<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:3520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T12:07:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10190103 / CV EXPL 22-34605</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3520">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T12:06:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:3520 Rechtbank Rotterdam , 14-04-2023 / 10190103 / CV EXPL 22-34605</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:3520:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in incident. Vrijwaring. Artikel 210 Rv. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:3520:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10190103 / CV EXPL 22-34605
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 14 april 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in het incident tot vrijwaring van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende in [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiser in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
verweerder in het incident,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. M.Z.D. Nasrullah te Den Haag,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
[gedaagde01] ,
</title>
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
2. [gedaagde02]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
beiden wonende in [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagden in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
eisers in het incident,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. F. Özer te Rotterdam.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] c.s.’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 31 oktober 2022, met bijlagen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het antwoord en de incidentele conclusie van [gedaagde01] c.s.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
[eiser01] heeft de gelegenheid gehad om op de incidentele conclusie te reageren, maar heeft dat niet gedaan.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="italic">
Het geschil in de hoofdzaak.
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
[eiser01] stelt dat hij een bedrag van € 10.000,00 aan [gedaagde01] c.s. heeft geleend voor de aankoop van een woning. [gedaagde01] c.s. had het geleende bedrag uiterlijk op 31 december 2021 aan [eiser01] moeten terugbetalen, maar heeft dat niet gedaan. [gedaagde01] c.s. is daardoor niet alleen het geleende bedrag van € 10.000,00 aan [eiser01] verschuldigd, maar ook een boete van € 17.500,00. [eiser01] beperkt zijn eis tot € 25.000,00 en eist
<emphasis role="italic">
primair
</emphasis>
dat [gedaagde01] c.s. wordt veroordeeld om dit bedrag aan hem te betalen met rente.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] c.s. is het niet eens met de eis van [eiser01] en concludeert tot afwijzing daarvan. Het verweer van [gedaagde01] c.s. komt er - kort samengevat - op neer dat hij niets meer aan [eiser01] hoeft te betalen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Het incident.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] c.s. wil [naam01] h.o.d.n. [bedrijf01] ( [bedrijf01] ) in vrijwaring oproepen (artikel 210 Rv). [gedaagde01] c.s. stelt dat hij [bedrijf01] € 45.000,00 in contanten heeft gegeven. Dit bedrag moest [bedrijf01] aan [eiser01] betalen voor de aankoop van de woning. In het geval (een gedeelte van) de eis van [eiser01] wordt toegewezen, heeft [gedaagde01] c.s. een vordering op [bedrijf01] op grond van nakoming of onverschuldigde betaling.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
De kantonrechter wijst de eis van [gedaagde01] c.s. toe omdat hij hiervoor voldoende heeft gesteld.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
Omdat in het incident geen van partijen ongelijk krijgt, moet ieder de eigen proceskosten betalen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Het verdere procesverloop in de hoofdzaak.
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
De kantonrechter wil de zaak met partijen bespreken op een zitting. Partijen krijgen op de zitting de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen. Ook stelt de kantonrechter vragen en onderzoekt of partijen samen tot een oplossing kunnen komen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van partijen. De zitting zal gelijktijdig plaatsvinden met een zitting in de vrijwaringszaak. Omdat in de vrijwaringszaak eerst nog een dagvaarding moet worden uitgebracht, vervolgens op die dagvaarding moet worden gereageerd en daarna nog de verhinderdata van de partijen in de vrijwaringszaak moeten worden opgevraagd, zal de zitting niet eerder dan in de maand juli 2023 plaatsvinden. Daarom wordt aan de partijen in deze zaak gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de maanden juli, augustus, september en oktober 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de e-mailadressen van partijen ontvangen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] c.s. wordt verzocht de bijlagen 6 tot en met 16, waar hij in zijn antwoord naar verwijst, nog (tijdig) in het geding te brengen. Die bijlagen waren namelijk niet bij zijn antwoord gevoegd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
in het incident
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
staat toe dat [naam01] h.o.d.n. [bedrijf02] door [gedaagde01] c.s. wordt gedagvaard tegen de rolzitting van
<emphasis role="bold">
dinsdag 16 mei 2023 om 10:00 uur
</emphasis>
;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
compenseert de kosten van het incident tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="bold">
in de hoofdzaak
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
bepaalt dat partijen uiterlijk op
<emphasis role="bold">
woensdag 28 juni 2023
</emphasis>
moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden juli, augustus, september en oktober 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen en hun e-mailadres moeten opgeven;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
bepaalt dat [gedaagde01] c.s. de bijlagen 6 tot en met 16, waar hij in zijn antwoord naar verwijst, alsnog naar de rechtbank en [eiser01] moet sturen;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <para>
houdt iedere verdere beslissing aan.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
38671
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>