<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:1967</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-09T11:14:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/068452-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:1967">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:1967</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-09T11:13:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:1967 Rechtbank Rotterdam , 07-02-2023 / 10/068452-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:1967:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Minimega Zwijntjes. Jeugdstrafrecht. Medeplegen van oplichting, deelneming aan criminele organisatie. Werkstraf 60 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:1967:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank Rotterdam
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team Jeugd
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Parketnummer: 10/068452-21
</para>
<para>
Datum uitspraak: 7 februari 2023
</para>
<para>
Tegenspraak
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01] ,
</emphasis>
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2003,
</para>
<para>
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
</para>
<para>
[adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
</para>
<para>
raadsman mr. H.L. Heemskerk, advocaat te Rotterdam.
</para>
</parablock>
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
Onderzoek op de terechtzitting
</title>
<para>
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 19 januari 2023 en 24 januari 2023.
</para>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2
</nr>
Tenlastelegging
</title>
<parablock>
<para>
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.
</para>
<para>
De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
</para>
</parablock>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3
</nr>
Eis officier van justitie
</title>
<para>
De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van twee weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, met aftrek van het voorarrest, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
</section>
<section>
<title>
<nr>
4
</nr>
Waardering van het bewijs
</title>
<paragroup>
<nr>
4.1.
</nr>
<para>
<emphasis role="underline">
Bewijswaardering
</emphasis>
</para>
<paragroup>
<nr>
4.1.1.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Inleiding
</emphasis>
</para>
<para>
Vanaf eind 2019 kreeg de politie in de regio Zwijndrecht signalen van fraude met internetbestellingen en postpakketten. Mensen gaven aan dat zij aanmaningen ontvingen van een bedrijf genaamd Ratepay, dat namens About You liet weten dat geleverde bestellingen nog niet waren betaald. Deze mensen bleken echter niet zelf een pakket te hebben besteld en hadden ook niets ontvangen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Er werd een onderzoek gestart onder de naam ‘Zwijntjes’. De politie ontving van PostNL een bestand waarin alle pakketten genoemd werden waarbij vermoedelijk fraude was gepleegd. Dit bestand bevat een overzicht van bestel- en ophaaldata, de geadresseerde, het gewijzigde afleveradres en het nummer van het legitimatiebewijs dat is getoond bij het afhalen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Tijdens het onderzoek zijn elf verdachten aangehouden. De werkwijze bleek als volgt. De verdachten kregen, bijvoorbeeld aan de hand van bonnetjes die verkregen werden via maaltijdbezorgers of cv’s die op openbare websites waren geplaatst, de beschikking over naam en adresgegevens van nietsvermoedende derden. Met behulp van deze gegevens werden vervolgens nepaccounts aangemaakt op de website van About You op naam van deze derden, buiten hun medeweten. Vervolgens werden bestellingen geplaatst, waarbij gebruik werd gemaakt van de mogelijkheid om de bestelling achteraf te betalen. Zodra het mogelijk was om het bezorgadres aan te passen, werd via de PostNL-app verzocht om het pakket bij een afhaalpunt van PostNL te bezorgen. Dit wordt herroutering genoemd. Veelal kon het pakket vervolgens bij het afhaalpunt worden opgehaald, onder vertoning van een legitimatiebewijs.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.1.2.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Standpunt verdediging
</emphasis>
</para>
<para>
De verdachte heeft bekend dat hij op 24 oktober 2019 een pakketje heeft opgehaald. Niet blijkt dat hij anderszins betrokken was bij de ten laste gelegde feiten. Volgens de politie heeft de verdachte een telefoon van een medeverdachte in gebruik gehad en daarmee veelvuldig appberichten gestuurd die te maken hebben met fraude. De verdachte ontkent echter dat hij degene is geweest die deze appgesprekken heeft gevoerd. Er is geen objectief bewijs dat in de richting van de verdachte wijst.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Uit het dossier blijken niet de vereiste structuur, de organisatiegraad en het samenwerkingsverband om te kunnen spreken van deelneming aan een criminele organisatie.
