<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:2411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-24T13:45:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/651581 / HA RK 23-81</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2023/129</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2023-0147</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2023/80</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2411">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-23T11:15:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:2411 Rechtbank Rotterdam , 27-02-2023 / C/10/651581 / HA RK 23-81</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:2411:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Benoeming vereffenaar. Artikel 4:204 BW. Op verzoek van gewezen bewindvoerder. Erfgenamen onbekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:2411:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="844358f1-6aa1-4ded-b7a0-b9d269de7635" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="eb851b73-0525-48f0-82f4-c2c84ce53e24" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
beschikking
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rekestnummer: C/10/651581 / HA RK 23-81
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Beschikking van 27 februari 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[verzoekster01]
</emphasis>
, handelend onder de naam
<emphasis role="bold">
[handelsnaam01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te Katwijk (ZH),
</para>
      <para>
verzoekster,
</para>
      <para>
advocaat mr. J.A.M. Koorn-Harkema te Leiden.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Op 25 januari 2023 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekster tot benoeming van een vereffenaar, met producties.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
De rechtbank heeft besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Op 3 september 2022 is te Rotterdam overleden mevrouw [naam01] (hierna: erflaatster), geboren op [geboortedatum01] te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) en laatst gewoond hebbende te [plaats01] .
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Het is op dit moment onbekend wie de erfgenamen van erflaatster zijn. Erflaatster had namelijk volgens het Centraal Testamentenregister geen testament opgemaakt, zodat op grond van de wet moet worden vastgesteld wie haar erfgenamen zijn. Erflaatster heeft één zoon, [naam02] , achtergelaten, maar hij heeft de nalatenschap van erflaatster bij akte van 21 september 2022 verworpen. Erflaatster was daarnaast niet gehuwd of geregistreerd als partner. De ouders van erflaatster zijn blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) al voor erflaatster overleden en blijkens de BRP had erflaatster geen broers of zussen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Erflaatster stond voor haar overlijden onder bewind. Verzoekster was de bewindvoerder dan erflaatster. Door het overlijden van erflaatster is de taak van verzoekster als bewindvoerder beëindigd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
Verzoekster verzoekt om haarzelf tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflaatster. Volgens verzoekster lopen er nog zaken die geregeld moeten worden. Zo lopen er nog overeenkomsten, zoals de huurovereenkomst voor de woning.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
De rechtbank kan op grond van artikel 4:204 lid 1 onder a BW als een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard door een erfgenaam, wat hier het geval is, op verzoek van een belanghebbende een vereffenaar benoemen, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
Verzoekster was de bewindvoerder van erflaatster. Zij is in die hoedanigheid belanghebbende bij het verzoek om een vereffenaar te benoemen. Het bewind over de goederen van erflaatster is door het overlijden van erflater weliswaar beëindigd, maar verzoekster heeft na het overlijden van erflaatster nog wel verplichtingen. Verzoekster blijft op grond van artikel 1:448 lid 3 BW verplicht om al datgene te doen, wat niet zonder nadeel van rechthebbende kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de goederen bevoegd is, dit heeft aanvaard. Daarnaast moet verzoekster als bewindvoerder ook rekening en verantwoording afleggen aan de eventuele erfgenamen van erflaatster aan het einde van het bewind (artikel 1:445 lid 1 BW). Gelet hierop zal vastgesteld moeten worden wie de erfgenamen van erflaatster zijn, zodat verzoekster belang heeft bij het benoemen van een vereffenaar die tot zijn taak heeft een erfgenamenonderzoek uit te voeren.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
Op dit moment is onbekend of erflaatster erfgenamen heeft. Dit betekent dat ook aan de andere voorwaarde van artikel 4:204 lid 1 onder a BW is voldaan. De rechtbank zal daarom het verzoek van verzoekster toewijzen en een vereffenaar benoemen in de nalatenschap van erflaatster.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8.
</nr>
      <para>
Verzoekster heeft voorgesteld om haarzelf tot vereffenaar te benoemen. Omdat verzoekster als voormalig bewindvoerder op de hoogte is van de financiën van erflaatster, zal de rechtbank hierin mee gaan en verzoekster tot vereffenaar benoemen in de nalatenschap van erflaatster. Verzoekster zal haar benoeming bekend moeten maken in de digitale Staatscourant.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.9.
</nr>
      <para>
Verzoekster zal als vereffenaar een onderzoek moeten doen naar de erfgenamen van verzoekster (artikel 4:225 BW). Zij kan daarvoor, eventueel met behulp van haar advocaat, een notaris of het CBG in Den Haag benaderen en de kosten van een erfgenamenonderzoek ten laste van de nalatenschap brengen. De rechtbank wijst verzoekster voorts op de Richtlijnen vereffening nalatenschappen (te vinden op www.rechtspraak.nl), waarin onder andere de taken en de bevoegdheden van een vereffenaar zijn omschreven.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De rechtbank
</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
benoemt
<emphasis role="bold">
[verzoekster01]
</emphasis>
, handelend onder de naam
<emphasis role="bold">
[handelsnaam01]
</emphasis>
, gevestigd te [vestigingsplaats01] , [postcode01] te [plaats02], tot vereffenaar van de nalatenschap van:
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="bold">
[naam01]
</emphasis>
,
</para>
        <para>
geboren op [geboortedatum01] te [geboorteplaats02] , [geboorteland01] ,
</para>
        <para>
laatstelijk wonende te [woonplaats01] ,
</para>
        <para>
overleden op 3 september 2022 te Rotterdam,
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verzoekt en – voor zoveel nodig – beveelt de vereffenaar om zo spoedig mogelijk een erfgenamenonderzoek te laten uitvoeren;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de digitale Staatscourant;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <para>
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.6.
</nr>
      <para>
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam op de hoogte te stellen van deze benoeming.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2023.
<footnote-ref linkend="_a73a3615-a423-4769-8898-bce05e752d49" />
</para>
        <para>
3120
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a73a3615-a423-4769-8898-bce05e752d49" label="1">
    <para>
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>