voor het huisvesten van buitenlandse uitzendkrachten.
</emphasis>
</para>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="bold italic">
Artikel 1: Het gehuurde en de bestemming
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Verhuurder verhuurt aan huurder en verstrekt in gebruik de zelfstandige woning in gemeubileerde staat, alsmede de onroerende aanhorigheden, op het adres
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
[adres01] , [postcode01] , Rotterdam
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="bold italic">
Artikel 3: Duur, verlenging en opzegging
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Deze huurovereenkomst gaat in op 15 juli 2022 voor de duur van 1 jaar.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="bold italic">
Artikel 4: Huurprijs &amp; Servicekosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.1
</nr>
<para>
<emphasis role="italic">
Met ingang van de ingangsdatum van deze huurovereenkomst bestaat de betalingsverplichting van huurder uit:
</emphasis>
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
<emphasis role="italic">
De huurprijs
</emphasis>
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
<emphasis role="italic">
De vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten (servicekosten)
</emphasis>
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)
</emphasis>
</para>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.4.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De overeengekomen huurprijs bedraagt bij aanvang € 1.295,00 per maand, exclusief gas, water en licht.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="bold italic">
Artikel 7: Waarborgsom
</emphasis>
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
7.1
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Huurder betaalt bij aanvang van de huur aan de verhuurder een waarborgsom van een bedrag van € 1.295,00 als zekerheid voor de nakoming door huurder van alle verplichtingen en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomst,
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="bold italic">
Artikel 8: Betaling
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
(…)
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
De Huurder dient uiterlijk de 25e van de maand voor de maand daarop te betalen.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
De eerste rekening bedraagt borg + maand Juli (€ 1.295,- + € 648,-) = € 1.942,-.”
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
De verschuldigde huur voor de maand juli 2022 en de waarborgsom zijn bij de ondertekening van de huurovereenkomst (op 13 juli 2022) contant betaald aan [naam01] . .
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft zelf nooit in de woning gewoond. Na ondertekening van de huurovereenkomst hebben [gedaagde02] en haar minderjarige dochter de woning betrokken. Op enig moment hebben [gedaagde03] en [gedaagde04] zich daarbij gevoegd.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
De huurtermijnen voor de maanden augustus tot en met december 2022 zijn door [gedaagde02] aan [eiser01] betaald.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
Sinds 1 januari 2023 heeft [eiser01] geen huur meer ontvangen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<para>
Bij e-mailberichten van 16 maart 2023 en 26 april 2023 heeft een buurtbewoonster bij respectievelijk Zomer VvE Beheer en bij [eiser01] haar beklag gedaan over overlast vanuit de woning in de vorm van onder meer harde muziek, huiselijk geweld en vreemde chemische geuren.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.8.
</nr>
<para>
Op 1 april 2023 heeft [eiser01] de woning bezocht. Op verzoek van [eiser01] heeft [gedaagde02] op die dag het volgende schriftelijk verklaard:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
“HIERBIJ
</para>
<para>
TEKEN IK
</para>
<para>
DAT IK MAANDAG
</para>
<para>
3 APRIL ’23 GA
</para>
<para>
VERHUIZEN
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
1 APRIL 2023
</para>
<para>
ROTTERDAM”
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.9.
</nr>
<parablock>
<para>
[eiser01] heeft eind mei 2023 bij [gedaagde01] het einde van de huurovereenkomst per
</para>
<para>
15 juli 2023 aangezegd.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
Het geschil
</title>
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
[eiser01] vordert - samengevat – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
</para>
<para />
<orderedlist numeration="arabic">
<listitem>
<para>
[gedaagde01] c.s. te veroordelen om de woning, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, met alle zich daarin van hunnentwege bevindende personen en goederen te ontruimen en te verlaten en onder overgave van de sleutels en wat daartoe verder behoort ter beschikking van [eiser01] te stellen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
[gedaagde01] te veroordelen om aan [eiser01] te voldoen € 7.095,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.505,- vanaf 12 april 2023 tot de dag van betaling en over
</para>
</listitem>
</orderedlist>
<para>
€ 1.295,- vanaf 1 mei 2023 tot de dag van betaling en over een bedrag van € 1.295,- vanaf 1 juni 2023 tot de dag van betaling en te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten van € 696,36;
</para>
<para>
3. [gedaagde01] c.s. te veroordelen in de (na)kosten van dit kort geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
[gedaagde01] voert verweer.
