<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:2218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-17T11:22:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-293000-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2218">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:2218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-17T11:12:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:2218 Rechtbank Rotterdam , 16-02-2023 / 10-293000-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:2218:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorhanden hebben vuurwapens en munitie in woning. Bekennende verdachte. Rechtbank acht bewezen dat verdachte wapens en munitie voorhanden had en daarover kon beschikken. Taakstraf van 240 uur onvoorwaardelijk en een gevangenisstraf van 3 maanden geheel voorwaardelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:2218:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 10-293000-21  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 16 februari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres], </para>
      <para>raadsman: mr. R. van den Boogert, advocaat te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 februari 2023, waarbij de officier van justitie, mr. M. Smetsers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte twee vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op basis van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven heeft gepleegd.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
        <para> op 25 oktober 2021 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland  wapens als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten<?linebreak?>- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een omgebouwd gaspistool naar een kogel verschietend pistool van het merk/type Ekol Volga, kaliber 9mm PAK / 6mm rondkogel en <?linebreak?>- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool van het merk/type Umarex Colt Government, kaliber 9mm knal<?linebreak?>en <?linebreak?>(bijbehorende) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van de Wet wapens munitie, van de Categorie III te weten<?linebreak?>- 20 kogelpatronen, kaliber 9mm pak rondkogel en <?linebreak?>- 25 kogelpatronen van het merk/type S&amp;B, kaliber 9mm en- 10 knalpatronen van het merk/type Wadie Knalpatroon Cs, kaliber 9mm pak met cs voorhanden heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5. </nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6. </nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt de rechtbank om verdachte tot niet meer te veroordelen dan een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens. In zijn woning bewaarde hij een omgebouwd gaspistool tot een kogel verschietend pistool en een gaspistool. Daarnaast is er in zijn woning munitie aangetroffen, waarvan een deel afgeschoten kon worden met de aangetroffen vuurwapens. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bezit van vuurwapens zorgt voor grote veiligheidsrisico’s in de samenleving. Het aanwezig hebben van een vuurwapen en munitie kan gemakkelijk leiden tot het gebruik ervan en vormt daarom een onaanvaardbaar risico in de maatschappij. Vuurwapengeweld leidt regelmatig tot slachtoffers en zowel het gebruik als het voorhanden hebben van een wapen brengt ook gevoelens van onveiligheid teweeg in de samenleving. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de  oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet hierop acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden passend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat hij direct na zijn aanhouding openheid van zaken heeft gegeven over de herkomst van de vuurwapens en de munitie. Verdachte is schuldbewust en zijn spijtbetuiging komt authentiek over. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport over verdachte van 27 december 2021. De reclassering heeft gerapporteerd dat verdachte afstand heeft genomen van de vrienden die hij had ten tijde van het plegen van het feit en dat hij over een stabiele huisvesting en dagbesteding beschikt. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. Interventies of toezicht worden niet nodig geacht. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou volgens het rapport grote negatieve gevolgen hebben voor het leven van verdachte, omdat hij hierdoor opdrachtgevers en zijn huisvesting kan verliezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien het voorgaande en gelet op het gegeven dat het feit inmiddels 16 maanden geleden is gepleegd, ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de landelijke oriëntatiepunten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende, acht de rechtbank een taakstraf van 240 uur passend en geboden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden opleggen, gelet op de ernst van het feit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7. </nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezenverklaring</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafbaarheid</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met  betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd</para>
      <para>en</para>
      <para>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie </para>
      <para>meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafoplegging</para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 240 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervang<emphasis role="bold">ende  hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">120 dagen;</emphasis></para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;</emphasis></para>
    <para>- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorlopige hechtenis</para>
    </parablock>
    <para>- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. M. van de Wetering en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.J.W. Claassen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>