<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:9840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-15T14:04:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10.070438.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:9840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:9840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-15T14:03:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:9840 Rechtbank Rotterdam , 01-11-2022 / 10.070438.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:9840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak aanwezig hebben heroïne. DNA van verdachte op verplaatsbare voorwerpen, geen bewijs voor tenlastegelegde pleegplaats en pleegperiode.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:9840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold caps">
Rechtbank Rotterdam
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
Team straf 2
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Parketnummer: 10.070438.22
</para>
<para>
Datum uitspraak: 1 november 2022
</para>
<para>
Tegenspraak
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01] ,
</emphasis>
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1990,
</para>
<para>
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
</para>
<para>
[adres01] [postcode01] [plaats01] ,
</para>
<para>
raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat te Rotterdam.
</para>
</parablock>
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1.
</nr>
Onderzoek op de terechtzitting
</title>
<para>
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 november 2022.
</para>
</section>
<section>
<title>
<nr>
2.
</nr>
Tenlastelegging
</title>
<para>
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
</para>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3.
</nr>
Eis officier van justitie
</title>
<para>
De officier van justitie mr. L. de Jong heeft gevorderd:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van voorarrest;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
4.
</nr>
Motivering vrijspraak
</title>
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Standpunt officier van justitie
</emphasis>
</para>
<para>
Aangevoerd is dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. In de woning aan [adres02] te Vlaardingen zijn in verschillende ruimtes verdovende middelen en goederen aangetroffen. Uit het NFI-rapport blijkt dat op vier verschillende plekken DNA-materiaal is gevonden dat matcht met (onder andere) het DNA van de verdachte. Dat maakt dat de verdachte – tezamen en in vereniging – beschikkingsmacht heeft gehad over de hoeveelheid verdovende middelen in de woning.
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Beoordeling
</emphasis>
</para>
<para>
De rechtbank stelt vast dat uit het DNA-onderzoek is gebleken dat zich op meerdere goederen in de woning (onder andere een aansteker, de binnenzijde van een stuk stof en tenminste één blok heroïne), DNA-materiaal van de verdachte bevond.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting verklaard dat hij het pand niet kent en niet weet hoe zijn DNA op de goederen terecht is gekomen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank is van oordeel dat er op basis van de DNA-bevindingen sterke aanwijzingen zijn dat de verdachte zich heeft beziggehouden met verdovende middelen. Dit DNA van de verdachte is echter alleen op verplaatsbare voorwerpen aangetroffen. Een bewijsmiddel dat de verdachte de drugs in Vlaardingen of althans in Nederland aanwezig heeft gehad ontbreekt, zodat de ten laste gelegde pleegplaats niet kan worden bewezen. Bovendien blijkt uit geen enkel bewijsmiddel op welk moment de verdachte de drugs aanwezig zou hebben gehad, zodat ook niet kan worden bewezen dat de verdachte het feit in de ten laste gelegde periode heeft begaan. Evenmin is kunnen blijken of de verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over de in de tenlastelegging opgenomen drugs.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Dit betekent dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat de verdachte zal worden vrijgesproken.
</para>
</parablock>
</section>
<section>
<title>
<nr>
5.
</nr>
Bijlage
</title>
<para>
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
</para>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
6.
</nr>
Beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, voorzitter,
</para>
<para>
en mrs. G.P. van de Beek en R.J.P. Ferwerda, rechters,
</para>
<para>
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
</para>
<para>
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bijlage I
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Tekst tenlastelegging
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 28 april 2021 te Vlaardingen, althans in Nederland,
</para>
<para>
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
</para>
<para>
opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
</para>
<para>
- een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 15 kilogram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
( art 10 lid 1 ahf/ond a alinea Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )
</para>
</parablock>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>