<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:4269</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-24T10:21:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROT 21/5736, ROT 22/2018 en ROT 22/2019</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:4269">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:4269</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-24T10:20:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:4269 Rechtbank Rotterdam , 08-05-2023 / ROT 21/5736, ROT 22/2018 en ROT 22/2019</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:4269:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naheffing Parkeren. Beroep ongegrond. Ten tijde van parkeren verkeerd kentekenwijziging nog niet doorgegeven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:4269:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para>
Bestuursrecht
</para>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: ROT 21/5736, ROT 22/2018 en ROT 22/2019
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2023 in de zaak tussen
</bridgehead>
<para />
<bridgehead role="bold">
[eiser01] , te [plaats01] , eiser,
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
en
</para>
</parablock>
<para />
<bridgehead role="bold">
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder,
</bridgehead>
<para>
gemachtigde: D. El Manouzi.
</para>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Procesverloop
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Verweerder heeft de volgende naheffingsaanslagen parkeerbelasting aan eiser opgelegd:
</para>
</parablock>
<para>
- dagtekening 26 juni 2021; in totaal € 67,86, bestaande uit € 2,56 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten naheffing (vorderingsnummer [vorderingsnummer01] )
</para>
<para>
(ROT 21/5736);
</para>
<para>
- dagtekening 7 juli 2021; in totaal € 67,86, bestaande uit € 2,56 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten naheffing (vorderingsnummer [vorderingsnummer02] )
</para>
<para>
(ROT 22/2018);
</para>
<para>
- dagtekening 7 juli 2021; in totaal € 67,86, bestaande uit € 2,56 aan verschuldigde parkeerbelasting en € 65,30 aan kosten naheffing (vorderingsnummer [vorderingsnummer02] )
</para>
<para>
(ROT 22/2019);
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Bij uitspraken op bezwaar van 25 en 28 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen de beschikking en de aanslag niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet binnen de termijn van zes weken zijn ingediend.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Eiser heeft beroep ingesteld.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2023.
</para>
<para>
Eiser is, met voorafgaand bericht van zin verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Overwegingen
</title>
<para />
<para>
1. Op 12 juni 2021 om 09:35 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van eiser (kenteken [kenteken01] ) stond geparkeerd op locatie Doedesstraat te Rotterdam zonder dat er aan de betaalplicht is voldaan. Daarnaast heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van eiser op 17 juni 2021 om 09:32 en op 19 juni 2021 om 09:46 stond geparkeerd op locatie De Jagerstraat te Rotterdam zonder dat er aan de betaalplicht is voldaan.
</para>
<para />
<para />
<para>
2. De rechtbank dient te beoordelen of verweerder de bezwaarschriften van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat deze buiten de wettelijke bezwaartermijn van zes weken zijn ingediend.
</para>
<para />
<para>
3. Uit het dossier blijkt dat eiser zijn bezwaarschriften digitaal heeft ingediend via MijnLoket. Het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag van 26 juni 2021 is op 30 augustus 2021 ingediend. De bezwaarschriften tegen de naheffingsaanslagen van 7 juli 2021 zijn eveneens op 30 augustus 2021 ontvangen. Dit is in alle drie de gevallen buiten de wettelijke termijn van zes weken om bezwaar te maken tegen de naheffingsaanslagen.
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de bezwaarschriften terecht nietontvankelijk heeft verklaard. Eiser heeft geen gronden aangevoerd tegen de niet-ontvankelijkverklaring of onderbouwd waarom hij de bezwaarschriften buiten de termijn van zes weken heeft ingediend, terwijl de naheffingsaanslagen duidelijk beschreven dat binnen deze termijn bezwaar moet worden gemaakt. Het beroep is daarom ongegrond.
</para>
<para />
<para>
4. Voor zover eiser stelt dat de naheffingsaanslagen ten onrechte zijn opgelegd, omdat hij over een parkeervergunning voor bewoners beschikt overweegt de rechtbank dat de bevestiging van de kentekenwijziging waar hij op wijst dateert van 1 juli 2021. De naheffingsaanslagen zien op de periode van 12 juni 2021 tot en met 19 juni 2021, dus voordat eiser zijn kentekenwijziging heeft doorgegeven. Uit het dossier blijkt niet dat eiser zijn kentekenwijziging eerder heeft doorgegeven. Omdat eiser in deze periode parkeerde met een auto die niet was gekoppeld aan zijn parkeervergunning, heeft eiser in strijd gehandeld met de voorwaarden die gelden voor de parkeervergunning.
</para>
<para />
<para>
5. Het beroep is ongegrond.
</para>
<para />
<para>
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
</para>
<para />
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
Beslissing
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.C.W. van der Feltz, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Spaargaren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2023.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De griffier is verhinderd
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
deze uitspraak te tekenen
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
griffier rechter
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Afschrift verzonden aan partijen op:
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
Rechtsmiddel
</title>
<para>
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
</para>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>