<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2023:1887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-08T13:03:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/653129 / KG ZA 23-141</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:1887">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2023:1887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-08T13:02:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2023:1887 Rechtbank Rotterdam , 06-03-2023 / C/10/653129 / KG ZA 23-141</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2023:1887:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Executiegeschil. Ontruiming. Uitvoerbaarheid bij voorraad is niet gemotiveerd in het betrokken vonnis. Belangenafweging valt niet in het voordeel van eiseres uit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2023:1887:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="2cf4803c-3b25-4aef-b387-3984aac4d7a4" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="fb16d9df-5fa3-44e3-a92a-77407e1f3ec4" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/653129 / KG ZA 23-141
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van 6 maart 2023
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
GEMEENTE ROTTERDAM, die tevens handelt onder de naam “Maatschappelijke Ontwikkeling, Kredietbank Rotterdam”,
</emphasis>
</para>
      <para>
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te Rotterdam,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
advocaat mr. P. van Baaren te Rotterdam,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te Rotterdam,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
advocaat mr. R. van der Hoeff te Rotterdam.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen worden hierna [eiseres01] , de bewindvoerder en Woonstad genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 23 februari 2023, met producties;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de pleitnota van Woonstad.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
De mondelinge behandeling heeft op 1 maart 2023 plaatsgevonden.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De feiten
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
[eiseres01] huurt een woning, gelegen aan de [adres01] te [plaats01] (hierna: ‘de woning’), van Woonstad.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
De woning is op grond van artikel 13b Opiumwet voor de duur van drie maanden gesloten door de burgemeester van Rotterdam. In reactie op deze sluiting heeft Woonstad de huurovereenkomst met [eiseres01] bij brief van 17 mei 2022 op grond van artikel 7:231 lid 2 BW buitengerechtelijk ontbonden.
</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Bij vonnis van 13 januari 2023 heeft de kantonrechter van deze rechtbank een verklaring voor recht uitgesproken dat Woonstad de huurovereenkomst per 27 juni 2022 buitengerechtelijk heeft ontbonden. Ook is de bewindvoerder veroordeeld de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
[eiseres01] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
De ontruiming van de woning staat gepland op 9 maart 2023.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
[eiseres01] vordert samengevat - schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 13 januari 2023, totdat in hoger beroep is beslist.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
[eiseres01] legt aan haar vordering ten grondslag dat het vonnis van 13 januari 2023 uitvoerbaar bij voorraad is verklaard zonder nadere motivering. Daarom moeten in deze procedure de belangen van [eiseres01] bij behoud van de woning totdat in hoger beroep een beslissing is genomen afgewogen worden tegen de belangen van Woonstad bij ontruiming van de woning. [eiseres01] meent dat haar belangen zwaarder wegen, omdat zij samen met haar twee kinderen en kleinkind in de woning woont. Haar kleinkind is gehandicapt en heeft extra zorg nodig. Haar zoon kampt met psychische en lichamelijke problemen, waardoor ook zijn belang om in de woning te mogen blijven groot is. Als [eiseres01] en haar gezin uit de woning moeten, hebben zij geen andere plek om te verblijven. Aan de andere kant heeft Woonstad geen belang bij het ontruimen van de woning voordat het hoger beroep is afgerond, omdat zij de woning van [eiseres01] niet dringend nodig heeft. Woonstad heeft immers genoeg andere woningen die zij kan verhuren. Ook heeft Woonstad niet als taak om de leefbaarheid in de stad te waarborgen. De gemeente moet hiervoor zorgen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
Woonstad voert als verweer aan dat [eiseres01] niet stelt dat het vonnis van 13 januari 2023 op een kennelijke misslag berust. Ook voert [eiseres01] geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die rechtvaardigen dat van de beslissing tot ontruiming wordt afgeweken. Ten aanzien van de belangenafweging voert Woonstad aan dat het onjuist is dat [eiseres01] op straat komt te staan na de ontruiming. In het vonnis van de kantonrechter staat dat [eiseres01] - ook nadat zij weer toegang had tot de woning - bij haar moeder verbleef. Ook staat in dat vonnis dat de dochter van [eiseres01] niet (meer) bij [eiseres01] inwoont, maar, met het kleinkind van [eiseres01] , elders woonachtig is. Tot slot voert Woonstad aan dat zij als woningcorporatie op grond van de Woningwet wel degelijk een verplichting heeft om de leefbaarheid in wijken te waarborgen.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
Uitgangspunt in een executiegeschil is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een daartegen ingesteld rechtsmiddel, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Daarbij moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en de daaraan ten grondslag liggende vastgestelde feiten en oordelen. De kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel blijft buiten beschouwing, tenzij sprake is van een kennelijke misslag. Wanneer de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad in de ten uitvoer te leggen uitspraak is gemotiveerd, moet de eiser, afgezien van het geval dat deze beslissing berust op een kennelijke misslag, aan zijn vordering feiten en omstandigheden ten grondslag leggen die zich na de betrokken uitspraak hebben voorgedaan en die volgens eiser rechtvaardigen dat van de eerdere beslissing wordt afgeweken. Een belangenafweging kan tot een ander oordeel leiden.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
Omdat het vonnis van 13 januari 2023 zonder nadere motivering uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is een belangenafweging in deze procedure aan de orde. Het belang van [eiseres01] komt neer op behoud van de woning in afwachting van de beoordeling in het door haar ingestelde hoger beroep. Het belang van Woonstad is dat er een einde wordt gemaakt aan de overlastgevende situatie.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
De kantonrechter heeft in het vonnis van 13 januari 2023 een uitgebreide belangenafweging gemaakt. Dat vonnis en die belangenafweging vormen het uitgangspunt in deze procedure. In de bodemprocedure is aan de orde gekomen dat de dochter en het kleinkind van [eiseres01] niet (meer) bij haar in huis wonen. Als die situatie nu is veranderd - wat Woonstad betwist - is dit een omstandigheid die [eiseres01] over zichzelf heeft afgeroepen. Het is immers een risico om mensen in huis te nemen nadat de rechter heeft beslist dat de woning moet worden ontruimd. De medische situatie ten aanzien van de zoon had in de bodemprocedure aan de orde moeten worden gesteld. Dit is namelijk geen nieuwe omstandigheid die zich na het wijzen van het vonnis heeft voorgedaan. Daartegenover staan de belangen van Woonstad als woningcorporatie die op grond van de Woningwet verplicht is de leefbaarheid in de wijk te waarborgen. Woonstad heeft naar andere huurders de verplichting om op te treden tegen overlastgevende situaties. De voorzieningenrechter weegt verder mee dat ter zitting namens [eiseres01] is erkend dat er wel iets aan de hand was in de woning. Desondanks heeft [eiseres01] twee woningen die Woonstad haar onverplicht had aangeboden, afgewezen, terwijl alle (destijds) betrokken partijen - haar advocaat, haar bewindvoerder en haar hulpverlener - [eiseres01] hebben geadviseerd dit aanbod wel te aanvaarden. Dit alles betekent dat de voorzieningenrechter geen enkele aanleiding ziet om de belangenafweging anders te laten uitvallen dan de kantonrechter heeft gedaan. De vordering van [eiseres01] wordt afgewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
De bewindvoerder wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Woonstad worden begroot op:
</para>
      <para>
- griffierecht € 676,00
</para>
      <para>
- salaris advocaat €
<emphasis role="underline">
697,00
</emphasis>
</para>
      <para>
Totaal € 1.372,00
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De voorzieningenrechter
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
wijst de vorderingen af,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, aan de zijde van Woonstad tot op heden begroot op € 1.372,00,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2023.3608/2009
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>