<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:3063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-15T12:49:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8350323 CV EXPL 20-6537</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_internationaalPrivaatrecht">Civiel recht; Internationaal privaatrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2023, afl. 3, p. 103</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3063">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:3063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-13T09:37:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:3063 Rechtbank Rotterdam , 31-03-2023 / 8350323 CV EXPL 20-6537</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:3063:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering restitutie inleg in 'groen fonds'. Gedaagde is Turkse vennootschap. Nederlands recht van toepassing. Verstekvonnis bekrachtigd nadat gedaagde geen inhoudelijk verweer meer heeft gevoerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:3063:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 8350323 CV EXPL 20-6537
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 31 maart 2023
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
gedaagde in verzet,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. Ö. Colak,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Bera Holding A.S. (voorheen Kombassan Holding A.S.)
</emphasis>
,
</para>
      <para>
vestigingsplaats: Konya (Turkije),
</para>
      <para>
gedaagde in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
eiseres in verzet,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. T.S. Jansen, die zich heeft onttrokken.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna wederom ‘ [eiseres01] ’ en ‘Bera Holding’ genoemd. Bera Holding wordt waar nodig ook ‘Kombassan’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
het vonnis in het incident van 27 januari 2023 en de daarin genoemde stukken, die aan dat vonnis ten grondslag liggen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de brief van 20 februari 2023 van mr. Jansen aan de Rechtbank Rotterdam, kamer voor Kantonzaken.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
In het vonnis van 27 januari 2023 is geoordeeld dat Bera Holding ontvankelijk is in het door haar ingestelde verzet tegen het verstekvonnis. Ook heeft de kantonrechter in dit vonnis geoordeeld dat zij – als Nederlandse rechter – bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Vervolgens is Bera Holding in de gelegenheid gesteld om (alsnog) te antwoorden op de oorspronkelijke dagvaarding van [eiseres01] . Bera Holding heeft dat niet gedaan.
<?linebreak?>
Mr. Jansen heeft zich bij bedoelde brief van 20 februari 2023 onttrokken als gemachtigde van Bera Holding; in deze brief heeft hij tevens gemeld dat hij de gevolgen van zijn onttrekking aan Bera heeft kenbaar gemaakt. Namens Bera Holding heeft zich geen nieuwe gemachtigde gemeld en Bera Holding heeft zelf ook geen stukken ingediend, noch om uitstel gevraagd.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De verdere beoordeling
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="italic">
Waar gaat de zaak over?
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Partijen hebben een geschil over terugbetaling van een bedrag van € 21.021,76 dat [eiseres01] aan Kombassan Insaat Tarim ve Sanayii isletmeleri ticaret A.S. zou hebben betaald als inleg in een zogenoemd ‘groen fonds’. Volgens [eiseres01] is Bera Holding de rechtsopvolger van deze vennootschap. Deze vordering is in een verstekvonnis van
<?linebreak?>
22 november 2013 toegewezen. Het geding is vervolgens heropend met de verzetdagvaarding van Bera Holding.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Juiste partij gedagvaard?
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Bera Holding heeft in haar verzetdagvaarding betwist dat zij de rechtsopvolger is van Kombassan Insaat Tarim ve Sanayii isletmeleri ticaret A.S. In het vonnis in het incident van 27 januari 2023 heeft de kantonrechter geoordeeld dat zij er vooralsnog vanuit gegaat dat Bera Holding de rechtsopvolger is. In het incident was verdere bewijslevering niet aan de orde. In de hoofdzaak is, nu Bera Holding geen antwoord heeft ingediend, haar betwisting niet verder onderbouwd. Zij heeft in de verzetdagvaarding geen concreet bewijsaanbod gedaan ten aanzien van deze stelling; daarom wordt zij niet toegelaten tot het leveren van bewijs hiervan. Ook in de hoofdzaak oordeelt de kantonrechter daarom dat Bera Holding geacht wordt de rechtsopvolger te zijn van Kombassan Insaat Tarim ve Sanayii isletmeleri ticaret [eiseres01] heeft haar vordering dus tegen de juiste partij ingesteld.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Toepasselijk recht
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
In de hoofdzaak moet – ook ambtshalve – (nog) worden beoordeeld welk recht op de verhouding tussen partijen van toepassing is. Bera Holding heeft gesteld dat Turks recht van toepassing is, omdat sprake is van het verkrijgen van aandelen of certificaten aan toonder door [eiseres01] . De kantonrechter oordeelt dat hoe dan ook Nederlands recht van toepassing is, ongeacht of de overeenkomst tussen partijen wordt gekwalificeerd als een overeenkomst van geldlening (zoals [eiseres01] stelt) of het verkrijgen van aandelen of certificaten aan toonder.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
Het toepasselijk recht moet worden beoordeeld op grond van het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO).
