<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-26T14:30:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/284007-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:465">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T14:46:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:465 Rechtbank Rotterdam , 26-01-2023 / 10/284007-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:465:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring van het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg (onder meer een zware hersenschudding). De verdachte rijdt, als bestuurder van een personenauto, met te hoge snelheid door rood licht en rijdt daarbij een fietser aan die ook door rood reed. Aan de verdachte wordt een taakstraf en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd. Bij toewijzing van de vordering van de benadeelde partij wordt rekening gehouden met eigen schuld van de benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:465:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/284007-21</para>
      <para>Datum uitspraak: 26 januari 2023</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]</para>
      <para>,</para>
      <para>Raadsman mr. H.W. van Eeuwijk, advocaat te Den Haag.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 januari 2023.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. S.I. Eijfferts heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot zowel een taakstraf van honderd uren, te vervangen door vijftig dagen hechtenis, als een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>proeftijd van twee jaren.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para>Het primair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 19 maart 2021 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als</para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, kruising Coen</para>
      <para>Moulijnweg en Van Zantvlietplein zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn</para>
      <para>schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door  aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend <emphasis role="italic">te rijden,</emphasis></para>
      <para>welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,</para>
    </parablock>
    <para>- het kruispunt van die Coen Moulijnweg met de Van Zantvlietplein  met een hogere snelheid dan de ter</para>
    <para>plaatse geldende maximumsnelheid van 50 km/u, is genaderd en</para>
    <para>- de oversteekplaats bestemd voor (brom)fietsers en voetgangers is opgereden, op</para>
    <para>het moment dat het voor hem bestemde verkeerslicht rood licht uitstraalde en</para>
    <para>- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon</para>
    <parablock>
      <para>brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en</para>
      <para>waarover deze vrij was en- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een fietser, inmiddels doende was de kruising via</para>
      <para>de aldaar gelegen oversteekplaats over te steken en- op die oversteekplaats in botsing of aanrijding is gekomen met die fietser,</para>
      <para>waardoor <emphasis role="italic">die fietser</emphasis> (genaamd [naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een</para>
      <para>zware hersenschudding,  en</para>
      <para>een breuk in de oogkasbodem en zenuw in het aangezicht beschadigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7. </nr>Motivering straffen</title>
    <para>De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt. Binnen de bebouwde kom reed de verdachte, als bestuurder van een personenauto, met te hoge snelheid door een voor hem geldend rood verkeerslicht bij een oversteekplaats voor voetgangers en (brom)fietsers. Het gevolg hiervan was dat de verdachte het slachtoffer [naam slachtoffer], die op dat moment overstak, aanreed. Als gevolg van deze aanrijding liep [naam slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door aldus te handelen, heeft de verdachte de verkeersveiligheid in het algemeen en de lichamelijke integriteit van het [naam slachtoffer] ernstig geschonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van </para>
      <para>19 december 2022, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte de ontzegging van diens rijbevoegdheid opleggen. De rechtbank houdt daarbij evenwel rekening met de omstandigheid dat de verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. Daarom zal aan de verdachte een taakstraf worden opgelegd van langere duur dan door de officier van justitie geëist en zal de ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk aan de verdachte worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8. </nr>Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para>Als benadeelde partij heeft [naam benadeelde] zich in het geding gevoegd ter zake van het thans bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 12.000,- aan immateriële schade.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Uit  de verkeersongevallenanalyse blijkt dat, de benadeelde partij een rood verkeerslicht heeft genegeerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de benadeelde partij is door het thans bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op </para>
