<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:5099</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T14:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/651570 / FA RK 23-553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5099">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5099</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-16T15:27:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:5099 Rechtbank Rotterdam , 26-06-2023 / C/10/651570 / FA RK 23-553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:5099:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzen onderhoudsbijdrage meerderjarige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:5099:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C/10/651570 / FA RK 23-553</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 26 juni 2023 over onderhoudsbijdrage</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>, hierna: [naam 1],</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat mr. M. Jonkman te Capelle aan den IJssel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>, hierna: de man,</para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen van [naam 1], ingekomen op 24 januari 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bericht met bijlagen van [naam 1] van 4 mei 2023.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Binnen de door de rechtbank gestelde termijn is geen verweerschrift ingekomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De man is ouder van [naam 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De onderhoudsbijdrage</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>
          [naam 1] verzoekt vaststelling van een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie van € 686,44 per maand.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <para>De man voert geen verweer.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <para>Uit het bepaalde in artikel 1:392 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) volgt dat ouders een onderhoudsplicht hebben ten aanzien van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van een en twintig jaren hebben bereikt in het geval dat deze behoeftig zijn. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4.</nr>
        <para>Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1:392 BW blijkt niet dat de strekking van die bepaling is ouders te verplichten hun meerderjarige kinderen, die overigens in staat zijn door arbeid in hun eigen levensonderhoud te voorzien, door het verstrekken van een uitkering in staat te stellen tot het volgen of voltooien van een opleiding (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 1983: HR 09-09-1983, nr. 6304). Een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de man kan dus alleen worden vastgesteld als [naam 1] behoeftig is.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.5.</nr>
        <para>Van behoeftigheid in de zin van artikel 1:392 BW is slechts sprake wanneer iemand onvoldoende middelen heeft om te voorzien in het eigen levensonderhoud en deze ook in redelijkheid niet kan verwerven, bijzondere omstandigheden daargelaten. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.6.</nr>
        <para>Gesteld noch gebleken is dat [naam 1] niet in staat is door arbeid (of anderszins) in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Het enkele feit dat zij een voltijds opleiding Voeding en Diëtetiek aan de Hogeschool in Den Haag volgt maakt niet dat zij behoeftig is. Dat haar moeder geen ruimte heeft voor het leveren van een onderhoudsbijdrage maakt dit niet anders. Het feit dat zij de man in staat acht de door haar verzochte onderhoudsbijdrage te voldoen, leidt evenmin tot de conclusie dat zij behoeftig is. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.7.</nr>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is er in dit geval onvoldoende gesteld om de conclusie te kunnen trekken dat er bij [naam 1] sprake is van behoeftigheid in de zin van artikel 1:392 lid 2 BW. De rechtbank zal haar verzoek daarom afwijzen.</para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <para>Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.</para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst af het verzoek van [naam 1] tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier A.D. Lavieren op 26 juni 2023.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.</para>
        <para>Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>