<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:3929</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-10T12:04:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10273669 CV EXPL 23-67</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3929">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3929</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-10T12:03:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:3929 Rechtbank Rotterdam , 08-05-2023 / 10273669 CV EXPL 23-67</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:3929:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ziggo, zakelijke overeenkomst, abonnementskosten, afkoopsom, artikel 6:277 BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:3929:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Dordrecht
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10273669 CV EXPL 23-67
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 4 mei 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Ziggo Services B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
vestigingsplaats: Utrecht,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: LAVG gerechtsdeurwaarders,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] ,
</emphasis>
</para>
      <para>
die handelt onder de naam [handelsnaam01] ,
</para>
      <para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
die zelf procedeert.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘Ziggo’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
de dagvaarding van 19 december 2022, met bijlagen;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
het antwoord, met bijlagen;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
de repliek, met bijlagen;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
de dupliek, met bijlagen.
</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="italic">
Wat is de kern
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <parablock>
        <para>
[gedaagde01] heeft op 21 juni 2019 een zakelijk abonnement afgesloten bij Ziggo voor de duur van een jaar met een gratis proefperiode van twee maanden. Het abonnement is op verzoek van [gedaagde01] per 28 december 2019 stopgezet.
</para>
        <para>
Ziggo vordert € 193,91 aan abonnementskosten over de periode van 1 oktober 2019 tot en met 27 december 2019 en € 137,42 aan schadevergoeding vanwege de vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst. Daarnaast vordert zij een bedrag van € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten en een bedrag van € 125,93 aan rente.
</para>
        <para>
[gedaagde01] betwist kosten verschuldigd te zijn, hij heeft geen gebruik gemaakt van de diensten van Ziggo en het ‘Doe-het-zelf pakket’ onuitgepakt weer teruggestuurd toen eindelijk duidelijk werd waar hij het heen kon sturen.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Wat staat vast
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <parablock>
        <para>
[gedaagde01] erkent dat hij (via een tussenpersoon) op 21 juni 2019 een zakelijk abonnement bij Ziggo heeft afgesloten. Verder erkent [gedaagde01] dat hij het installatiepakket heeft ontvangen en dat de bevestiging van de bestelling op 27 juni 2019 naar zijn e-mailadres is gestuurd. De facturen, waarvan de eerste op 15 augustus 2019, heeft Ziggo ook naar het juiste e-mailadres gestuurd. Uit die eerste factuur blijkt dat er geen kosten in rekening worden gebracht over de periode van 23 juli 2019 tot en met
</para>
        <para>
22 september 2019. [gedaagde01] weet dus dat de proefperiode duurde tot 23 september 2019. Tot die datum mocht er kosteloos opgezegd worden wat [gedaagde01] niet heeft gedaan.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Wat staat er (nog) niet vast
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] voert in zijn laatste conclusie aan dat de opdrachtbevestiging met bijbehorende algemene voorwaarden op 21 juni 2019 naar een verkeerd e-mailadres is gestuurd. Buiten de vraag of [gedaagde01] dit verweer tijdig heeft gevoerd, behoeft de vraag of de algemene voorwaarden wel of niet ter hand zijn gesteld zodat deze wel of niet van toepassing zijn niet beantwoord te worden. Ziggo vordert immers de schadevergoeding, de buitengerechtelijke incassokosten en de rente (ook) op grond van de wet.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Wat wordt er geoordeeld
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <parablock>
        <para>
[gedaagde01] heeft een zakelijke aanbod van Ziggo aanvaard zodat er tussen hen een overeenkomst tot stand is gekomen. [gedaagde01] geniet geen consumenten-bescherming, omdat hij de overeenkomst in de uitoefening van zijn bedrijf heeft gesloten. [gedaagde01] dient de overeenkomst na te komen en de in deze procedure gevorderde abonnementskosten te betalen, ongeacht of [gedaagde01] gebruik heeft gemaakt van de diensten van Ziggo of niet. Dat is immers een keuze van [gedaagde01] die voor zijn rekening en risico komt. De gevorderde abonnementskosten over de periode van 1 oktober 2019 tot en met 27 december 2019 zullen dan ook worden toegewezen.
</para>
        <para>
Voor zover [gedaagde01] aanvoert dat het niet eerder is gelukt de overeenkomst te beëindigen, geldt dat hij alleen een e-mail van 17 oktober 2019 heeft overgelegd waarin hij Ziggo bericht het abonnement op te willen zeggen zodat van een eerdere opzegging niet gebleken is.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
Op grond van artikel 6:277 BW is [gedaagde01] verplicht Ziggo de schade te vergoeden die zij lijdt door vroegtijdige ontbinding van de overeenkomst, de zogeheten afkoopsom. Ziggo vordert niet meer dan de toegestane 50% van de resterende termijnen exclusief BTW zodat ook dit bedrag wordt toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
De buitengerechtelijke incassokosten worden eveneens toegewezen omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De rente wordt toegewezen, omdat Ziggo genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat dit bedrag moet worden betaald en [gedaagde01] de rente niet heeft betwist.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Ziggo tot vandaag vast op € 107,22 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 160,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 80,-). Dit is totaal € 395,22. Voor kosten die Ziggo maakt na deze uitspraak moet Van der Groot ook een bedrag betalen van € 40,- (½ punt x € 80,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan Ziggo te betalen € 497,26 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 331,33 vanaf 17 november 2022 tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van Ziggo tot vandaag worden vastgesteld op € 395,22;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koorneef en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
745
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>