<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:4907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-15T16:18:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10278266</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:4907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:4907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-15T16:17:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:4907 Rechtbank Rotterdam , 26-05-2023 / 10278266</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:4907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vve moet nog een bedrag aan eiser betalen; zij heeft dat bedrag van verzekeraar ontvangen en moest dat betalen aan eiser (ivm waterschade in zijn woning);.Vve moet proceskosten betalen; eventuele fouten van vorige beheerder zijn toe te rekenen aan vve.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:4907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10278266 CV EXPL 231160
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 26 mei 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiser,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. A. Aksü,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
vertegenwoordigd door [naam01] .
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 3 januari 2023, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het antwoord van 14 februari 2023, met bijlagen.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Op 25 april 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met [eiser01] , mr. Aksü en [naam01] besproken.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <bridgehead role="italic">
Waar gaat de zaak over?
</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
[eiser01] was eigenaar van het appartementsrecht dat recht geeft op het gebruik van het appartement aan de [adres01] in [plaats01] in het appartementencomplex waarvan [gedaagde01] het beheer en onderhoud verzorgt. [eiser01] was daarmee lid van [gedaagde01] en vve-bijdragen aan [gedaagde01] verschuldigd. Hij heeft dit appartementsrecht gekocht in maart 2018 en weer verkocht in juni 2020.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
In het appartement van [eiser01] is sprake geweest van waterschade, die door [gedaagde01] is gemeld bij de verzekeraar. In verband met de waterschade heeft [eiser01] conform een afspraak met de voormalige beheerder van [gedaagde01] , [naam02] , tijdelijk geen vve-bijdragen betaald. De vve heeft van de verzekeraar een vergoeding ontvangen in verband met de waterschade in het appartement van [eiser01] van € 3.949,76. Op 3 september 2019 heeft [gedaagde01] een bedrag van € 567,91 aan [eiser01] betaald. Toen [eiser01] het appartementsrecht verkocht heeft [gedaagde01] een eindafrekening opgesteld en aangegeven dat [eiser01] nog een totaalbedrag van € 5.178,91 aan achterstallige vve-bijdragen moest betalen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
[eiser01] stelt zich op het standpunt dat de eindafrekening niet juist is en dat [gedaagde01] nog geld aan hem verschuldigd is. Hij eist daarom:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen aan hem te betalen € 7.342,85 met rente;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten, waaronder een vergoeding voor de daadwerkelijke advocaatkosten;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
De vve is het niet eens met de eis.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De vve moet € 3.869,90 aan [eiser01] betalen
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
Partijen zijn het er op de zitting over eens geworden dat [eiser01] nog een bedrag van € 3.869,90 van [gedaagde01] moet krijgen. De vve heeft bij het opstellen van de eindafrekening van 16 juni 2020 geen rekening gehouden met het bedrag van € 3.949,76 dat zij van de verzekering heeft ontvangen en welk bedrag zij aan [eiser01] moest betalen. [eiser01] heeft slechts € 576,91 ontvangen. Hij heeft dus nog een bedrag van € 3.381,85 tegoed. Hierbij moet nog opgeteld worden het totaalbedrag van € 488,05 dat [eiser01] op 16 juni 2020 aan [gedaagde01] heeft betaald en dat ook niet meegenomen was in de eindafrekening. Dit betekent dat [gedaagde01] in totaal € 3.869,90 aan [eiser01] moet betalen. De vve moet hierover wettelijke rente betalen. [eiser01] stelt niet vanaf welke datum hij aanspraak maakt op deze rente. De rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van dit vonnis.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
De eis van [eiser01] wordt voor het overige afgewezen. [eiser01] heeft niet kunnen onderbouwen dat [gedaagde01] meer dan € 3.949,76 van de verzekeraar heeft ontvangen. De verzekeraar zou het restantbedrag van € 3.471,95 pas uitkeren als [eiser01] een herstelnota zou indienen. [eiser01] heeft geen herstelnota ingediend.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De vve moet de proceskosten betalen
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
De vve krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). Eventuele fouten die de vorige beheerder heeft gemaakt, zijn toe te rekenen aan [gedaagde01] omdat zij die beheerder heeft ingehuurd. [eiser01] valt geen verwijt te maken.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
De kantonrechter stelt de proceskosten aan de kant van [eiser01] tot vandaag vast op € 132,01 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht en € 528,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 264,00). Dit is totaal € 904,01. Voor toekenning van een vergoeding van de werkelijke advocaatkosten acht de kantonrechter geen grond aanwezig, omdat geen feiten en/of omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat [gedaagde01] misbruik van procesrecht heeft gemaakt of onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld door het op een procedure aan te laten komen. Voor kosten die [eiser01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te betalen € 3.869,90 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van [eiser01] tot vandaag worden vastgesteld op € 904,01;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
wijst al het andere af.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
757
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>