</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>
2.4.1.
</nr>
        <para>
Als sprake is van een geldlening, dan volgt uit artikel 4 lid 1 en lid 2 EVO dat Nederlands recht van toepassing is. Uit lid 1 van dit artikel volgt dat de overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Lid 2 bepaalt vervolgens dat vermoed wordt dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar gewone woonplaats heeft op het moment van het sluiten van de overeenkomst. De kenmerkende prestatie bij een geldlening is het verstrekken van een geldbedrag door de geldgever. De geldgever is [eiseres01] . [eiseres01] woonde bij het sluiten van de overeenkomst in Nederland. Als sprake is van een overeenkomst geldlening, dan is dus Nederlands recht van toepassing.
</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
2.4.2.
</nr>
        <para>
Als sprake is van het verkrijgen van aandelen of certificaten aan toonder, dan is het Kombassan die destijds de kenmerkende prestatie heeft verricht (het uitgeven van aandelen of certificaten). Uit artikel 4 lid 2 EVO volgt dat in dat geval vermoed wordt dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar Kombassan haar hoofdbestuur had, of als een andere vestiging de prestatie moet verrichten, het land waar zich een vestiging bevindt. Kombassan had haar hoofdbestuur in Turkije. Het organiseren van bijeenkomsten in Nederland en het betalen aan vertegenwoordigers van Kombassan die zich in Nederland bevonden, maken niet dat sprake is (geweest) van een vestiging van Kombassan in Nederland die de kenmerkende prestatie heeft verricht. Het vermoeden van artikel 4 lid 2 EVO wijst er dus op dat – in beginsel – Turks recht van toepassing is als sprake is van het uitgeven van aandelen of certificaten. Echter, uit artikel 4 lid 5 EVO volgt dat het vermoeden van lid 2 van dit artikel niet geldt als uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer verbonden is met een ander land. De kantonrechter oordeelt dat dit hier het geval is. De kantonrechter baseert dit oordeel op de volgende omstandigheden:
</para>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>
[eiseres01] woont in Nederland;
</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
de overeenkomst is in Nederland gesloten, met vertegenwoordigers van Kombassan die in Nederland de betaling in ontvangst hebben genomen;
</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>
de overeenkomst is gesloten naar aanleiding van (een) bijeenkomst(en) die in Nederland zijn georganiseerd door Kombassan.
</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <parablock>
          <para>
Niets wijst erop dat ook maar enige activiteit is verricht in Turkije.
</para>
          <para>
De betwisting van Bera Holding dat de door [eiseres01] gestelde activiteiten in Nederland hebben plaatsgevonden, wordt als onvoldoende onderbouwd gepasseerd.
</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
Het bepaalde in artikel 10:118 BW is niet relevant, omdat dit artikel bepaalt welk recht van toepassing is op een corporatie. Artikel 10:139 BW is evenmin relevant, omdat dit artikel slechts bepaalt welk
<emphasis role="italic">
goederenrechtelijk regime
</emphasis>
van toepassing is. Het geschil tussen partijen betreft geen goederenrechtelijke vraag.
</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
Gelet op het voorgaande vindt de (verdere) beoordeling van het geschil plaats naar Nederlands recht.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Geen (verder) inhoudelijk verweer; verstekvonnis bekrachtigd
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
Bera Holding heeft in de verzetdagvaarding geen inhoudelijk verweer gevoerd, afgezien van de hierboven al besproken betwistingen. De kantonrechter ziet in deze onvoldoende gemotiveerde betwistingen geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan dat de vorderingen van [eiseres01] , zoals ingesteld bij dagvaarding van 11 juli 2013, toewijsbaar waren en zijn. Het verstekvonnis zal daarom worden bekrachtigd.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Proceskosten
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
Bera Holding krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten in de verzetprocedure betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op nihil. In de hoofdzaak heeft [eiseres01] immers in de verzetprocedure geen proceshandelingen verricht en in het vonnis in het incident van 27 januari 2023 is al een proceskostenveroordeling uitgesproken voor de proceshandelingen die [eiseres01] tot dat moment heeft verricht.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
bekrachtigt het op 22 november 2013 tussen partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 2438729 CV EXPL 13-49900;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt Bera Holding in de proceskosten in de verzetprocedure die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op nihil;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
wijst al het andere af.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
51909
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>