<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:2521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-30T14:58:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10229122 CV EXPL 22-37254</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2521">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-30T14:57:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:2521 Rechtbank Rotterdam , 17-03-2023 / 10229122 CV EXPL 22-37254</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:2521:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetaalde facturen, verkeerde partij gedagvaard, niemand ter zitting verschenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:2521:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10229122 CV EXPL 22-37254
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 17 maart 2023
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Health on Purpose LTD.,
</emphasis>
</para>
<para>
vestigingsplaats: Londen, Verenigd Koninkrijk,
</para>
<para>
eiseres,
</para>
<para>
gemachtigde: [naam01] te [plaats01] ,
</para>
<para>
rolgemachtigde: gerechtsdeurwaarder P. de Ruijter te Heerhugowaard,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen:
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
de vennootschap onder firma Stamina Fit Fuel,
</title>
<parablock>
<para>
vestigingsplaats: Rozenburg,
</para>
<para>
vertegenwoordigd door: [gedaagde02] ,
</para>
</parablock>
<bridgehead role="bold">
2. [gedaagde02] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
woonplaats: [woonplaats02] ,
</para>
<para>
zonder gemachtigde,
</para>
</parablock>
<bridgehead role="bold">
3. [gedaagde03] ,
</bridgehead>
<parablock>
<para>
woonplaats: [woonplaats03] ,
</para>
<para>
die niet in de procedure is verschenen,
</para>
<para>
gedaagden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De partijen worden hierna ‘Health on Purpose’, ‘Stamina Fit Fuel’, ‘ [gedaagde02] ’ en ‘ [gedaagde03] ’ genoemd. Gedaagden worden hierna tezamen ‘Stamina Fit Fuel c.s.’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 22 november 2022, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het antwoord van Stamina Fit Fuel en [gedaagde02] .
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Op 1 maart 2023 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen zijn echter, hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
Het geschil
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Health on Purpose eist samengevat:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
Stamina Fit Fuel c.s. hoofdelijk te veroordelen aan haar te betalen € 423,- met rente en € 63,45 aan buitengerechtelijke incassokosten;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
Stamina Fit Fuel c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
Health on Purpose baseert de eis op het volgende. Op 7 oktober 2021 heeft zij per e-mail een overeenkomst gesloten met Stamina Fit Fuel uit hoofde waarvan zij diensten heeft geleverd. Stamina Fit Fuel heeft de maandelijkse abonnementskosten echter niet betaald, waardoor zij nog € 423,- aan Health on Purpose verschuldigd is. Ondanks aanmaning heeft Stamina Fit Fuel de abonnementsgelden niet voldaan. Zij is daarom tevens rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd geworden.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Stamina Fit Fuel en [gedaagde02] zijn het niet eens met de eis en voeren het volgende aan. Health on Purpose heeft de verkeerde partij gedagvaard, want de overeenkomst is gesloten met [gedaagde02] , handelende onder de naam Stamina Fit, en niet met Stamina Fit Fuel, die overigens nog niet bestond ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Verder heeft [gedaagde02] binnen twee weken aangegeven van de overeenkomst te willen afzien en werd hij tegen de afspraak geconfronteerd met bijkomende kosten.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beoordeling
</title>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
[gedaagde03] is niet in deze procedure verschenen. [gedaagde02] heeft ter gelegenheid van het mondelinge antwoord op 15 december 2022 weliswaar verklaard dat hij ook namens [gedaagde03] verweer voerde, maar hij heeft geen machtiging overgelegd waaruit deze bevoegdheid blijkt. Tegen [gedaagde03] wordt dan ook verstek verleend. Uit de overgelegde stukken van de Kamer van Koophandel is wel gebleken dat [gedaagde02] zelfstandig bevoegd is Stamina Fit Fuel te vertegenwoordigen. Nu Stamina Fit Fuel en [gedaagde02] wel in de procedure zijn verschenen, wordt één vonnis gewezen dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
Het gaat in deze zaak om de vraag of Stamina Fit Fuel c.s. nog een bedrag aan Health on Purpose moeten betalen uit hoofde van een overeenkomst. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend, en wel om de volgende redenen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.3.
</nr>
<para>
Uit de dagvaarding begrijpt de kantonrechter dat Health on Purpose stelt dat zij heeft gecontracteerd met Stamina Fit Fuel en dat die v.o.f. op grond van die overeenkomst nog abonnementsgelden aan Health on Purpose moeten betalen. Uit de dagvaarding valt niet op te maken dat [gedaagde02] en [gedaagde03] bij deze procedure zijn betrokken in een andere hoedanigheid dan die van vennoot van Stamina Fit Fuel. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Stamina Fit Fuel c.s. ligt het op de weg van Health on Purpose om nader te onderbouwen dat zij de overeenkomst is aangegaan met Stamina Fit Fuel en niet met [gedaagde02] . Dat heeft zij echter niet gedaan. Health on Purpose had de mogelijkheid gehad die nadere onderbouwing te geven tijdens de mondelinge behandeling, maar zij is daar niet verschenen. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stelling van Stamina Fit Fuel c.s. dat die v.o.f. geen contractspartij van Health on Purpose was en uit hoofde daarvan dus ook geen betalingsverplichting jegens haar heeft. Gelet op het voorgaande wordt de vordering in zijn geheel afgewezen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.4.
</nr>
<para>
Health on Purpose krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Stamina Fit Fuel c.s. tot vandaag vast op nihil, omdat zij zich niet hebben laten bijstaan door een gemachtigde.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
4
</nr>
De beslissing
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De kantonrechter:
</para>
</parablock>
<para />
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<para>
wijst de vordering af;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<para>
veroordeelt Health on Purpose in de proceskosten die aan de kant van Stamina Fit Fuel c.s. tot vandaag worden vastgesteld op nihil.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
43416
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>