</para>
</parablock>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.1.3.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Beoordeling
</emphasis>
</para>
<para>
De vraag die de rechtbank ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit moet beantwoorden is of bewezen kan worden dat de verdachte gebruik kon maken van het telefoonnummer waarmee veelvuldig fraudegerelateerde appberichten zijn verstuurd. Uit het dossier is gebleken dat twee medeverdachten dit telefoonnummer in hun telefoon hadden opgeslagen onder de naam “ [naam01] ” of “ [naam02] ”, waarmee de verdachte – die [voornaam verdachte01] heet – bedoeld zou kunnen zijn. Ter zitting heeft de verdachte verklaard inderdaad gebruik te hebben gemaakt van dit telefoonnummer, namelijk om de medeverdachte [medeverdachte01] een keer te appen om iets af te spreken. In dezelfde periode als waarin dat gesprek plaatsvond, is er een chat tussen dat telefoonnummer en medeverdachte [medeverdachte02] . De gebruiker van het telefoonnummer kondigt zich aan als “ [naam01] ”, waaruit de rechtbank – bij gebrek aan aanwijzingen van het tegendeel – afleidt dat de verdachte de gebruiker is geweest van dit telefoonnummer en hij degene is geweest die met medeverdachte [medeverdachte02] gechat heeft. Op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die veelvuldig appberichten stuurde die betrekking hadden op pakketpostoplichting. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de onder 1 ten laste gelegde oplichting.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit stelt de rechtbank voorop dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht slechts dan sprake kan zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank acht bewezen dat verschillende verdachten in nauwe en bewuste samenwerking gedurende een langere periode strafbare feiten hebben gepleegd. Daarbij was sprake van een vaste werkwijze, die maken dat van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband gesproken kan worden. Het oogmerk dat de organisatie had zag op – kort gezegd – de oplichting van webwinkels en (afleverpunten van) PostNL. Uit de eerder genoemde appgesprekken blijkt dat de verdachte hierin een groot aandeel heeft gehad. Daarom is bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.1.4.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Conclusie
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank acht de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
4.2.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Bewezenverklaring
</emphasis>
</para>
<para>
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1.
<?linebreak?>
(zaak 7 en 20)
<?linebreak?>
hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2019 tot en
<?linebreak?>
met15 november 2019 te Barendrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, About You en afhaalpunten van PostNL heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van een of meer goederen, te weten een of meer (post)pakketten van About You met een of meer kledingstukken en/of schoenen door met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk
<?linebreak?>
- (zaak 7) op een of meer tijdstippen een of meer bestellingen (op factuur) te plaatsen via de webshop van About You, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) gebruik heeft/hebben gemaakt van een valse naam en adresgegevens van een of meer derde(n) en
<?linebreak?>
- (zaak 20) op 22 oktober 2019 een bestelling (op factuur) te plaatsen via de webshop van About You, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) gebruik heeft/hebben gemaakt van een valse naam, te weten [naam03] en
<?linebreak?>
(zaak 7 en 20)
<?linebreak?>
- bij bovengenoemde bestellingen (telkens) een of meer adressen op te geven, waarop verdachte en/of zijn mededader(s) niet woonachtig zijn en
</para>
<para>
- ( vervolgens) (telkens) het afleveradres van dat (post)pakket (met een of meer kledingstukken en/of schoenen) (afkomstig van About You) te wijzigen/herrouteren en
<?linebreak?>
- (vervolgens) (telkens) zich te begeven naar dat afhaalpunt, alwaar een (post)pakket was afgeleverd/bezorgd en
<?linebreak?>
- (vervolgens) (telkens) bij dat afhaalpunt om afgifte te vragen van dat (post)pakket van About You, dat geadresseerd was aan een ander dan aan de verdachte of zijn mededader(s), en
<?linebreak?>
- (telkens) dat (post)pakket in ontvangst te nemen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet de geadresseerde was/waren of gerechtigd/gemachtigd was/waren het voornoemde pakket in ontvangst te nemen namens de geadresseerde;
</para>
<para />
<para>
2.