      <para>€ 3.000,-. De rechtbank baseert zich daarbij op de letsellijst va het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Uit de vordering blijkt dat partijen bij de afhandeling van de materiele schade een vergoeding van 85% zijn overeengekomen vanwege eigen schuld bij de benadeelde partij. Dit percentage dient ook te worden toegepast op de vergoeding van immateriële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering thans ontoereikend zijn. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 19 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de vordering van de benadeelde partij slechts deels wordt toegewezen en zij in het overig gevorderde niet-ontvankelijk wordt verklaard, dienen de verdachte en de benadeelde ieder de eigen kosten te dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.550,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 22c, 22d en 36f van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10. </nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">150 (honderdvijftig) uren</emphasis>, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">75 (vijfenzeventig) dagen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> de verdachte <emphasis role="bold">de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de tijd van <emphasis role="bold">3 (drie) maanden;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de ontzegging van de rijbevoegdheid niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis>, die wordt gesteld op <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis>;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de  algemene voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde], te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.550,-  (zegge: tweeduizend vijfhonderdvijftig euro)</emphasis>, aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf </para>
      <para>19 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>legt aan de verdachte <emphasis role="bold">de maatregel tot schadevergoeding</emphasis> op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam benadeelde] te betalen <emphasis role="bold">€ 2.550,-  (zegge: tweeduizend vijfhonderdvijftig euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.550,-  niet mogelijk blijkt, <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> kan worden toegepast voor de duur van </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">35 (vijfendertig) dagen</emphasis>de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.J. Peeck, voorzitter en J.L.M. Boek en D. van Putten rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
      <para>hij op of omstreeks 19 maart 2021 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als</para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, kruising Coen</para>
      <para>Moulijnweg en Van Zantvlietplein zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn</para>
      <para>schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval</para>
      <para>zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,</para>
      <para>welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,</para>
    </parablock>
    <para>- het kruispunt van die Coen Moulijnweg met de Van Zantvlietplein met een (te)</para>
    <parablock>
      <para>hoge snelheid, ongeveer 73 km/u, in ieder geval met een hogere snelheid dan de ter</para>
      <para>plaatse geldende maximumsnelheid van 50 km/u, is genaderd en/of</para>
    </parablock>
    <para>- de oversteekplaats bestemd voor (brom)fietsers en voetgangers is opgereden, op</para>
    <para>het moment dat het voor hem bestemde verkeerslicht rood licht uitstraalde en/of</para>
    <para>- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon</para>
    <parablock>
      <para>brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en</para>
      <para>waarover deze vrij was en/of</para>
    </parablock>
    <para>- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een fietser, inmiddels doende was de kruising via</para>
    <para>de aldaar gelegen oversteekplaats over te steken en/of</para>
    <para>- die fietser niet heeft laten voorgaan en/of</para>
    <para>- op die oversteekplaats in botsing of aanrijding is gekomen met die fietser,</para>
    <parablock>
      <para>, waardoor een ander (genaamd [naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een</para>
      <para>zware hersenschudding, waar zij tot heden nog steeds van aan het herstellen is en</para>
      <para>een breuk in de oogkasbodem en zenuw in het aangezicht beschadigd, of zodanig</para>
      <para>lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de</para>
      <para>uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 maart 2021 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig</para>
      <para>(personenauto), daarmee rijdende op de weg, kruising Coen Moulijnweg en Van</para>
      <para>Zandvlietplein,</para>
      <para>welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,</para>
    </parablock>
    <para>- het kruispunt van die Coen Moulijnweg met de Van Zantvlietplein met een (te)</para>
    <parablock>
      <para>hoge snelheid, ongeveer 73 km/u, in ieder geval met een hogere snelheid dan de ter</para>
      <para>plaatse geldende maximumsnelheid van 50 km/u, is genaderd en/of</para>
    </parablock>
    <para>- de oversteekplaats bestemd voor (brom)fietsers en voetgangers is opgereden, op</para>
    <para>het moment dat het voor hem bestemde verkeerslicht rood licht uitstraalde en/of</para>
    <para>- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon</para>
    <parablock>
      <para>brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en</para>
      <para>waarover deze vrij was en/of</para>
    </parablock>
    <para>- niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een fietser, inmiddels doende was de kruising via</para>
    <para>de aldaar gelegen oversteekplaats over te steken en/of</para>
    <para>- die fietser niet heeft laten voorgaan en/of</para>
    <para>- op die oversteekplaats in botsing of aanrijding is gekomen met die fietser,</para>
    <parablock>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,</para>
      <para>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,</para>
      <para>althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>