<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:5013</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T09:58:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10531963 VV EXPL 23-254</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5013">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:5013</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-10T09:44:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:5013 Rechtbank Rotterdam , 12-06-2023 / 10531963 VV EXPL 23-254</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:5013:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executiegeschil ontruiming woonruimte. Belang verhuurder weegt zwaarder dan dat van huurder. Verhuurder heeft o.m. aangevoerd dat schade aan gehuurde groter wordt als huurovereenkomst blijft voortduren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:5013:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10531963 VV EXPL 23-254
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 12 juni 2023
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiser01] , h.o.d.n. [handelsnaam 01]
</emphasis>
, in zijn
</para>
<para>
hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
[naam01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
<para>
eiser,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. B. el Ouath,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Stichting Woonstad Rotterdam
</emphasis>
,
</para>
<para>
vestigingsplaats: Rotterdam,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. R. van der Hoeff.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘Woonstad’ genoemd. Waar [naam01] zelf bedoeld wordt, wordt zijn naam gebruikt.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Woonstad.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 5 juni 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was mr. El Ouath namens [eiser01] aanwezig. Namens Woonstad waren aanwezig mevrouw [naam02] (medewerker sociaal beheer) en mr. Van der Hoeff.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat deze zaak over?
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
[eiser01] is, als bewindvoerder over de goederen van [naam01] , in een vonnis van de kantonrechter van 28 april 2023 veroordeeld om de woning die [naam01] van Woonstad huurt te ontruimen. Het gaat om de woning aan de [adres01] in Rotterdam. De ontruiming in opdracht van Woonstad staat gepland voor 13 juni 2023.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
[eiser01] wil dat de uitvoering van het vonnis van 28 april 2023 wordt geschorst totdat in hoger beroep opnieuw over de zaak is beslist. [eiser01] wil in hoger beroep (opnieuw) verweer voeren tegen het standpunt van Woonstad dat [naam01] geen hoofdverblijf heeft in het gehuurde. Hij vindt dat de belangen van [naam01] bij (voorlopig) behoud van het gehuurde zwaarder wegen dan de belangen van Woonstad bij de geplande ontruiming.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Het beoordelingskader
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Dit executiegeschil gaat over de tenuitvoerlegging van een vonnis waartegen nog een voorziening open staat. [eiser01] kan immers hoger beroep instellen tegen het vonnis en hij heeft aangekondigd dat ook te zullen doen. In het vonnis van 28 april 2023 is niet gemotiveerd waarom het uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Dit betekent dat de kantonrechter moet onderzoeken of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van [eiser01] (althans [naam01] ) bij behoud van de bestaande toestand (het niet hoeven ontruimen van het gehuurde) zolang in hoger beroep niet is beslist, zwaarder weegt dan het belang van Woonstad om wel tot ontruiming over te gaan (zie HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2019, r.o. 5.5.3 en 5.6.2).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Belangenafweging
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
[eiser01] heeft niet meer naar voren gebracht dan dat [naam01] door ontruiming van het gehuurde op straat komt te staan en dat het hem nog niet gelukt is om andere woonruimte te vinden. Woonstad heeft daarentegen gewezen op haar belang om het gehuurde te kunnen verhuren aan iemand die daar – in tegenstelling tot [naam01] , aldus Woonstad – wel zijn hoofdverblijf heeft, een belang dat gezien de schaarste op de woningmarkt zwaar weegt. Daarnaast is sprake van schade aan het gehuurde door het gebrek aan ventilatie en het niet verwarmen van het gehuurde in de winter, welke schade zolang het gehuurde niet aan Woonstad ter beschikking wordt gesteld alleen maar groter zal worden. De schade aan het gehuurde is door [eiser01] niet weersproken.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
De kantonrechter oordeelt dat het (goed onderbouwde) belang van Woonstad bij ontruiming van het gehuurde op korte termijn hier zwaarder weegt dan het belang van [naam01] bij behoud van het gehuurde totdat in (een nog in te stellen) hoger beroep zal zijn beslist. Met name het argument van Woonstad dat het gehuurde schade heeft opgelopen, bestaande uit schimmelvorming, en dat dit alleen maar erger zal worden, weegt voor de kantonrechter zwaarder dan het algemene argument van [eiser01] dat [naam01] door de ontruiming dakloos zal worden. Dat laatste is nu eenmaal de consequentie van het toewijzen van een ontruimingsvordering. De vorderingen van [eiser01] worden daarom afgewezen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.6.
</nr>
<para>
[eiser01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Woonstad tot vandaag vast op € 529,- aan salaris voor de gemachtigde. Voor kosten die Woonstad maakt na deze uitspraak moet [eiser01] een bedrag betalen van € 99,50 (1/2 punt × € 199,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.7.
</nr>
<para>
Dit vonnis wordt voor zover het de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
wijst de vorderingen af;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [eiser01] in de proceskosten die aan de kant van Woonstad tot vandaag worden vastgesteld op € 529,-;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
51909
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>