<?linebreak?>
hij in de periode van 1 oktober 2019 tot en met 15 november 2019 te Zwijndrecht, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en [medeverdachte01] en [medeverdachte02] en [medeverdachte03] en [medeverdachte04] , die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het (meermalen)
</para>
<para />
<para>
- witwassen - plegen van oplichting van About You en PostNL (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)
</para>
<para>
- misbruiken van identificerende persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 231b Wetboek van Strafrecht (artikel 231b Wetboek van Strafrecht)
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
5
</nr>
Strafbaarheid feiten
</title>
<para>
De bewezen feiten leveren op:
</para>
<orderedlist numeration="arabic">
<listitem>
<para>
<emphasis role="bold">
Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
</emphasis>
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
<emphasis role="bold">
Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven
</emphasis>
</para>
</listitem>
</orderedlist>
<para />
<parablock>
<para>
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De feiten zijn dus strafbaar.
</para>
</parablock>
</section>
<section>
<title>
<nr>
6
</nr>
Strafbaarheid verdachte
</title>
<para>
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
De verdachte is dus strafbaar.
</para>
</parablock>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
7
</nr>
Motivering straf
</title>
<paragroup>
<nr>
7.1.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Algemene overweging
</emphasis>
</para>
<para>
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
7.2.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Feiten waarop de straf is gebaseerd
</emphasis>
</para>
<para>
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd gedurende een langere periode beziggehouden met fraude met pakketpost. Dit heeft hij samen met anderen gedaan.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Er zijn nepaccounts aangemaakt met gebruik van namen en adresgegevens van andere personen, waarmee bestellingen zijn geplaatst. Er werd gekozen voor de optie om de bestelling achteraf te betalen en de bestelling werd afgeleverd bij een afhaalpunt van PostNL. De personen op wier namen de bestellingen waren geplaatst, kregen vervolgens aanmaningen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij op deze manier bedrijven heeft benadeeld en de gegevens van nietsvermoedende slachtoffers heeft misbruikt. Daarnaast wordt door deze vorm van oplichting het vertrouwen ondermijnd dat consumenten moeten hebben in de dienstverlening van online winkels en postbedrijven. De verdachte heeft laten zien alleen oog te hebben gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
7.3.
</nr>
<para>
<emphasis role="underline">
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
</emphasis>
</para>
<paragroup>
<nr>
7.3.1.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Strafblad
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 december 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
7.4.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Conclusies van de rechtbank
</emphasis>
</para>
<para>
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bij de berechting van een jeugdstrafzaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte redelijkerwijs kan verwachten dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 10 juli 2020 in verzekering gesteld. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden. Tussen 10 juli 2020 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim dertig maanden. Nu in deze zaak, zoals hiervoor is overwogen, wordt uitgegaan van een redelijke termijn van zestien maanden, is er in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van veertien maanden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het tijdsverloop maakt dat van de oplegging van een straf mogelijk geen pedagogisch effect meer uitgaat. De rechtbank stelt vast dat de verdachte ernstige feiten heeft gepleegd. Hij heeft daarover geen openheid van zaken gegeven en daardoor geen enkele verantwoordelijk genomen voor de door hem gepleegde feiten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat op deze feiten een straf dient te volgen en zal dan ook een straf opleggen, waarbij rekening wordt gehouden met het tijdsverloop.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van zestig uur passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorwaardelijke straf op te leggen, gelet op het tijdsverloop en het feit dat de verdachte in de afgelopen periode niet in aanraking is gekomen met politie en justitie.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
8
</nr>
Vordering benadeelde partij
</title>
<parablock>
<para>
Als benadeelde partij heeft [benadeelde partij01] zich in het geding gevoegd, ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit.
</para>
<para>
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 26.934,35 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
</para>
</parablock>
<paragroup>
<nr>
8.1.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Standpunt officier van justitie
</emphasis>
</para>
<para>
De officier van justitie acht de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 4.546,02.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
8.2.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Standpunt verdediging
</emphasis>
</para>
<para>
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat alleen de schade die ontstaan is door het pakketje dat de verdachte heeft opgehaald hem aan te rekenen is.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
8.3.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Beoordeling
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De enkele verwijzing naar zaaknummers kan – ook wanneer die wordt bezien in samenhang met de (nadere) aangifte – niet als zodanig gelden. Bovendien blijkt niet hoe de gevorderde bedragen zijn opgebouwd. Dit maakt dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
</para>
</parablock>
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
8.4.
