<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:3152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T12:07:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-327140-22 vordering TUL VV: 02-296632-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3152">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T12:05:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:3152 Rechtbank Rotterdam , 11-04-2023 / 10-327140-22 vordering TUL VV: 02-296632-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:3152:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Veroordeling voor opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod tot een gevangenisstraf van 2 jaar.</para>
        <para>Tenuitvoerlegging van voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 2 weken.</para>
        <para>In het vonnis is rekening gehouden met procesafspraken die door de officier van justitie en de verdediging zijn gemaakt.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:3152:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-327140-22</para>
      <para>Parketnummer vordering TUL VV: 02-296632-20</para>
      <para>Datum uitspraak: 11 april 2023</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats]) op [geboortedatum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres],</para>
      <para>raadsman mr. P.C. Schouten, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 maart 2023.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Procesafspraken</title>
    <para>Tussen de verdachte en de officier van justitie zijn procesafspraken gemaakt. De rechtbank is niet betrokken geweest bij (de totstandkoming van) de procesafspraken. Tijdens de inhoudelijke behandeling zijn de gemaakte afspraken met de verdachte en zijn raadsman besproken. Daarbij was een belangrijk element of de verdachte begreep wat de gemaakte afspraken inhielden en welke gevolgen deze voor hem en zijn strafzaak konden hebben.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie beoogt door het maken van procesafspraken de behandeling van deze strafzaak zo efficiënt mogelijk te maken, met inachtneming van de eisen van artikel 6 EVRM. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesafspraken houden het volgende in:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de officier van justitie eist voor het tenlastegelegde feit een gevangenisstraf van 2 jaren geheel onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er zal geen voorwaardelijk strafdeel met een reclasseringstoezicht worden gevorderd, ook niet als dat door de reclassering wordt geadviseerd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de zaken met parketnummers 02-014997-22 (zitting Meervoudige Kamer van 31 maart 2023 te Breda) en 02-195957-22 (zitting Politierechter van 5 juni 2023 te Breda) worden niet overgedragen naar Rotterdam, maar blijven op de reeds geplande zittingen staan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf met parketnummer 02-296632-20 (twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf) blijft gehandhaafd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte erkent het tenlastegelegde en zal bij de politie voor de zitting van 28 maart 2023 een verklaring afleggen; de verdachte zal geen verklaring afleggen over andere betrokkenen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte/verdediging dienen geen onderzoekswensen in;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er worden door de verdachte/verdediging geen bewijsverweren gevoerd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>als het vonnis wat betreft de bewezenverklaring en opgelegde straf conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken is, stellen de verdediging en de officier van justitie geen hoger beroep in tegen het vonnis zodat de voorlopige hechtenis gecontinueerd kan blijven en de opgelegde straf direct kan worden geëxecuteerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Eis officier van justitie en standpunt verdediging</title>
    <para>De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit (vervoer van ruim 40 kilo cocaïne);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek van voorarrest;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 12 februari 2021 van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant met parketnummer 10-296632-20 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 2 weken.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en voor de strafmaat de rechtbank verzocht de procesafspraken te volgen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para>Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 14 december 2022 te Gorinchem opzettelijk heeft vervoerd,</para>
      <para>ongeveer 40,119 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>Strafbaarheid feit</title>
    <para>Het bewezen feit levert op: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7. </nr>Strafbaarheid verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8. </nr>Motivering straf </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
      </para>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit waarop de straf is gebaseerd</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van een hoeveelheid van ongeveer 40 kilogram cocaïne. Deze grote hoeveelheid vertegenwoordigde een enorme waarde en moet dan ook bestemd zijn geweest voor verdere verspreiding en handel, met schadelijke gevolgen voor veel personen. Drugshandel is een groot probleem in de samenleving en zorgt voor ernstige criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en was, naar mag worden aangenomen, slechts uit op eigen financieel voordeel.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesafspraken</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op de inhoudelijke zitting van 28 maart 2023 de verdachte uitdrukkelijk ondervraagd over de procesafspraken die hij met de officier van justitie heeft gemaakt. Daarbij is aan de orde geweest of de verdachte in vrijheid en goed geïnformeerd daarmee heeft ingestemd. Ook de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken voor de verdachte en zijn rechtspositie zijn daarbij concreet aan de orde geweest. De verdachte heeft toegelicht en bevestigd dat hij in vrijheid en goed geïnformeerd door zijn raadsman heeft ingestemd met de procesafspraken en dat hij daar ook bij blijft. </para>
      <para>Zoals overeengekomen in de procesafspraken heeft de verdachte, op 27 maart 2023, een verklaring afgelegd bij de politie, waarin hij het vervoer van de aangetroffen cocaïne bekent. Ter zitting heeft de verdachte deze verklaring herhaald. </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de verdachte weloverwogen en in vrijheid er voor heeft gekozen het advies van zijn advocaat te volgen om de procesafspraken te maken en dat hij zich bewust is geweest van de inhoud, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft een uittreksel gezien uit de justitiële documentatie van 6 maart 2023, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en ten tijde van het plegen van het onderhavige feit in een proeftijd van een voorwaardelijke veroordeling liep.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rapportage </emphasis>
      </para>
      <para>Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 23 maart 2023. Dit rapport houdt in dat het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en dagbesteding. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusies van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank onder andere gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en op de hiervoor genoemde procesafspraken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de procesafspraken overeengekomen gevangenisstraf van 2 jaar doet recht aan de ernst van het misdrijf en is een redelijke straf in de onderhavige zaak. De rechtbank ziet geen aanleiding een hogere straf op te leggen, mede gelet op de documentatie van de verdachte, zijn proceshouding en zijn persoonlijke omstandigheden, zoals door de raadsman ter terechtzitting toegelicht. De tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht (vanaf 14 december 2022 minus een schorsing van veertien dagen) wordt op de uit te voeren gevangenisstraf in mindering gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 2 jaar passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9. </nr>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd</emphasis>
      </para>
      <para>Bij vonnis van 12 februari 2021 van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant met parketnummer 10-296632-20, is de verdachte ter zake van schuldheling veroordeeld  voor zover hier van belang  tot een gevangenisstraf van 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 27 februari 2021.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>. Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>Gelet is op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>. Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
      <para>
        <?linebreak?>gelast de <emphasis role="bold">tenuitvoerlegging</emphasis> van de bij vonnis van 12 februari 2021 van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant met parketnummer 10-296632-20 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van <emphasis role="bold">2 (twee) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. L. Stevens en H.J. de Kraker, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. van der Hoeff, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 14 december 2022 te Gorinchem opzettelijk heeft vervoerd,</para>
      <para>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 40,119 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</para>
      <para>( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>