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beoordeling
</title>
<bridgehead role="underline italic">
Spoedeisend belang
</bridgehead>
<para />
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<para>
Gelet op de huurachterstand die oploopt en de gestelde overlast in de woning, heeft [eiser01] voldoende spoedeisend belang bij de door hem gevraagde voorziening.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline italic">
[gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04]
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<para>
[gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04] zijn niet op de mondelinge behandeling verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04] verstek wordt verleend. Nu [gedaagde01] wel in de procedure is verschenen, wordt op grond van artikel 140 lid 3 Rv één vonnis gewezen dat voor alle partijen als een vonnis op tegenspraak geldt.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.3.
</nr>
<para>
Op grond van de door [eiser01] ingenomen stellingen en bij gebreke van verweer daartegen gaat de voorzieningenrechter uit van de juistheid van de stellingen van [eiser01] . Daarbij is van belang dat – alhoewel [gedaagde02] een minderjarige dochter heeft en een ontruiming daarmee een zeer ingrijpende maatregel betreft – de bewoners in het contact met [eiser01] meerdere malen hebben toegezegd de woning te zullen verlaten, waaronder via Whatsapp maar ook door middel van een verklaring door [gedaagde02] (zie 2.8). [eiser01] heeft verklaard dat [gedaagde02] in het contact met hem heeft aangegeven voldoende mensen in de buurt te hebben waar zij terecht kan. Bovendien heeft [eiser01] het einde van de huurovereenkomst tijdig aangezegd, dus eindigt de huurovereenkomst per 15 juli 2023 en moeten [gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04] hoe dan ook de woning op korte termijn verlaten. De vordering komt de voorzieningenrechter dan ook niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt toegewezen. De ontruimingstermijn wordt, zoals gevorderd, gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline italic">
[gedaagde01]
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Ontruiming
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.4.
</nr>
<para>
Een vordering tot ontruiming van een verhuurd pand is in kort geding slechts toewijsbaar als met de vereiste hoge mate van aannemelijkheid valt te verwachten dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure wordt ontbonden, terwijl niet van de verhuurder kan worden gevraagd dat hij de beslissing in een eventuele bodemprocedure afwacht.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.5.
</nr>
<parablock>
<para>
Niet in geschil is dat [eiser01] de huurovereenkomst met [gedaagde01] heeft gesloten en dat hij zelf nooit in de woning heeft gewoond. [gedaagde01] heeft aangevoerd dat hij slechts [gedaagde02] en haar dochter heeft willen helpen met het vinden van een huurwoning en dat
</para>
<para>
het de bedoeling was dat de bewoners het contract met [eiser01] zouden overnemen. [gedaagde01] wijst daarbij ook op het feit dat [gedaagde02] in 2022 meerdere maanden de huur zelf heeft betaald. Alhoewel [eiser01] wist en daarmee ook heeft geaccepteerd dat de woning door [gedaagde02] werd bewoond, is [gedaagde01] met [eiser01] de huurovereenkomst aangegaan. [gedaagde01] blijft daarmee aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen uit deze overeenkomst, waaronder de betaling van de huur. Wat hij vervolgens al dan niet met de bewoners is overeengekomen, komt voor zijn eigen rekening en risico.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.6.