</nr>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Conclusie
</emphasis>
</para>
<para>
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
<section>
<title>
<nr>
9
</nr>
Toepasselijke wettelijke voorschriften
</title>
<para>
Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77gg, 140 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
</para>
</section>
<section>
<title>
<nr>
10
</nr>
Bijlagen
</title>
<para>
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
</para>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
11
</nr>
Beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart de verdachte strafbaar;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
<emphasis role="bold">
werkstraf
</emphasis>
voor de duur van
<emphasis role="bold">
60 (zestig) uren
</emphasis>
, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
<emphasis role="bold">
54 (vierenvijftig) uren
</emphasis>
te verrichten werkstraf resteren;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
<emphasis role="bold">
27 (zevenentwintig) dagen;
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij01] niet-ontvankelijk in de vordering;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door:
</para>
<para>
mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter,
</para>
<para>
en mrs. W.J. Loorbach en M.M. Dolman, rechters,
</para>
<para>
in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart, griffier,
</para>
<para>
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 februari 2023.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Bijlage I
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Tekst gewijzigde tenlastelegging
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
</para>
</parablock>
<para />
<para>
1.
</para>
<parablock>
<para>
(zaak 7 en 20)
</para>
<para>
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en
</para>
<para>
met 25 mei 2020 te Heerjansdam en/of Sliedrecht en/of ’s-Gravendeel en/of
</para>
<para>
Barendrecht en/of Papendrecht en/of Dordrecht en/of Alblasserdam en/of
</para>
<para>
Zwijndrecht en/of Oosterhout en/of Rotterdam en/of Ridderkerk en/of Spijkenisse
</para>
<para>
en/of Strijen en/of Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland, tezamen en in
</para>
<para>
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om
</para>
<para>
zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een
</para>
<para>
valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door
</para>
<para>
een samenweefsel van verdichtsels, AboutYou en/of Ratepay Gmbh en/of PostNL
</para>
<para>
en/of afhaalpunten van PostNL heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het
</para>
<para>
verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van
</para>
<para>
een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
</para>
<para>
de afgifte van een of meer goederen, te weten een of meer (post)pakketten van
</para>
<para>
AboutYou met een of meer kledingstukken en/of schoenen door met
</para>
<para>
vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of
</para>
<para>
listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
</para>
</parablock>
<para>
- ( zaak 7) op een of meer tijdstippen een of meer bestellingen (op factuur) te
</para>
<parablock>
<para>
plaatsen via de webshop van AboutYou, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)
</para>
<para>
gebruik heeft/hebben gemaakt van een valse naam, althans een andere naam dan
</para>
<para>
die van verdachte en/of zijn mededader(s), althans de identificerende gegevens
</para>
<para>
en/of adresgegevens van een of meer derde(n) en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( zaak 20) op of omstreeks 22 oktober 2019 een bestelling (op factuur) te plaatsen
</para>
<parablock>
<para>
via de webshop van AboutYou, waarbij waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)
</para>
<para>
gebruik heeft/hebben gemaakt van een valse naam, althans een andere naam dan
</para>
<para>
die van verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [naam03] en/of
</para>
<para>
(zaak 7 en 20)
</para>
</parablock>
<para>
- bij bovengenoemde bestellingen (telkens) een of meer adressen op te geven,
</para>
<para>
waarop verdachte en/of zijn mededader(s) niet woonachtig is/zijn en/of
</para>
<para>
- ( vervolgens) (telkens) het afleveradres van dat (post)pakket (met een of meer
