<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:949</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-10T15:36:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.1009 FT RK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=350&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:949">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:949</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-10T15:30:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:949 Rechtbank Rotterdam , 10-02-2022 / 18.1009 FT RK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:949:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderopvangtoeslagaffaire. Eindzitting (i.v.m. einde looptijd) gehouden. Beëindigd op grond van het bepaalde in artikel 350 lid 3 sub a Fw.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:949:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tussentijdse beëindiging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 10 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 26 juli 2018 is de toepassing van de </para>
      <para>schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
      <para>schuldenares,</para>
      <para>bewindvoerder: L. Hordijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft op 19 april 2021 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 juni 2021, 7 juli 2021, 8 juli 2021 en 9 juli 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 9 juli 2021. Daarbij zijn verschenen en gehoord de bewindvoerder en schuldenares, bijgestaan door haar advocaat en een medewerker van Hulpteam Toeslagen 010. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien schuldenares ter zitting heeft verklaard dat zij als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire heeft is aangemerkt en dat zij zich nog wil beraden over de wijze van beëindiging van de schuldsaneringsregeling heeft de rechtbank de behandeling (pro forma) aangehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 17 januari 2022 heeft de bewindvoerder een brief van de Belastingdienst met bijlagen aan de rechter-commissaris doen toekomen waaruit onder meer blijkt dat de bewindvoerder bij de Belastingdienst een aanvraag tot compensatie heeft ingediend gebaseerd op het ‘Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject’ (Besluit van 28 mei 2021, nr. 2021-103575) en dat de Belastingdienst deze aanvraag heeft goedgekeurd. Verder heeft de bewindvoerder bevestigd dat er geen publieke schuldeisers zijn.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft bericht dat het boedelsaldo toereikend is om de vorderingen, ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, te kunnen voldoen. De rechter-commissaris heeft aan de bewindvoerder toestemming verleend om tot betaling van de vorderingen over te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 21 januari 2022 heeft de bewindvoerder aangetoond dat alle vorderingen zijn voldaan. Daarbij heeft de bewindvoerder nog bericht dat schuldenares heeft bevestigd dat zij instemt met een beëindiging op grond van artikel 350 lid 3 sub a Faillissementswet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder stelt de rechtbank vast dat de vorderingen, ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover niet kwijtgescholden, zijn voldaan. De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a van de Faillissementswet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;<?linebreak?></para>
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal                € 3.313,78; </para>
    <para />
    <para>-   stelt conform het ‘Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject’ van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021 (in werking getreden op </para>
    <para>2 juni 2021), de extra vergoeding voor de bewindvoerder vast op € 657,03, inclusief omzetbelasting.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2022.<footnote-ref linkend="_1e64ec60-f2c9-4db8-b274-7f1590e497df" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1e64ec60-f2c9-4db8-b274-7f1590e497df" label="1">
    <para>
      <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>