</nr>
<para>
[eiser01] heeft onbetwist gesteld dat sprake is van een huurachterstand vanaf 1 januari 2023 tot heden, te weten € 7.095,-. Een huurachterstand van ten minste drie maanden levert volgens vaste rechtspraak een tekortkoming op in de nakoming van de huurovereenkomst, als bedoeld in artikel 6:265 BW, die in beginsel ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gelet op de hoogte van de huurachterstand (ruim 5 maanden) is het zeer waarschijnlijk dat in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen. Daar komt bij dat [eiser01] onbetwist heeft gesteld dat sprake is van overlast vanuit de woning. Aldus is met de vereiste hoge mate aannemelijk dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure wordt ontbonden. Nu de huurovereenkomst per 15 juli 2023 eindigt is het overigens de vraag of er nog een bodemprocedure volgt. De voorzieningenrechter acht het gelet op het voorgaande gerechtvaardigd om de vordering tot ontruiming van de woning toe te wijzen. De ontruimingstermijn wordt, zoals gevorderd, gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Huurachterstand
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.7.
</nr>
<para>
Met betrekking tot een geldvordering in kort geding is terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.8.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft niet heeft betwist dat sprake is van een huurachterstand van in ieder geval vijf maanden (ofwel € 7.095,-). [gedaagde01] heeft nog wel aangevoerd dat [gedaagde02] in 2022 de huur betaalde en dat hij mede daarom niet is gehouden de overige termijnen te voldoen, maar mede gelet op wat onder 4.5 is overwogen gaat dit verweer niet op.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.9.
</nr>
<para>
Daarnaast is het door [eiser01] gemotiveerde spoedeisend belang niet weersproken en wordt het risico van onmogelijkheid van terugbetaling als aanvaardbaar ingeschat. De vordering tot veroordeling tot betaling van de achterstallige huur wordt daarom toegewezen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.10.
</nr>
<para>
De gevorderde rente is niet betwist en wordt toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Buitengerechtelijke kosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.11.
</nr>
<para>
[eiser01] maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. [eiser01] heeft aan [gedaagde01] op 5 april 2023 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van het gevorderde bedrag is bovendien in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en worden geacht redelijk te zijn. De vordering is daarom toewijsbaar.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.12.
</nr>
<para>
[gedaagde01] c.s. worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser01] worden begroot op:
</para>
<para>
- betekening oproeping € 129,86
</para>
<para>
- griffierecht € 1.301,00
</para>
<para>
- salaris advocaat €
<emphasis role="underline">
697,00
</emphasis>
</para>
<para>
Totaal € 2.127,86
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.13.
</nr>
<para>
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals in de beslissing is bepaald. Op grond van r.o. 2.3. van het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:853) wordt in dit vonnis geen aparte beslissing genomen over nakosten.
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
5
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De voorzieningenrechter
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
5.1.
</nr>
<parablock>
<para>
verleent verstek tegen de niet verschenen [gedaagde02] , [gedaagde03] en
</para>
<para>
[gedaagde04] ;
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.2.
</nr>
<parablock>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] c.s. om het gehuurde staande en gelegen aan het adres
</para>
<para>
[adres01] te [postcode01] Rotterdam, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle zich daarin van hunnentwege bevindende personen en goederen te ontruimen en te verlaten en onder overgave van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking van [eiser01] te stellen;
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.3.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te voldoen een bedrag van € 7.095,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.505,- vanaf 12 april 2023 tot de dag van betaling en over een bedrag van € 1.295,- vanaf 1 mei 2023 tot de dag van betaling en over een bedrag van € 1.295,- vanaf 1 juni 2023 tot de dag van betaling;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.4.
</nr>
<parablock>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te voldoen de buitengerechtelijke kosten van
</para>
<para>
€ 696,36;
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.5.
</nr>
<para>
veroordeelt [gedaagde01] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser01] tot op heden begroot op € 2.127,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van betaling;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
5.6.
</nr>
<para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2023.
</para>
<para>
[3070/1573]
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>