</para>
<parablock>
<para>
kledingstukken en/of schoenen) (afkomstig van AboutYou) te wijzigen/herrouteren
</para>
<para>
en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( vervolgens) (telkens) zich te begeven naar die afleverlocatie/dat afhaalpunt,
</para>
<para>
alwaar een (post)pakket was afgeleverd/bezorgd en/of
</para>
<para>
- ( vervolgens) (telkens) bij die afleverlocatie/dat afhaalpunt om afgifte te vragen van
</para>
<parablock>
<para>
dat (post)pakket van AboutYou, dat geadresseerd was aan een ander dan aan de
</para>
<para>
verdachte en/of zijn mededader(s), en/of waarbij de verdachte en/of zijn
</para>
<para>
mededader(s) al dan niet (in enkele gevallen) de naam van de geadresseerde
</para>
<para>
heeft/hebben opgegeven, althans een andere naam dan die van de verdachte en/of
</para>
<para>
zijn mededader(s) zelf en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( telkens) dat (post)pakket in ontvangst te nemen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn
</para>
<parablock>
<para>
mededader(s) niet de geadresseerde was/waren en/of gerechtigd/gemachtigd
</para>
<para>
was/waren het voornoemde pakket in ontvangst te nemen namens de
</para>
<para>
geadresseerde;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
</para>
<para>
kunnen leiden:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
[medeverdachte02] en/of [medeverdachte05] en/of [medeverdachte06] en/of [medeverdachte01] en/of [medeverdachte08]
</para>
<para>
 en/of [medeverdachte07] en/of [medeverdachte03] en/of [medeverdachte04] op een of meer
</para>
<para>
tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 25 mei 2020 te
</para>
<para>
Heerjansdam en/of Sliedrecht en/of ’s-Gravendeel en/of Barendrecht en/of
</para>
<para>
Papendrecht en/of Dordrecht en/of Alblasserdam en/of Zwijndrecht en/of
</para>
<para>
Oosterhout en/of Rotterdam en/of Ridderkerk en/of Spijkenisse en/of Strijen en/of
</para>
<para>
Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland, (telkens)
</para>
<para>
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
</para>
<para>
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
</para>
<para>
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
</para>
<para>
AboutYou en/of Ratepay Gmbh en/of PostNL en/of afhaalpunten van PostNL heeft
</para>
<para>
bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter
</para>
<para>
beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen
</para>
<para>
van een inschuld, te weten
</para>
<para>
de afgifte van een of meer goederen, te weten een of meer (post)pakketten van
</para>
<para>
AboutYou met een of meer kledingstukken en/of schoenen door met
</para>
<para>
vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of
</para>
<para>
listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
</para>
</parablock>
<para>
- ( zaak 7) op een of meer tijdstippen een of meer bestellingen (op factuur) te
</para>
<parablock>
<para>
plaatsen via de webshop van AboutYou, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)
</para>
<para>
gebruik heeft/hebben gemaakt van een valse naam, althans een andere naam dan
</para>
<para>
die van verdachte en/of zijn mededader(s), althans de identificerende gegevens
</para>
<para>
en/of adresgegevens van een of meer derde(n) en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( zaak 20) op of omstreeks 22 oktober 2019 een bestelling (op factuur) te plaatsen
</para>
<parablock>
<para>
via de webshop van AboutYou, waarbij waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)
</para>
<para>
gebruik heeft/hebben gemaakt van een valse naam, althans een andere naam dan
</para>
<para>
die van verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [naam03] en/of
</para>
<para>
(zaak 7 en 20)
</para>
</parablock>
<para>
- bij bovengenoemde bestellingen (telkens) een of meer adressen op te geven,
</para>
<para>
waarop verdachte en/of zijn mededader(s) niet woonachtig is/zijn en/of
</para>
<para>
- ( vervolgens) (telkens) het afleveradres van dat (post)pakket (met een of meer
</para>
<parablock>
<para>
kledingstukken en/of schoenen) (afkomstig van AboutYou) te wijzigen/herrouteren
</para>
<para>
en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( vervolgens) (telkens) zich te begeven naar die afleverlocatie/dat afhaalpunt,
