<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:3761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T09:49:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 22/1006 en FT EA 22/1008</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=287a&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 287a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3761">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T09:46:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:3761 Rechtbank Rotterdam , 19-01-2023 / FT EA 22/1006 en FT EA 22/1008</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:3761:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek dwangakkoord afwijzen. Saneringskrediet. Vrouw werkt niet, onvoldoende aangetoond dat zij hier (langdurig) niet toe in staat is. Geld geleend bij familie en vrienden, deze vorderingen zijn niet meegenomen in de regeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:3761:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers:	[nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 19 januari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">afwijzen gedwongen schuldregeling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>
        [woonplaats],</para>
      <para>verzoekers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben op 14 november 2022, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een tweetal schuldeisers, te weten: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [schuldeiser 1], in behandeling bij GGN, (hierna te noemen: [schuldeiser 1]);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [schuldeiser 2], in behandeling bij Bazuin &amp; Partners Gerechtsdeurwaarders B.V. (hierna te noemen: [schuldeiser 2]);</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>die weigeren mee te werken aan een door verzoekers aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [schuldeiser 1] heeft voorafgaande aan de zitting, bij e-mail van 30 november 2022, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van [schuldeiser 1] wordt derhalve als ingetrokken beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van bovengenoemde verzoeken stond gepland op 22 december 2022. Schuldhulpverlening heeft op 1 december 2022 namens verzoekers verzocht om de behandeling te verplaatsen in verband met omstandigheden. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling verplaatst naar 12 januari 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Schuldhulpverlening heeft op 23 december 2022 aanvullende stukken aan de rechtbank doen toekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 12 januari 2023 zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoeker;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mevrouw S. Luijten, werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen schuldhulpverlening).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben volgens het ingediende verzoekschrift twaalf schuldeisers. Eén schuldeiser heeft twee preferente vorderingen en één concurrente vordering. Daarnaast hebben elf schuldeisers twaalf concurrente vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 64.575,82 van verzoekers te vorderen. Verzoekers hebben bij brief van </para>
      <para>18 augustus 2022 een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, inhoudende een betaling van 5,06% aan de preferente schuldeisers en 2,53% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt fulltime en heeft een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Verzoekster is echter niet werkzaam. Schuldhulpverlening heeft in haar aanbiedingsbrief verklaard dat verzoekster geen startkwalificatie heeft tot de arbeidsmarkt. Daarnaast heeft verzoekster last van medische klachten en draagt zij de zorg voor haar drie kinderen, waarbij het middelste kind zich op het autismespectrum bevindt. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoekers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke hebben gedaan om het aangeboden percentage aan hun schuldeisers aan te bieden. Verzoekers hebben sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en hun vaste lasten worden inmiddels door hun budgetbeheerder voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekers geld hebben geleend bij familie en vrienden en dat zij dit nog terugbetalen. Volgens verzoekster zou er een totaal bedrag tussen de € 500,00 en € 1.000,00 zijn geleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat zij een MBO-niveau 2 diploma heeft en dat zij heeft gewerkt totdat haar middelste zoon werd geboren in 2017. Zij deed met name administratieve werkzaamheden. Verzoekster heeft voorts verklaard dat zij carpaal tunnelsyndroom heeft en hiervoor geopereerd moet worden. De herstelperiode bedraagt echter drie maanden. Met de zorg voor haar middelste zoon is het voor verzoekster niet mogelijk om drie maanden te herstellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inmiddels stemmen elf schuldeisers met de aangeboden schuldregeling in. [schuldeiser 2] stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 13.284,03 op verzoekers, welke 20,6% van de totale schuldenlast beloopt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de contacten met schuldhulpverlening heeft [schuldeiser 2] te kennen gegeven niet akkoord te willen gaan met het voorstel. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft [schuldeiser 2] geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van [schuldeiser 2] bij haar weigering vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of  [schuldeiser 2] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekers of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooropgesteld wordt dat de vordering van [schuldeiser 2] een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast (te weten 20,6% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat [schuldeiser 2] in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekers in staat moeten worden geacht. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende gewaarborgd is dat verzoekers het maximale ten behoeve van hun schuldeisers zullen afdragen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aanbod betreft een saneringskrediet gebaseerd op de huidige inkomsten uit hoofde van een fulltime dienstverband van verzoeker. Verzoekster heeft echter geen inkomen uit arbeid. Verzoekster heeft carpaal tunnelsyndroom en zij moet hiervoor een operatie ondergaan. Verzoekster heeft verklaard dat dit niet mogelijk is in verband met de herstelperiode van drie maanden en de intensievere zorg die haar middelste zoon vraagt. Gebleken is dat verzoekster daarom nog niet actief heeft gesolliciteerd naar dienstbetrekkingen. Verzoekster heeft ter zitting wel verklaard dat zij werkervaring heeft als administratief medewerker en dat zij ook haar MBO-niveau 2 diploma heeft. Verzoekster heeft geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij arbeidsongeschikt is. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is daarom onvoldoende duidelijk geworden dat verzoekster (op den duur) niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoekers blijvend is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast is uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting gebleken dat verzoekers geld hebben geleend bij familie en vrienden. Ter zitting is met hen besproken dat deze schulden meegenomen moeten worden in de regeling. Het kan immers niet zo zijn dat deze schuldeisers wel 100% van hun vordering uitbetaald krijgen en de overige schuldeisers niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van [schuldeiser 2] als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekers of de overige schuldeisers. Het verzoek om [schuldeiser 2] te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.</para>
    </parablock>
    <para>5. <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2023.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>