<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:2550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-27T11:54:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/343243-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2550">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-27T11:51:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:2550 Rechtbank Rotterdam , 22-03-2023 / 10/343243-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:2550:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak poging tot seksuele verleiding. Art. 248a Sr. Verdachte heeft op Snapchat contact gehad met een persoon die zich voordeed als een 11-jarig meisje en in die chat is een afspraak gemaakt om seks te hebben. Pas na het maken van deze afspraak heeft de verdachte zijn gesprekspartner alsnog geld geboden. Het aanbieden van geld is daarmee geen onderdeel geweest van het overhalen van de (persoon die zich voordeed als) minderjarige om seks te hebben met de verdachte. Hiermee is niet voldaan aan alle bestanddelen zoals vermeld in artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht en kan de rechtbank niet anders dan de verdachte vrijspreken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:2550:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10/343243-21</para>
      <para>Datum uitspraak: 22 maart 2023</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres],</para>
      <para>raadsvrouw mr. J.A. Smits, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2023.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. J. Verschuren heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 77 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en  bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft betoogd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich op 21 december 2021 in [plaats] schuldig heeft gemaakt aan een poging tot verleiding van [naam 1] (volwassene) die zich voordeed als haar 11-jarige dochter [naam 2] door via Snapchat een geldbedrag aan te bieden in ruil voor seks. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft hiervoor verwezen naar de aangifte, de inhoud van de chats en de verklaring van de verdachte.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte heeft op 21 december 2021 via Snapchat uitnodigingen verstuurd naar voor hem onbekende personen om met hen te chatten. Hij heeft hierbij ook een uitnodiging gestuurd naar de 11-jarige dochter van de aangeefster. De aangeefster was eerder door een kennis gewaarschuwd voor een persoon met de naam “Eddy After” die ongevraagd minderjarigen benaderde en gevraagd zou hebben of ze een foto van zijn geslachtsdeel wilden zien. Zij was daardoor alert op wat haar dochter ontving. Op 21 december 2021 ontving haar dochter een uitnodiging van een persoon die zich “Eddy After” noemde. Gebleken is dat dit de verdachte is geweest. De aangeefster heeft op de berichten van de verdachte gereageerd en heeft zich hierbij voorgedaan als haar 11-jarige dochter (in dit vonnis wordt voor de leesbaarheid in het vervolg gesproken over ‘de minderjarige’ waar gedoeld wordt op de aangeefster die zich voordeed als haar dochter). Het gesprek verliep – voor zover hier relevant – als volgt:  <?linebreak?></para>
        </parablock>
        <para />
        <mediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="2d57c564-6665-4f6c-a3e1-08df1aec1d88" depth="339" width="387" format="image/png" />
          </imageobject>
        </mediaobject>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte maakte vervolgens een afspraak met de minderjarige: </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <mediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="a035461e-c4d1-4003-a903-bed24eadfa3f" depth="217" width="401" format="image/png" />
          </imageobject>
        </mediaobject>
        <mediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="8b138287-5d81-4c26-9aca-5d106d0aa62f" depth="231" width="378" format="image/png" />
          </imageobject>
        </mediaobject>
        <para />
        <parablock>
          <para>Later die dag stuurde de verdachte een bericht of de afspraak doorgang zou vinden:</para>
        </parablock>
        <para />
        <mediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="29662389-b65c-4a85-8ed9-ae7d97cbbe57" depth="61" width="363" format="image/png" />
          </imageobject>
        </mediaobject>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte is vervolgens daadwerkelijk naar de afspraak gekomen. De aangeefster was tevens aanwezig en heeft haar andere dochter, 15 jaar oud, zich laten voordoen als de minderjarige met wie de verdachte zou hebben gesproken via Snapchat. Volgens deze dochter zei hij onder meer <emphasis role="italic">“volgens mij ben jij geen 11”</emphasis> en sloeg hij zijn arm om haar schouder. De verdachte is vervolgens met gebruikmaking van enig fysiek geweld door de partner van aangeefster staande gehouden, waarna hij is aangehouden door de politie. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdachte heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat hij weliswaar de berichten heeft verzonden, maar dat hij zich er niet van bewust was dat hij met een minderjarige communiceerde, ook omdat hij telkens de chat sloot en daarmee de voorgaande berichten telkens verdwenen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de verdachte zich er niet van bewust was dat hij met een minderjarige communiceerde, gelet op de zeer beperkte tijdspanne tussen de berichten, de inhoud van het gesprek (waaronder de mededeling dat zijn gesprekspartner zou gaan buiten spelen) en de verklaring van de 15-jarige dochter van aangeefster dat de verdachte zei <emphasis role="italic">“volgens mij ben jij geen 11”</emphasis> toen hij haar ontmoette. </para>
          <para>De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de verdachte de intentie had om met een 11-jarig meisje af te spreken met het doel om met haar seksuele handelingen te verrichten.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Toch zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van wat hem ten laste wordt gelegd. De rechtbank overweegt daarover het volgende. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten laste gelegd is dat de verdachte zich zou hebben schuldig gemaakt aan een poging tot verleiding van een minderjarige tot het hebben van seks door het aanbieden van geld, onder verwijzing naar artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
          <para>Van belang bij dit artikel en de inhoud van deze tenlastelegging is dat, wil de rechtbank tot een bewezenverklaring kunnen komen, wettig en overtuigend bewezen zal moeten worden dat de verdachte geld heeft geboden aan een minderjarige en dat juist hierdoor deze minderjarige is bewogen om ontuchtige handelingen te plegen of dulden. Dit is echter in deze zaak niet gebleken. Immers, de verdachte heeft de (naar hij dacht: minderjarige)  gesprekspartner voorgesteld om seks te hebben, waarna deze hierop direct en zonder voorbehoud positief reageerde. Het aanbieden van geld is daarmee geen onderdeel geweest van het overhalen van de minderjarige om seks te hebben met de verdachte. De verdachte heeft vervolgens weliswaar gevraagd of ze ook geld wilde, waarop ook positief werd gereageerd, maar uit niets blijkt dat juist dit aanbod de minderjarige heeft bewogen tot het maken en/of laten doorgaan van de afspraak waar het – in de intentie van de verdachte – tot seks zou moeten komen. Gelet op het voorgaande kan niet bewezen worden dat de verdachte dóór het bieden van geld heeft getracht een minderjarige te bewegen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. De rechtbank kan daarom niet tot een bewezenverklaring van deze tenlastelegging komen. </para>
          <para>De rechtbank realiseert zich terdege dat hiermee een persoon wordt vrijgesproken die naar haar oordeel ontegenzeggelijk zeer kwalijke bedoelingen had met een 11jarig meisje maar zij kan niet anders in het licht van de tenlastelegging.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>Bijlagen</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.M.H. Geerars en mr. I. Bouter, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 21 december 2021 te [plaats], in elk geval in Nederland, </para>
      <para>ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door giften of beloften van geld of goed [naam 1], die zich voordeed als de minderjarige [naam 2], geboren op<?linebreak?>[geboortedatum 2] 2010, waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, opzettelijk te bewegen om ontuchtige handelingen met hem te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, hebbende hij, verdachte, toen daar (via Snapchat) die [naam 1] een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld als hij, verdachte, seks met die [naam 2] mocht hebben, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 248a Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>