</para>
<para>
alwaar een (post)pakket was afgeleverd/bezorgd en/of
</para>
<para>
- ( vervolgens) (telkens) bij die afleverlocatie/dat afhaalpunt om afgifte te vragen van
</para>
<parablock>
<para>
dat (post)pakket van AboutYou, dat geadresseerd was aan een ander dan aan de
</para>
<para>
verdachte en/of zijn mededader(s), en/of waarbij de verdachte en/of zijn
</para>
<para>
mededader(s) al dan niet (in enkele gevallen) de naam van de geadresseerde
</para>
<para>
heeft/hebben opgegeven, althans een andere naam dan die van de verdachte en/of
</para>
<para>
zijn mededader(s) zelf en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( telkens) dat (post)pakket in ontvangst te nemen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn
</para>
<parablock>
<para>
mededader(s) niet de geadresseerde was/waren en/of gerechtigd/gemachtigd
</para>
<para>
was/waren het voornoemde pakket in ontvangst te nemen namens de
</para>
<para>
geadresseerde
</para>
<para>
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1
</para>
<para>
maart 2019 tot en met 25 mei 2020 te Heerjansdam en/of Sliedrecht en/of
</para>
<para>
’s-Gravendeel en/of Barendrecht en/of Papendrecht en/of Dordrecht en/of
</para>
<para>
Alblasserdam en/of Zwijndrecht en/of Oosterhout en/of Rotterdam en/of
</para>
<para>
Ridderkerk en/of Spijkenisse en/of Strijen en/of Hendrik-Ido-Ambacht,
</para>
<para>
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of
</para>
<para>
inlichtingen heeft verschaft, door
</para>
</parablock>
<para>
- ( zaak 7) op of omstreeks 4 oktober 2019 een naam en/of adres naar voornoemde
</para>
<para>
[medeverdachte02] te sturen (per Whatsapp) en/of
</para>
<para>
- ( zaak 7 en/of 20) in of omstreeks de periode van 20 oktober 2019 tot en met 8
</para>
<parablock>
<para>
november 2019 aan voornoemde [medeverdachte02] om (een) track-and-trace code(s) te vragen
</para>
<para>
en/of tegen die [medeverdachte02] te zeggen dat hij de locatie(s) (onder andere die van [naam04]
</para>
<para>
en/of [naam05] ) moet veranderen en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( zaak 7 en/of 20) zich op of omstreeks 24 oktober 2019 te begeven naar de
</para>
<parablock>
<para>
afleverlocatie/het afhaalpunt, te weten Boons Markt te Barendrecht, alwaar een
</para>
<para>
(post)pakket (met een of meer kledingstukken en/of schoenen) (afkomstig van
</para>
<para>
AboutYou), geadresseerd aan [naam03] , althans aan een ander dan aan de
</para>
<para>
verdachte en of zijn mededader(s) en/of
</para>
</parablock>
<para>
- ( vervolgens) bij die afleverlocatie/dat afhaalpunt om om afgifte van dat
</para>
<para>
(post)pakket te vragen/verzoeken en/of
</para>
<para>
- ( vervolgens) dat (post)pakket in ontvangst te nemen, terwijl hij, verdachte, en/of
</para>
<parablock>
<para>
zijn mededader(s) niet de geadresseerde was/waren en/of gerechtigd/gemachtigd
</para>
<para>
was/waren het voornoemde pakket in ontvangst te nemen namens de
</para>
<para>
geadresseerde;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
2.
</para>
<para>
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2019 tot en met 25 mei 2020 te
</para>
<para>
Zwijndrecht, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,
</para>
<para>
bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte05] en/of [medeverdachte06] en/of
</para>
<para>
[medeverdachte01] en/of [medeverdachte08] en/of [medeverdachte02] en/of [medeverdachte07] en/of
</para>
<para>
[medeverdachte03] en/of [medeverdachte04] , die tot oogmerk had het plegen van
</para>
<para>
misdrijven, te weten het (meermalen)
</para>
</parablock>
<para>
- plegen van oplichting van Coolblue B.V. en/of PostNL (artikel 326
</para>
<para>
Wetboek van Strafrecht)
</para>
<para>
- plegen van diefstal met een valse sleutel (artikel 310/311 Wetboek van
</para>
<para>
Strafrecht)
</para>
<para>
- witwassen (Artikel 42Obis/quater Wetboek van Strafrecht)
</para>
<para>
- plegen van oplichting van AboutYou en/of RatePay Gmbh en/of PostNL
</para>
<para>
(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)
</para>
<para>
- misbruiken van identificerende persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel
</para>
<para>
231b Wetboek van Strafrecht (artikel 231b Wetboek van Strafrecht)
</para>
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>