<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:9363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:42:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/637654 / HA ZA 22-373</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2023/21</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:9363">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:9363</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-09T15:54:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:9363 Rechtbank Rotterdam , 02-11-2022 / C/10/637654 / HA ZA 22-373</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:9363:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. Vervolg op vonnis in het incident van 17 augustus 2022 (C/10/637654/HA ZA 22-373). Genoegzaam zekerheid gesteld voor proceskosten? Storting op derdengeldrekening eigen advocaat met borgstelling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:9363:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="eee5cd4b-d7ad-42e7-961a-a7ab7fb79ca8" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5ffa292b-029b-40ce-a248-f828fc9ebcaf" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/637654 / HA ZA 22-373</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 2 november 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtspersoon naar Chileens recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BYB GROUP SPA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Linares, Chili,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. H.G.D. Hoek te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">JAGUAR, THE FRESH COMPANY B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Breda,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J.P.M. Borsboom te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna BYB en Jaguar genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vonnis in het incident van 17 augustus 2022.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de kennisgeving gestelde zekerheid ex artikel 224 lid 1Rv van BYB van 13 september 2022, met één productie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating van Jaguar met één productie.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Beoordeeld moet worden of BYB genoegzaam zekerheid heeft gesteld als bedoeld in artikel 224 Rv en zij ontvankelijk is in de hoofdprocedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij vonnis in incident van 17 augustus 2022 van deze rechtbank (C/10/637654/HA ZA 22-373) is, voor zover van belang, BYB op grond van artikel 224 Rv veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor een bedrag van € 12.413,00 ten gunste van Jaguar en is bepaald dat deze zekerheid, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak, uiterlijk op 14 september 2022 moet zijn gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>BYB heeft het bedrag van € 12.413,00 overgemaakt op de bankrekening van de Stichting beheer derdengelden (hierna: de Stichting) verbonden aan het kantoor van haar advocaat. De Stichting heeft zich op 13 september 2022 borg gesteld voor BYB tot meerdere zekerheid voor de betaling door BYB aan Jaguar van ten hoogste € 12.413,00 aan proceskosten, als vastgesteld in het vonnis van deze rechtbank van 17 augustus 2022, waartoe BYB in de hoofdprocedure tegen Jaguar veroordeeld kan worden. De tekst van de afgegeven borgtocht is gebaseerd op het Rotterdams garantieformulier 2008. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Volgens Jaguar heeft BYB hiermee geen genoegzame zekerheid gesteld omdat artikel 6.19 lid 3 Verordening op de advocatuur (hierna: Voda) het een advocaat verbiedt derdengelden tot zekerheid te verstrekken van hemzelf, zijn praktijk of enige derde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Of sprake is van genoegzame zekerheid moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:51 lid 2 BW. Niet in geschil is dat de omvang van de gestelde zekerheid voldoende is. Rest de vraag of Jaguar zonder moeite verhaal kan nemen op de afgegeven borgtocht. Op grond van de tekst van de borgtocht is dat naar het oordeel van de rechtbank het geval. Hierbij weegt mee dat BYB de tekst van de (standaard-)borgtocht zodanig heeft aangepast dat voor een beroep op de borgtocht niet noodzakelijk is dat sprake moet zijn van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis in de hoofdprocedure tussen BYB en Jaguar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De verwijzing door Jaguar naar artikel 6.19 lid 3 Voda maakt het voorgaande niet anders. Het verandert immers niets aan het genoemde beoordelingskader van artikel 6:51 lid 2 BW. Bovendien richt artikel 6.19 Voda zich in het onderhavige geval tot de advocaat van BYB en het beheer en gebruik van de aan zijn kantoor verbonden (Stichting beheer) derdengelden. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien welk belang Jaguar in dit kader heeft bij haar beroep op artikel 6.19 lid 3 Voda. Jaguar heeft immers niet toegelicht waarom dit artikel met zich brengt dat de door BYB gestelde zekerheid niet voldoet aan artikel 6:51 lid 2 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Dat, zoals Jaguar tot slot nog heeft aangevoerd, de woorden “<emphasis role="italic">ingevolge minnelijke regeling</emphasis>” uit de betalingsinstructie van het model Rotterdams garantieformulier ontbreken, leidt evenmin tot de conclusie dat geen sprake zou zijn van genoegzame zekerheid ex artikel 6:51 lid 2 BW. Het staat partijen vrij om hierover ten alle tijden zo nodig aanvullende afspraken te maken zodat ook ingeval van een minnelijke regeling in dit kader een beroep op de borgtocht gedaan kan worden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat BYB op genoegzame wijze zekerheid heeft gesteld waartoe zij bij vonnis van 17 augustus 2022 is veroordeeld. BYB is daarom ontvankelijk in de hoofdprocedure. De zaak zal worden verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord van Jaguar. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van <emphasis role="bold">14 december 2022 </emphasis>voor het nemen van een conclusie van antwoord door Jaguar, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J Arts en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2022.</para>
        <para>3455/1407</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>