<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:2419</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T08:01:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/653214 / HA RK 23-190</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2023/146</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2419">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2419</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-28T11:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:2419 Rechtbank Rotterdam , 15-03-2023 / C/10/653214 / HA RK 23-190</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:2419:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Benoeming vereffenaar. Artikel 4:203 BW. Op verzoek erfgenaam. Andere erfgenaam vermist en geen bekende woon- of verblijfplaats.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:2419:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="dc02439e-aa77-431b-a27c-61ddca171bdf" format="image/png" scale="100" width="13" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
<inlinemediaobject>
<imageobject>
<imagedata align="center" depth="2" fileref="835fbe50-3e13-4499-a4c9-e4bbf7ce8fd3" format="image/png" scale="100" width="523" />
</imageobject>
</inlinemediaobject>
beschikking
</para>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team handel en haven
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer / rekestnummer: C/10/653214 / HA RK 23-190
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Beschikking van 15 maart 2023
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
STICHTING VERITAS VERTEGENWOORDIGING
</emphasis>
, in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan
<emphasis role="bold">
[naam01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd te Rotterdam ,
</para>
<para>
verzoekster,
</para>
<para>
advocaat mr. W.H. Benard te Dordrecht,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
belanghebbende:
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
[naam02]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende op een onbekend adres.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
Op 21 februari 2023 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekster tot benoeming van een vereffenaar, met producties.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Omdat de woonplaats van de belanghebbende onbekend is, heeft de rechtbank haar niet kunnen aanschrijven en besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Op 21 augustus 2016 is te [plaats01] overleden mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster), geboren op [geboortedatum01] 1932 te [geboorteplaats01] en laatst gewoond hebbende te Hoogvliet Rotterdam. Erflaatster heeft op 6 mei 1987 een testament opgemaakt waarin zij haar echtgenoot en kinderen tot haar erfgenamen heeft benoemd. De echtgenoot van erflaatster, de heer [naam03] , is voor erflaatster overleden, zodat alleen de kinderen van erflaatster haar erfgenaam zijn. [naam01] (hierna: [voornaam01] ) en [naam02] (hierna: [voornaam02] ) zijn de kinderen van erflaatster.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
De goederen die (zullen) toebehoren aan [voornaam01] zijn onder bewind gesteld en verzoekster is tot bewindvoerder van [voornaam01] benoemd. Verzoekster heeft bij akte van 1 februari 2023 namens [voornaam01] de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard, zodat deze moet worden vereffend. Verzoekster stelt dat het voor [voornaam01] niet mogelijk is om zelf de vereffening ter hand te nemen, omdat hij onder bewind staat en omdat [voornaam02] al geruime tijd (in ieder geval sinds 7 december 2009) is vermist.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
Verzoekster verzoekt gelet hierop om mr. D.R. Katoen-Senneker tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflaatster.
</para>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
De rechtbank kan op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW een vereffenaar benoemen als een nalatenschap beneficiair is aanvaard en een erfgenaam verzoekt een vereffenaar te benoemen. Aan deze beide voorwaarden is voldaan. Verzoekster heeft ook voldoende onderbouwd dat er een belang is om een vereffenaar te benoemen. Alle erfgenamen oefenen immers hun bevoegdheden als vereffenaar tezamen uit. Doordat [voornaam02] vermist is en geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, kan hieraan niet voldaan worden en komt de vereffening niet van de grond. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en een vereffenaar benoemen in de nalatenschap van erflaatster. De rechtbank heeft [voornaam02] niet over het verzoek kunnen horen, omdat zij geen bekende woon- of verblijfplaats heeft.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.5.
</nr>
<para>
Verzoekster heeft voorgesteld om mr. D.R. Katoen-Senneker tot vereffenaar te benoemen, zodat de rechtbank haar tot vereffenaar zal benoemen. De vereffenaar dient de benoeming zelf bekend te maken in de (digitale) Staatscourant.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De rechtbank
</para>
<para />
<parablock>
<para>
benoemt
<emphasis role="bold">
mr. Daniëlle Rebecca Katoen-Senneker
</emphasis>
, kantoorhoudende aan de Jan Campertlaan 10, 3201 AX te Spijkenisse, tot vereffenaar in de nalatenschap van:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[erflaatster]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren op [geboortedatum01] 1932,
</para>
<para>
laatstelijk wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para>
overleden op 21 augustus 2016,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de digitale Staatscourant;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2023.
</para>
<para>
3120
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
</para>
</parablock>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>