<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:3523</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T12:33:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10203408 / CV EXPL 22-35420</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3523">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3523</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T12:32:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:3523 Rechtbank Rotterdam , 31-03-2023 / 10203408 / CV EXPL 22-35420</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:3523:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering toegewezen. Geen inhoudelijk verweer gevoerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:3523:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10203408 / CV EXPL 22-35420
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 31 maart 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
, die handelt onder de naam
<emphasis role="bold">
[handelsnaam01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
zaakdoende in [vestigingsplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. G. Jairam te Rotterdam,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende in [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
die zelf procedeert.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Bij dagvaarding van 8 november 2022, met bijlagen, is [gedaagde01] door [eiseres01] gedagvaard om op de rolzitting van 22 november 2022 voor de kantonrechter te verschijnen en op die dagvaarding te reageren.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Bij e-mail van 18 november 2022 heeft [gedaagde01] de kantonrechter om uitstel verzocht, omdat hij tot en met de maand april 2023 in het buitenland zou verblijven. Bij brief van 23 november 2022 heeft [gedaagde01] uitstel gekregen tot 15 december 2022. Van hem is geen verdere reactie ontvangen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.3.
</nr>
      <para>
Vervolgens is bij brief van 16 december 2022 aan partijen medegedeeld dat de kantonrechter de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen wilde bespreken en zijn verhinderdata opgevraagd. Dit is bij brief van 2 januari 2023 herhaald. Na opgave van verhinderdata door [eiseres01] is de mondelinge behandeling gepland op 10 maart 2023. Dit is bij brief van 16 januari 2023 aan partijen medegedeeld, met daarbij de opmerking dat de mondelinge behandeling online zou plaatsvinden. De link om online (via Microsoft Teams) aan de mondelinge behandeling deel te nemen, is bij e-mail van 13 februari 2023 aan partijen gestuurd. In diezelfde e-mail is aan [gedaagde01] medegedeeld dat hij tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling alsnog een schriftelijke reactie op de dagvaarding mocht indienen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.4.
</nr>
      <para>
Op 10 maart 2023 is de zaak tijdens een online mondelinge behandeling besproken. Daarbij was namens [eiseres01] [naam01] (kantoorgenoot van [eiseres01] ) aanwezig, bijgestaan door de gemachtigde van [eiseres01] . [gedaagde01] is niet verschenen en er is ook geen schriftelijke reactie op de dagvaarding van hem ontvangen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="italic">
Wat eist [eiseres01] in deze zaak?
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
[eiseres01] stelt dat [gedaagde01] met haar een overeenkomst van opdracht heeft gesloten om hem bij te staan in een gerechtelijke procedure. Uit hoofde van de overeenkomst van opdracht heeft [eiseres01] aan [gedaagde01] een op 23 november 2021 gedateerde factuur ten bedrage van € 2.257,51 gestuurd, met een betalingstermijn van veertien dagen. [gedaagde01] heeft de factuur niet betaald. In deze zaak eist [eiseres01] daarom dat [gedaagde01] wordt veroordeeld om het factuurbedrag van € 2.257,51 binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan haar te betalen. [eiseres01] maakt daarnaast aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 338,63 en de wettelijke rente vanaf 30 november 2021 over alle hiervoor genoemde bedragen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De eis van [eiseres01] wordt toegewezen.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] heeft niet inhoudelijk op de dagvaarding gereageerd. De stellingen van [eiseres01] moeten in deze procedure daarom als vaststaand worden aangenomen. Op grond van die onweersproken gelaten stellingen is de kantonrechter van oordeel dat de eis van [eiseres01] om [gedaagde01] te veroordelen om het factuurbedrag van € 2.257,51 aan haar te betalen toewijsbaar is.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). De wettelijke rente over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is niet toewijsbaar, omdat niet is gesteld dat die vergoeding vóór dagvaarding of vóór de ingebrekestelling door [eiseres01] aan haar gemachtigde is betaald. De wettelijke rente over de hoofdsom wordt toegewezen vanaf 8 december 2021 (één dag na de vervaldatum van de factuur), omdat [eiseres01] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
[gedaagde01] moet de proceskosten van [eiseres01] betalen.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 107,22 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht en € 464,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 232,00). Dit is in totaal € 815,22. Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 116,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiseres01] te betalen € 2.596,14 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.257,51 vanaf 8 december 2021 tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 815,22;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
wijst al het andere af.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
38671
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>