<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:4699</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T10:39:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 20/6924</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:4699">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:4699</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T10:38:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:4699 Rechtbank Rotterdam , 08-06-2023 / ROT 20/6924</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:4699:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ingetrokken na nieuwe beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en OV-kosten. De kosten voor een oppas komen niet in aanmerking voor vergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:4699:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROT 20/6924 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoekster], uit [plaatsnaam], verzoekster</title>
    <para>(gemachtigde: mr. D.A.J. Spierings),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de korpschef van politie (de politiechef van de regionale eenheid Rotterdam)</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. I.D. de Hoop).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het procesverloop tot en met 22 september 2022 verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van die datum (ECLI:NL:RBROT:2022:7947).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 16 november 2022 heeft verweerder het bestreden besluit van 30 november 2020 ingetrokken en in plaats daarvan het verzoek van verzoekster (tot vernietiging of rectificatie van politiegegevens)<footnote-ref linkend="_54af088a-01b3-4456-9df3-1cfb503a5e89" /> deels toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, bestaande uit kosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, reiskosten van € 4,66 (met het openbaar vervoer, tweede klasse) en verletkosten van € 89,- voor de oppas van haar kinderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Verzoekster heeft hierom verzocht. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op dit verzoek.<footnote-ref linkend="_e929e808-ad6f-464a-8111-34b43c7c43f2" /></para>
    <para />
    <para>2. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt vast. Voor het beroepsmatig verlenen van rechtsbijstand door een derde kent de rechtbank 1 punt toe voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting. De waarde per punt bedraagt € 837,- en de wegingsfactor is 1. De rechtbank stelt deze kosten daarmee vast op € 1.674,-.</para>
    <para />
    <para>3. Op grond van (artikel 1, aanhef en onder d, van) het Bpb kunnen ook reiskosten van een partij voor vergoeding in aanmerking komen. Het tarief voor vergoeding van reiskosten is gesteld op een bedrag waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar vervoer, laagste klasse, of een kilometervergoeding van € 0,28 per kilometer indien openbaar vervoer niet (voldoende) mogelijk is.<footnote-ref linkend="_592c294e-3551-4661-af97-711a5793d77d" /> Verzoekster heeft gevraagd om een vergoeding van haar reiskosten naar de zitting ter hoogte van een bedrag van € 4,66, met als onderbouwing een schermafdruk van de website 9292.nl.</para>
    <para>De rechtbank kent voor de reiskosten (heen en terug) een bedrag toe dat gelijk is aan de reiskosten per openbaar vervoer, tweede klasse. Dit bedrag komt volgens de website 9292.nl in het geval van verzoekster inderdaad neer op (2 × € 2,33 =) € 4,66. Dit bedrag aan reiskosten komt dus voor vergoeding in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>4. Verzoekster heeft verder verzocht om vergoeding van verletkosten. Verletkosten zijn kosten van tijdverzuim door bijvoorbeeld vrijaf te nemen voor het bijwonen van een zitting. De kosten voor het regelen van een oppas komen niet voor vergoeding in aanmerking, daar zij niet vallen onder de voor vergoeding in aanmerking komende kosten.</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten tot een bedrag van (€ 1.674,- + € 4,66 =) € 1.678,66.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 178,- te vergoeden.<footnote-ref linkend="_05f993cc-d169-459f-a344-0a71525625f1" /> Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.678,66.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd te tekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. In het verzetschrift dient ook te worden aangegeven of een partij wenst te worden gehoord op een zitting. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
  </section>
  <footnote id="_54af088a-01b3-4456-9df3-1cfb503a5e89" label="1">
    <para> Op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e929e808-ad6f-464a-8111-34b43c7c43f2" label="2">
    <para> Met toepassing van de artikelen 8:54, 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een nadere uitwerking van de veroordeling in proceskosten is te vinden in het Bpb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_592c294e-3551-4661-af97-711a5793d77d" label="3">
    <para> Dit blijkt uit artikel 2, eerste lid, aanhef en onder d, van het Bpb in verbinding met artikel 11, eerste lid, aanhef en onder d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05f993cc-d169-459f-a344-0a71525625f1" label="4">
    <para> Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>