<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:3525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T12:58:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10213911 / CV EXPL 22-36167</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3525">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T12:57:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:3525 Rechtbank Rotterdam , 31-03-2023 / 10213911 / CV EXPL 22-36167</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:3525:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot doorhaling. Artikel 246 lid 1 Rv. Proceskostenveroordeling in conventie. Vordering in reconventie afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:3525:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10213911 / CV EXPL 22-36167
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 31 maart 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd in Utrecht,
</para>
      <para>
eiseres in conventie,
</para>
      <para>
verweerster in reconventie,
</para>
      <para>
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende in [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
die zelf procedeert.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 16 november 2022, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het mondelinge en schriftelijke antwoord met een eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de akte doorhaling van Zilveren Kruis;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de e-mail van 28 januari 2023 van [gedaagde01] , waarin hij schrijft het niet eens te zijn met doorhaling van de zaak;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de akte van Zilveren Kruis.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
in conventie
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="italic">
De vordering van Zilveren Kruis wordt afgewezen.
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Zilveren Kruis vorderde aanvankelijk dat [gedaagde01] zou worden veroordeeld om een bedrag van in totaal € 802,93 met rente aan haar te betalen. Bij akte doorhaling heeft Zilveren Kruis - naar aanleiding van het antwoord van [gedaagde01] - de kantonrechter echter bericht dat zij deze zaak wil laten doorhalen op de rol. [gedaagde01] heeft niet met doorhaling van de zaak ingestemd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Op grond van artikel 246 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (‘Rv’) wordt op verlangen van partijen de zaak op de rol doorgehaald. Doorhaling op eenzijdig verzoek is niet mogelijk. Het afzien van Zilveren Kruis om verder te procederen wordt zo begrepen dat zij haar vordering tegen [gedaagde01] niet langer handhaaft. De vordering van Zilveren Kruis wordt daarom afgewezen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Zilveren Kruis moet de proceskosten van [gedaagde01] betalen.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Zilveren Kruis wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag vast op € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten, omdat [gedaagde01] op de rolzitting van 29 november 2022 is verschenen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="bold">
in reconventie
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De tegeneis van [gedaagde01] wordt afgewezen.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] heeft een tegenvordering ingesteld. [gedaagde01] vordert dat Zilveren Kruis wordt veroordeeld om een schadevergoeding van in totaal € 10,00 (bestaande uit € 1,00 immateriële schade en € 9,00 materiële schade) aan hem te betalen en dat [gedaagde01] wil dat het Zilveren Kruis wordt verboden om [gedaagde01] te verhinderen over te stappen naar een andere zorgverzekeraar.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
De tegenvordering van [gedaagde01] wordt afgewezen. In de eerste plaats heeft [gedaagde01] niet onderbouwd dat hij immateriële schade heeft geleden. Verder is de vergoeding van de door hem gestelde materiële schade - waar [gedaagde01] aan ten grondslag heeft gelegd dat hij op de dagvaarding heeft moeten reageren - bij de proceskostenveroordeling in conventie inbegrepen. Tot slot blijkt nergens uit dat Zilveren Kruis [gedaagde01] verhindert om naar een andere zorgverzekeraar over te stappen. Als Zilveren Kruis [gedaagde01] al zou verhinderen naar een andere zorgverzekeraar over te stappen, dan is overigens ook niet gebleken zij dit op verkeerde en/of onrechtmatige gronden zou doen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De proceskosten worden gecompenseerd.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
In de omstandigheden van het geval ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in reconventie te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
in conventie
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
wijst de vordering af;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt Zilveren Kruis in de proceskosten die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op € 50,00;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="bold">
in reconventie
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
wijst de vordering af;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <para>
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
38671
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>